vorige dag           volgende dag

Heiligenjaar   -   14 januari

De heilige Nina de apostel-gelijke, verlichtster van Grusië (tot 1801 een zelfstandig rijk ten zuiden van de Kaukasus, ook wel Iberië genaamd, en nu de staat Georgië; de hoofdstad is Tiflis of Tbilis). Tijdens de verwarring van de vervolgingen was haar vader, een Romeins generaal, als kluizenaar gaan leven in de woestijn van Cappadocië. Haar moeder werd geheel in beslag genomen door haar werk als diacones bij haar broer, de patriarch van Jeruzalem. Zo werd Nina opgevoed door een vrome oudere vrouw, afkomstig uit het toen nog heidense Grusië. Door de verhalen die deze haar deed, ontwaakte in Nina al vroeg het verlangen om naar dat verre land te gaan en daar het Evangelie te verkondigen, maar hoe zou een onbemiddeld meisje daar zelfs maar komen? Toch werd deze droom tot werkelijkheid. Toen de vervolging onder Diokletiaan weer opvlamde, moest zij de vlucht nemen, en gesterkt door een visioen van de Moeder Gods trok zij steeds verder tot zij inderdaad in Grusië belandde. Zij vond daar onderdak bij een van de verzorgsters van de koninklijke wijngaard en won aller harten door haar Iiefderijke zorg voor zieken en lijden en uit de omgeving. Zij had een uit twee gedroogde wijnranken samengebonden kruis, en met dat kruis in de hand sprak zij met veel overtuigingskracht over de Schepper van hemel en aarde, en over het verlossingswerk door Zijn Zoon, Jezus Christus, Die Zich had laten kruisigen uit liefde voor ons. Haar faam drong door tot koning Mirian, die eveneens tot het geloof kwam. Deze ontbood geloofsverkondigers uit Constantinopel en begon reeds aan de bouw van de eerste kerk in Grusië, gewijd aan de heilige apostelen. Toen Nina stierf in 337, na een verblijf van 35 jaar, was het land vrijwel geheel christen geworden. Het wijnranken-kruis waarmee zij haar prediking begon, wordt nog steeds als een kostbare schat bewaard in de kathedraal van Tiflis.

De heilige Theodoulos leefde met zijn vader, de heilige Nilos, en talrijke andere kluizenaars, in grotten van de berg Sinaï. De gehele groep, behalve deze twee, werd door plunderende Arabieren uitgemoord, uit woede dat zij niets van waarde bij hen vonden. Nilos wist te ontvluchten, Theodoulos werd als buit meegenomen en als slaat verkocht aan de bisschop van Emesa‚ die hem opnam onder zijn clerus. Daar werd hij gevonden door zijn vader die hem overal had gezocht. Samen zijn ze teruggegaan naar de Sinaï waar ze verder in vrede hebben geleefd in de eerste helft van de 4e eeuw.

De heilige Jozef Analytinos van het Raïtha-klooster. Zo brandend was de gloed van zijn geestelijk leven, dat zijn door ascese uitgeteerd lichaam tijdens het gebed in vlammen scheen gehuld. Hij stierf in de 4e eeuw op deze dag, die hij aan zijn leerling Gelasios had voorzegd.

De heilige Stefanos uit Constantinopel‚ had het kloosterleven bestudeerd in verschillende laura’s in Palestina. Daarna stichtte hij zelf een klooster in Bithynië bij Chalcedon, waar hij na een heilig leven ontslapen is in 716.

De heilige Felix van Nola, was de zoon van een Syrische soldaat, die gepensioneerd was in Nola, een stadje in de buurt van Napels. Na zijn priesterwijding trok hij tijdens de vervolging van Decius de aandacht van de autoriteiten door zijn herderlijk werk. Felix werd gevangen genomen, hevig gefolterd, en tenslotte gebonden neergeworpen op een hoop scherven. Toen hij in de nacht door een engel was bevrijd, ging hij op zoek naar Maximus, de bisschop van Nola, die zich voor de vervolging had verborgen. Hij vond hem in een schuur, doodziek en zonder enige verzorging. Felix bracht hem naar een huis waar vrienden van hem woonden, waar hij kon worden verpleegd, en trok toen haastig verder. Intussen was de ontsnapping van Felix ontdekt en werd intensief naar hem gezocht. Hij had zich verborgen in een vervallen gebouw waar een spin toen zulk een dicht net over de toegang weefde dat deze bouwval gewoon voorbijgelopen werd. Zo kon Felix na enige tijd, in het geheim zijn werk voortzetten. Na de dood van Maximus wilde de bevolking hem tot bisschop maken, maar Felix bleef weigeren en hield vast aan zijn werk als gewoon priester, geëerd om zijn goedheid en om het lijden dat hij had doorstaan. Hij is gestorven in 260 en zijn leven is ons verhaald door de beroemde heilige Paulinus van Nola.

Makrina in Pontus was een bekeerling van de heilige Gregorios de Wonderdoener. Zij is de grootmoeder van dat gezin van heiligen waarvan Basilius de Grote de beroemdste is, en waarin ook de andere heilige Makrina leefde. De Makrina van vandaag wordt daarom de Oude genoemd.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Jesaja, Sabbas, Mozes met zijn leerling Mozes, Jeremia, Paulos, Adam, Sergios, Domnus, Proclus, Hypatios, Isaak, Makarios‚ Elia, Benjamin, en Eusebios, enkelen van wie de namen behouden zijn gebleven van de grote groep monniken die op de Sinaï werden vermoord; en de martelares Agni die in een onderaardse kerker zonder enig licht gevangen gehouden werd tot zij gestorven is.

Eveneens op deze dag de gedachtenis van de heilige Neanadia, een maagd in Poitou, 5e eeuw; Firminus, bisschop van Mende, eind 3e eeuw; Datius, bisschop van Milaan, en Eufrasius, bisschop in Noord-Afrika.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.