vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   1 januari

Besnijdenis des Heren.
Volgens het oude gebod (Gen.17:12) moest elk jongetje besneden worden op de achtste dag na zijn geboorte. Daarom vieren we een week na Kerstmis de besnijdenis des Heren. Het is een van de oudste feesten, reeds in de vierde eeuw vinden we bij de kerkvaders verwijzingen naar deze viering. ln het officie wordt de nadruk gelegd op de samenhang van de heilsgeschledenls: we zien een schakel tussen het Oude en het Nieuwe Verbond. De wetgever onderwerpt Zich aan de geschreven Wet, maar juist daardoor wordt een begin gemaakt met de nieuwe Wet van de Genade.
Ook in de opbouw van de feestkring van kerstmis vormt de besnijdenis een verbindende term. die aan de ene zijde het kerstfeest afsluit als voltooiing van de Geboorte, en door de kleine Godsopenbaring van het optreden van de heilige Simeon en Anna, reeds heenwijst naar de grote Godsopenbaring van Theofanie (Kol. 2:7b-12; Lk. 2:15-21, 40).

De heilige Basilius de Grote stamde uit een geslacht van martelaren en werd geboren kort nadat de vrede tussen kerk en staat gesloten was. Het was een gezin waarvan niet minder dan vier kinderen tot de grote heiligen behoren: Makrina en haar broers Basilius, Gregorius van Nyssa en Petrus van Sebaste. Basilius, geboren in 329 en niet ouder geworden dan 50 jaar‚ was zulk een imponerende persoonlijkheid dat hij reeds tijdens zijn leven ‘de Grote’ werd genoemd.
Toen hij als kind scheen te sterven aan een zware ziekte, beloofden zijn ouders hem aan de dienst van God te wijden wanneer hij genezen zou. Na zijn opvoeding in Caesarea voltooide hij zijn studie in Athene‚ toenmaals het centrum van beschaving. Daar leerde hij een medestudent Gregorius kennen, die evenzeer met al zijn kracht ernaar streefde om werkelijk christen te zijn, en deze twee werden alspoedig door een innige vriendschap verbonden. Na zijn studie werkte Basilius enige tijd als leraar, maar al spoedig volgde hij het voorbeeld van zijn heilige zuster Makrina, en trok zich, samen met Gregorius, in de eenzaamheid terug. Hij dacht diep na over het monniksleven, maakte grote reizen om de monniken van Egypte, Palestina en Mesopotamië te bezoeken, evenals de kerken van Alexandrië, Jeruzalem en Antiochië. Zo stichtte hij zijn kloostergemeenschap in de buurt van het tegenwoordige Niksar. Reeds enkele jaren later, nog vóór 360‚ had zich daar een groep monniken gevormd. Het leven was er uiterst streng en zij leden grote armoede. Slechts aan de hulp van Basilius’ moeder Emilia was het te danken dat ze niet van honger gestorven waren, schrijft Gregorius later.
Slechts enkele jaren heeft Basilius dit rustige leven geleid: de nood van de kerk die door geloofstwisten verdeeld werd, drong zich te zeer op aan zijn geest. Hij ging terug naar de stad, waar hij priester gewijd werd in 364, en nam de strijd op tegen de ariaanse ketterij. Reeds toen zag men hem als de eigenlijke bestuurder van de kerk in Caesarea, en na de dood van bisschop Eusebius in 370 was Basilius de aangewezen opvolger. Met een enorme energie heeft hij de resterende negen jaren van zijn leven gewerkt. Hij is een van de geweldigste figuren onder de kerkvaders door de diepte van zijn theologisch inzicht, door zijn grote geleerdheid die zich breed uitstrekte over alle terreinen van de menselijke kennis, door de ernst waarmee hij deze inzichten ook in zijn eigen leven tot gelding bracht, door zijn grote organisatorische gaven, en door zijn meeslepende welsprekendheid.
Voor zijn stadsgenoten bouwde hij ziekenhuizen, een melaatsentehuis, werkinrichtingen, gasthuizen, kerken en woningen in zulk een omvang, dat men zelfs sprak over de ‘Basiliusstad’. Zijn intense bestudering van de Heilige Schrift kwam tot leven in preken en commentaren, tegelijk populair en wetenschappelijk. Zijn beroemde serie toespraken over de schepping, de Hexameron (het zesdagenwerk), leert ons veel over de stand van de natuurwetenschappen in die tijd. Zijn brieven met raadgevingen werden overgeschreven en overal verspreid, en worden ook nu nog uitgegeven. Hij was metropoliet over heel Cappadocië, met nog vijftig kleine bisdommen onder zich, en ook daardoor had hij veel invloed. Met gloed bestreed hij de dwaalleer der Arianen die de Godheid van Christus loochenden en daardoor het wezen van de kerk vernietigden. Deze rationalistische leer werd door veel keizers en machthebbers gesteund, waardoor het gevaar nog veel dreigender werd; een energieke verdeding van de waarheid was dringende noodzaak.
Daarbij komt nog zijn betekenis voor de ontwikkeling van het monnikswezen. Basilius zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk leven omdat dit veel gemakkelijker recht doet aan de grondgedachte van het christen-zijn dan het meer individuele kluizenaarsleven. Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij na vijf jaar tot bisschop was gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei kloostergemeenschappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch leven. De verzameling van deze brieven wordt wel de Basilius-regel genoemd, en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen.
Ook op liturgisch gebied was hij actief. Een bepaalde wijze van viering draagt zijn naam en nog steeds voltrekken we op de zondagen van de Grote Vasten, op de vigiliedagen die voorafgaan aan de feesten van de Heer, en op deze dag de Basilius-Liturgie. Deze onderscheidt zich vooral door de uitvoerige eucharistische canon, die in bezielde taal heel de loop van het heilswerk schildert. ln allerlei opzichten hebben wij dus veel aan deze vader onder de heiligen te danken, en in de dienst van deze dag wordt zijn gedachtenis dan ook op unieke wijze gemengd met het feest van de Heer. Hij is gestorven in 379.

De heilige Gregorius‚ bisschop van Nazianze‚ was de vader van de heilige Gregorius van Nazianze‚ de Theoloog. Hij stierf op honderdjarige leeftijd in 374.

De heilige Fulgentios, bisschop van Roespè (Noord-Afrika), werd geboren in 467 in Thelepte‚ waar hij ook stadsbestuurder werd. Maar reeds spoedig gaf hij deze post op om monnik te worden. Toen hij 40 jaar oud was werd hij tot bisschop gekozen, maar samen met vele andere orthodoxe bisschoppen werd hij door de ariaanse vandalen verbannen naar het woeste Sardinië, waar hij vele jaren moest blijven.
Hij was een belangrijk schrijver over de orthodoxe leer. Steeds verlangde hij ernaar om zich in een klooster terug te trekken, maar zijn gelovigen hingen zozeer aan hem, dat hij hen niet in de steek wilde laten. Zo stierf hij in 533 in het ambt, 66 jaar oud.

De heilige Basilius van Ankyra mocht wel met de Apostel Paulos zeggen: ‘Ik ben een schouwspel geworden voor de engelen en de mensen . . .’ toen hij heen en weer gesleept werd tussen Kesaria en Konstantinopel om telkens als een volksvermaak gemarteld te worden.Tenslotte werd hij door de leeuwen verslonden in 362.

De heilige maagd Martina werd te Rome met velerlei folteringen gepijnigd en tenslotte met het zwaard gedood onder keizer Alexander.

De heillge Almachlus leefde eveneens in Rome. Op de 1e januari predikte hij vol enthousiasme de octaaf-dag van het feest van de Heer, terwijl hij de mensen opriep om een einde te maken aan het vereren van valse goden en het opdragen van bloedige offers. Op bevel van de stadsprefect werd hij daarom door zwaardvechters gedood.

De heilige Concordius was priester van Spoleto in ltalië. Onder keizer Antoninus werd hij in elkaar geslagen en op de pijnbank ontwricht. In de gevangenis werd hij gesterkt door een visioen van engelen, en tenslotte werd met het zwaard een einde aan zijn roemrijk lijden gemaakt.

De heilige Petros de nieuwe martelaar van de Peloponnesos, werd door de Turken opgehangen in Temissa (Klein-Azië) in 1776.

De heilige Euphrosyna was abdis van het klooster in Alexandrië. Zij verwierf grote bekendheid door de ascetische strengheid van haar Ieven en de gave van wonderen.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Theodotos en Magnus met dertig andere soldaten, die om het geloof gedood zijn aan de Via Appia te Rome, onder keizer Diokletiaan.

Eveneens de heilige Bonfilius in Toscane, een van de zeven stichters van de orde van de Servieten; Oyend, abt van het klooster van Jou, bij Lyon (510); Basilius, bisschop van Aix-en-Provence (475); Agrippinus‚ bisschop van Autun (540); Felix, bisschop van Bourges; en Clarus, abt van Vienne (660).

NIEUWJAAR
Nadat in de loop der eeuwen allerlei data als het begin van het jaar waren beschouwd, (zoals 1 september nog het begin is van het kerkelijk jaar), schreef koning Karel IX van Frankrijk in 1594 voor om de 1e januari te gebruiken als administratieve aanvang van het jaar. Deze gewoonte is langzamerhand overal ingevoerd.



Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.