vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   12 januari

De heilige Petros de Abesalamiet, uit het dorp Anea in Palestina, werd als christen voor de landvoogd gebracht. Deze poogde vergeefs hem door bedreigingen en martelen tot afgodendienst te brengen, en deed hem tenslotte sterven op de brandstapel, tegen 310.

De heilige Mertios, een jonge soldaat, 21 jaar, werd in Afrika als christen gevangen genomen en zwaar gemarteld. Na acht dagen overleed hij aan de gevolgen in de gevangenis in 305.

De heilige Galaktion was een leerling van de heilige Martinianos. Met diens zegen deed hij ascese als dwaas om Christus. Hij vergezelde Martinianos en overleefde hem nog 23 jaar in het Ferapontklooster, waar hij stierf in 1506.

De heilige Tatiana, een rijke Romeinse, wijdde zich als diakones aan de dienst van de kerk, zoals ook haar vader diaken was geweest. Zonder ooit aan zichzelf te denken verzorgde zij de zieken, hielp de armen en deed wat zij kon voor de gevangenen. Tijdens de vervolging van Alexander Severus (de Wrede), werd zij in hechtenis genomen en zwaar gemarteld, maar zij verdroeg alles met zulk een blijde moed dat acht van haar beulen en bewakers zich tot Christus bekeerden en eveneens werden omgebracht, in 225. Alle bezittingen van haar vader werden geconfisceerd en hij werd eveneens ter dood gebracht.

De heilige Eupraxia was de dochter van een der voornaamste senatoren in de tijd van keizer Theodosios de Grote. Reeds als jong meisje trad zij, samen met haar moeder in het klooster te Tabenne in Egypte. Dit maakte juist een grote bloeitijd door onder het bestuur van de heilige Theodoula. Deze had voorzegd hoe Eupraxia heilig zou sterven; 394.

De heilige Martinianos van de Witte Zee, kwam reeds als jongen van twaalf jaar in het klooster bij de heilige Kyrillos, die hem opnam toen hij daar zo langdurig en dringend om smeekte. Hij blonk uit door zijn vreugdevolle en strikte gehoorzaamheid. Hij werd tot priester gewijd, maar na de dood van de heilige Kyrillos trok hij nog verder weg in het onherbergzame land en vestigde zich daar. Toch kwamen er leerlingen naar hem toe en er ontstond een klooster. De roep van zijn heilig leven verbreidde zich en Martinianos werd tot hegoemen gekozen van de beroemde Sergii-laura en van het klooster dat door de heilige Ferapont was gesticht. Daar is hij gestorven. 86 jaar oud, in 1483.

De heilige Tigrios, de priester, en zijn lektor Eutropios waren vals beschuldigd een grote brand te hebben doen ontstaan in Constantinopel om de verbanning te wreken van de heilige Johannes Chrysostomos. Beiden werden daarvoor ter dood gebracht.

De heilige Satyros deed een afgodsbeeld in stukken vallen toen hij zich in het voorbijgaan bekruisigde; daarvoor werd hij onthoofd in Achaje. Ook worden vandaag herdacht 42 monniken die in Efese onder gruwelijke folteringen ter dood zijn gebracht om het vereren van de heilige iconen.

De heilige Sabbas, (Sava) de eerste aartsbisschop van Servië. Hij was de zoon van de Servische vorst Stefan en diens Griekse vrouw. De in 1169 geboren Rastko was al vroeg een bijzonder ernstig kind, dat zich bezig hield met de zaken van het geestelijk leven. Toen zijn ouders hem op 16-jarige leeftijd wilden uithuwelijken, vluchtte hij samen met een bevriende monnik naar de Athos die toen juist bekend begon te worden als monnikentehuis. Hij werd opgenomen in het Russische klooster Panteleimon. Een uit Servië gekomen delegatie liet hij vorstelijk onthalen, en toen na de maaltijd allen sliepen, sloot hij zich met een oude monnik in de vestingtoren en legde in diens handen de geloften af. Zijn wereldse kleding en zijn afgeknipt hoofdhaar wierp hij vanuit de toren naar de bezoekers om ze mee te nemen als een getuigenis voor zijn vader.
Sava begon een streng monniksleven en verhuisde later naar het Watopedi- klooster waar hij zich beter thuis voelde. Maar toen hij de kluizenaars bezocht, die in de grotten van de steile bergflank woonden, verlangde hij ernaar daarheen te trekken. Hij kreeg daar echter te horen dat hij zich eerst in het gemeenschappelijk leven moest oefenen.
Enige tijd later zonden zijn ouders grote geschenken naar Watopedi met het verzoek dat Sava hen zou komen opzoeken. Deze schreef echter terug dat hij hen omwille van Christus had verlaten en hij raadde zijn vader aan hetzelfde te doen als hij hem nog tijdens dit leven wenste terug te zien. Sava had dit met zoveel overtuigingskracht onder woorden gebracht dat zijn vader diep onder de indruk kwam. Zijn beide ouders legden de monniksgeloften af: vorst Stefan werd de monnik Simeon, zijn moeder Anna werd monachina Anastasia. Simeon leefde eerst inServië in het klooster van Studenitsa; later vertrok hij met veel geschenken naar de Athos. Hij woonde bij zijn zoon in Watopedi en zij verwierven het vervallen klooster Chilandari, dat door hen in 1199 werd opgebouwd tot het nu nog bestaande Servische klooster. Spoedig daarna stierf Simeon als een heilige.
Op verzoek van de andere zoon, die nu vorst Stefan is, begeleidde Sava het lichaam van de gestorvene naar Servië, waar het een vereerde rustplaats vond in Studenitsa. Op aandringen van Stefan bleef Sava in Servië en bouwde een kathedraal in Zjitsja. Dat duurde nog tot 1216, maar daarna keerde Sava naar zijn kluis bij Karyes op de Athos terug.
In 1219 ging hij de patriarch opzoeken in Nicea (Constantinopel was handen van de Kruisvaarders) en vroeg om een aartsbisdom voor Servië. Toen de patriarch Sava daarvoor wilde wijden, stemde deze toe op voorwaarde dat dit aartsbisdom dan onafhankelijk zou zijn, zodat de gang van zaken niet te lijden zou hebben door de moeilijke en gevaarlijke verbindingen met de patriarchale troon. Onder diplomatieke druk gaf de patriarch hiervoor zijn zegen.
Sava betrok het reeds gebouwde bisschopsverblijf in Zjltsja en wijdde al spoedig twaalf van zijn monniken tot bisschop. Toen hij zo een eigen bisschopssynode had opgericht stelde hij voor om Servië tot een koninkrijk te verheffen. Zijn broer Stefan werd tot eerste koning van Servië gewijd. Deze Stefan vroeg op zijn sterfbed om de monnikswijding, omdat hij alleen maar uit gehoorzaamheid koning geworden was (1223).
Op het einde van zijn leven ging Sava op bedevaart naar Jeruzalem. Zijn krachten schoten tekort en op de terugweg stierf hij in Bulgarije, in 1237. Hij werd daar begraven maar zijn relieken werden later naar Servië overgebracht als bron van kracht voor het gehele volk. En al werden deze in 1594 door de Turken verbrand als straf na een opstand, de heilige Sava blijft in het bewustzijn van het volk voortleven als de grote heilige Verlichter van Servië.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Arcadius‚ vermaard om zijn hoge geboorte en zijn wonderen; Zoticus, Rogatus, Modestus, Castulus, met nog veertig soldaten die in Tunis ter dood zijn gebracht; en Zoticus die gedood is in Tivoli.

Eveneens op deze dag de gedachtenis van de heilige Johannes bisschop van Ravenna; Probus, bisschop van Verona; Benedictus een heilige abt in Engeland; Cesaria die als maagd leefde in Arles, 529; en Ferreolus bisschop van Grenoble die gemarteld is in 670.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.