vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   10 februari

De heilige Vladimir II en zijn moeder Anna, vorsten van Novgorod. De heilige Anna van Novgorod was de dochter van de Zweedse koning Olaf Sketkung die veel deed voor de verspreiding van het christendom in Scandinavië, en de vrome koningin Astrid. In Zweden was ze bekend als prinses Ingegärd Olafsdotter, en huwt met Jaroslav de Wijze, grootvorst van Kiev in 1016, die eerder gevlucht was naar Zweden, en verhuist dan naar Kiev. Haar huwelijk had het diplomatiek effect van verzoening tussen strijdende partijen. Na haar huwelijk draagt ze de Griekse versie van haar naam Irene, en blijft zich inzetten voor vrede. Ook verleent ze onderdak aan de verbannen zonen van de Britse koning Edmund, Edwin en Edmund, en aan de Noorse koning Olaf II en prins Magnus. Ze is de schoondochter van grootvorst en apostelgelijke Vladimir, de verlichter van Rusland. Op haar sterfbed wordt ze moniale met de naam Anna in het eerder door haar gestichte klooster in Kiev. Anna wordt ook herdacht op 4 oktober.

De heilige Joakim van Novgorod, afkomstig van Corfu, was in Constantinopel tot bisschop gewijd en moest Anna, de dochter van de keizer, naar Kiev begeleiden voor haar huwelijk met de Russische prins. Joakim werd als missiebisschop naar Novgorod gezonden en bouwde daar de eerste kerk, nog uit hout, toegewijd aan de heilige Wijsheid Gods (Sofia), een prachtig bouwwerk met dertien koepels. Hij stichtte scholen waar de kinderen tweetalig werden opgevoed: Russisch en Grieks. Na een bestuur van 38 jaar is hij heilig gestorven in 1030.

De heilige Lukas van Novgorod, zijn opvolger, was de eerste Rus die tot bisschop werd gewijd. Door hem werd de beroemde Sofia-kathedraal in Novgorod gewijd, die nog altijd bestaat (1051). Op een valse aanklacht van zijn dienaar werd hij drie jaar in Kiev vastgezet; daarna bleek zijn onschuld en reisde hij naar Novgorod terug, maar hij stierf onderweg, in 1058.

De heilige Germanos van Novgorod had in de nabijheid van Kiev een klooster gesticht, waar hij monnik was. in 1078 werd hij tot bisschop van Novgorod gewijd, dat hij achttien jaar bestuurd heeft, tot aan zijn dood in 1096. In dat jaar ging ook het klooster verloren, dat hij gebouwd had, door een inval van de Polovtsamen.

De heilige Gabriël van Novgorod, was een eeuw later de volgende heilige bisschop van die stad. Hij werd gewijd in 1187 en heeft slechts zeven jaar dit ambt vervuld.
Tijdens een processie met het heilig Kruis ontstond er een hevig onweer en de bliksem sloeg in de houten Gabriël-kathedraal, waarbij brand ontstond. Maar God beschermde de hiërarch en zijn kudde, er deden zich geen ongelukken voor en ook het kerkgebouw bleef verder onbeschadigd. Hij is gestorven in 1193.

De heilige Martyrios van Novgorod was zijn opvolger. Hij was abt van een door hem gesticht klooster in Staraja Russa en werd in Kiev tot aartsbisschop van Novgorod gewijd. In 1199 werd hij bij de vorst ontboden in Wladimir, maar de reeds hoogbejaarde Martyrios kon de vermoeienissen van de reis niet verdragen en stierf onderweg.

De heilige Antonios van Novgorod was monnik in het Chutinskiklooster voordat hij tot aartsbisschop van Novgorod werd gewijd, en daar zocht hij ook telkens zijn toevlucht wanneer hij door de voortdurende burgeroorlogen van de dertiende eeuw van zijn kathedra werd verdreven. Hij is daar ook gestorven, in 1231.

De heilige Basilios van Novgorod was priester van de kerk van de heilige Kosmas en Damianos in Novgorod, en om zijn heilig leven werd hij tot aartsbisschop van de stad gewijd. Hij leefde in de tijd van de grote pestepidemie, welke onder de naam ‘de zwarte dood’ geheel Europa teisterde en op veel plaatsen de bevolking decimeerde. Toen de ziekte vanuit het westen Rusland bereikte, was Basilios naar Pskov gereisd om de bevolking bij te staan in hun nood. Hij werd daar besmet en is op de terugreis naar Novgorod gestorven, in 1352.

De heilige Simeon van Novgorod was evenals zijn voorganger, de heilige Antonios, een monnik van het Chutinskiklooster. Hij was iemand die door zijn heilig leven en zijn grote toegankelijkheid het vertrouwen van het volk had weten te winnen. Dit kwam op bijzondere wijze tot uiting tijdens het grote oproer van 1418. Hij riep toen de gehele geestelijkheid bijeen in de Sofia-kathedraal en hield een grote processie met de heilige iconen. Zo trok hij midden door de strijdende partijen, biddend onder tranen, en naar beide zijden zegenend met het heilig Kruis. Door deze onderbreking kalmeerden de strijdlust en de verhitte gemoederen, het verstand keerde terug en men kwam met elkaar tot overeenstemming. Drie jaar later is hij gestorven, in 1421.

De heilige Longinos van Korjasj was een monnik die zich door zijn ascese onderscheidde in het Obnorski-klooster. Hij werd later uitgezonden om een klooster te stichten aan de mond van de Korjasjrivier in 1535. Vijf jaar is hij daar hegoemen geweest, tot aan zijn dood in 1540.

De heilige Charalampos van Magnesia‚ aan de Meander-rivier in Klein-Azië, niet ver van Antiochië. Hij was bisschop van de stad en reeds 113 jaar oud toen hij onder Severus zwaar gemarteld werd. Toen hem de stukken vlees van het lichaam werden gescheurd, riep hij tot de beulen: ‘lk dank jullie, broeders, dat je me ontdoet van de oude mens en daardoor mijn ziel vernieuwt voor het eeuwige leven’. Om de onzegbare moed waarmee hij de verschrikkelijke kwellingen doorstond en wegens de wonderen die daarbij geschiedden, bekeerden zich zelfs twee van zijn beulen, Porfyrios en Baptos, en drie vrouwen, die er ook getuige van waren geweest. Zij beleden dat zij in Christus wilden geloven en werden toen onthoofd, in het jaar 202.
(2 Tim. 2: 1-10; Joh. 15: 17-27, 16: 1-2).

De heilige Prochoros van Smolensk was monnik geworden in het Holenklooster van Kiev. Hij had blijkbaar een wetenschappelijke aanleg waardoor hij systematisch experimenten deed. Zo wist hij tijdens de grote armoede zout te extraheren uit as, en hij deelde voedsel uit doordat hij erin slaagde eetbaar brood te bereiden uit de zaden van bepaalde wilde planten, zoals hij dat voor zichzelf, uit ascese, reeds lang had gedaan. Wanneer de mensen het zelf beproefden te maken, dan was het product hoogst onsmakelijk, maar Prochoros had voor deze dingen een door God gezegende hand en zo kon hij daadwerkelijk hulp bieden. Hij is gestorven in 1107.

De heilige Ennatha van Gaza en Valentina van Caesarea werden als christen aangebracht. Ennatha beleed openlijk haar geloof en werd zwaar gefolterd. Toen vatte ook Valentina moed en verklaarde eveneens christen te zijn. Zij werden toen gezamenlijk aan de martelingen onderworpen totdat zij stierven. Men hen leed ook Paulos, die de folteringen wel doorstond maar afgemaakt werd met het zwaard, in 308.

De heilige Erlulphus, bisschop van Verden (Saksen). Hij behoorde tot de Schotse missionarissen, die na de overwinning van Karel de Grote over de Saksen, naar Duitsland waren gekomen om er het Evangelie te verkondigen. Zijn brandende ijver bracht grote aantallen heidenen de kerk van Christus binnen en hij werd daarom bisschop gewijd met Verden als zetel. Hij vervulde dit ambt met grote toewijding, zodat de invloed van het heidendom zienderogen achteruitging. Een nationalistische groepering kwam hiertegen in opstand. Zij overvielen de bisschop op een van zijn missiereizen en doodden hem in 830, in Eppokstorp.

De heilige Zenon was koerier in het leger van Valens, en in die functie doorkruiste hij het Midden-Oosten en op zijn vaak eenzame tochten had hij gelegenheid om na te denken en zo ontwaakte in hem de roeping tot een aan God gewijd leven. Hij trok zich terug op een berg bij Antiochië, waar hij als kluizenaar een streng ascetisch leven leidde. Hij had zichzelf tot regel gesteld om altijd zelf zijn drinkwater te gaan halen bij de moeilijk bereikbare bron. Hij had slechts één oude rjassa, die hij altijd droeg, en hij sliep op een handvol stro op de harde rotsbodem. Eten deed hij slechts om de andere dag, wat brood dat hem door een vriend werd gebracht. ‘s Zondags ging hij naar de kerk voor de heilige Communie. En hij leende telkens één boek dat hij ruilde wanneer hij het van voor tot achter bestudeerd had. Zo is hij in vrede gestorven.

De heilige Zuwarda heeft de eerste kerk gebouwd van Dordrecht. Zij werd door dieven vermoord, die meenden dat zij een grote schat bezat om die bouw te bekostigen, maar ze vonden slechts drie stuivers. Het verhaal gaat dat dit ook werkelijk haar gehele bezit was, maar dat dit geld telkens weer in haar beurs kwam wanneer zij de arbeiders had uitbetaald.

De heilige Austreberta, abdis, werd geboren in 630 in Terouane, een stad van Artois, uit een grafelijk geslacht. Van jongsaf was zij van plan moniale te worden, en toen haar ouders, terwijl ze nog een jong meisje was, een huwelijk voor haar beraamden, ging ze naar de heilige Omer, de bisschop van de stad, om de zaak te bespreken. Deze overtuigde zich van haar oprechte gezindheid en standvastigheid, nam haar de gelofte van maagdelijkheid af en gaf haar de sluier. Zo kwam zij bij haar ouders terug.
Dezen legden zich neer bij het voldongen feit en stelden haar in staat om thuis een religieus leven te leiden. Tegen dat ze volwassen werd, deed zij in overleg met hen de erop volgende geloften van armoede en gehoorzaamheid in de abdij van Port aan de Somme, niet ver van Abbeville. Zij richtte al haar energie op het kloosterleven, zocht nooit enige bevrediging voor zichzelf en behandelde zelfs de jongste zusters met grote eerbied. Het feit dat zij later tot priores gekozen werd, bracht geen enkele verandering in deze houding.
Toen in Pavilly een nieuw klooster was gesticht, werd Austreberta met grote moeite overgehaald om daar abdis te worden. Zij werd gewijd door de heilige Ouen en begon toen vol energie aan de heiliging van zichzelf en van de monialen die aan haar zorg waren toevertrouwd. Hoe hard zij ook voor zichzelf was, haar zusters leidde zij met zachte goedheid. Van anderen vroeg zij slechts wat zij zelf in nog veel sterkere mate beoefende. En waar mogelijk beoefende ze nog steeds de gehoorzaamheid. Daarover vertelt een typerende anekdote:
Men stond daar te middernacht op voor het nachtofficie en ging dan weer slapen. Na afloop van de dienst was Austreberta op een keer nog een tijdlang in de kerk blijven bidden, zodat de zusters reeds ingeslapen waren toen zij zich door de slaapzaal naar haar cel begaf. In het donker stootte zij ergens tegenaan, zodat de priores wakker werd. Deze dacht dat een van de novicen lastig was en zei kwaad dat ze maar moest gaan bidden bij het kruis op de gang. De abdis deed zoals haar gezegd werd, en de volgende morgen vonden de zusters haar aan de voet van het kruis.
Onder zulk een leiding kwam het klooster tot grote bloei. Van alle kanten bracht men kinderen om ze te doen opvoeden onder de leiding van deze heilige abdis, en veel vrouwen verzochten te mogen intreden. Zo voleindigde Austreberta een vruchtbaar leven. Zij werd getroffen door een hevige ziekte, liet zich nog eenmaal naar de kapittelzaal dragen voor een laatste toespraak tot haar monialen, en gaf zich verder geheel over aan het gebed. Zo is zij in vrede gestorven in 703.

De heilige Scholastica, een lieflijke figuur, de tweelingzuster van de heilige Benedictus, de monniksvader van het Westen. Dit verklaart wel de sterke aanhankelijkheid welke tussen hen beiden bleef bestaan in hun gehele leven. in navolging van haar broer was ook zij van jongaf in het klooster gegaan, eerst in Subiaco en later in de buurt van Montecassino, waar eigenlijk het eerste benedictinessenklooster ontstond omdat zij ook daar volgens de regel van Benedictus leefden.
Eens per jaar kwam zij haar broer bezoeken. Lager op de berg, buiten de muur van de abdij, was het vrouwengastenverblijf, waar zij dan logeerde. Benedictus kwam haar daar opzoeken met enkele van zijn monniken, en zij brachten dan de dag door met ernstige gesprekken en gezamenlijk gebed. Zo waren zij eens in een geestelijk gesprek verdiept, maar Benedictus wilde dit afbreken om op tijd voor de vespers terug te zijn. Scholastica wilde hem overhalen om dit gesprek in de nacht voort te zetten, maar voor de regelgetrouwe Benedictus was dit onmogelijk. Bedroefd boog Scholastica het hoofd in de handen om haar wens aan God voor te leggen, en volkomen onverwacht barstte er uit heldere hemel zulk een heftig onweer los dat het geheel onmogelijk was om het rotsachtige pad omhoog te beklimmen, en daarna werd hij door de invallende nacht daarin verhinderd. Zo was hij dus gedwongen de nacht bij zijn zuster door te brengen.
Heel menselijk was de reactie van Benedictus toen zij haar betraand gelaat ophief bij het horen van de neerstromende regen: ‘God beware me, zus, wat heb je nu gedaan!’ En haar kalme antwoord: ‘lk heb het eerst aan jou gevraagd, maar je wilde niet luisteren, toen heb ik het aan mijn Meester gevraagd, en Hij heeft mij wel verhoord. Ga maar naar jullie klooster als je daar kans toe ziet’. Zo was in vervulling gegaan wat SchoIastica’s laatste wens bleek te zijn, want drie dagen na haar terugkeer in haar eigen klooster, is zij gestorven, 543.

De heilige Soteria, maagd-martelares, uit een adellijk geslacht, waaruit ook de heilige Ambrosius zou stammen, zoals hij trots vermeldt. Toen het edict afkwam van Diokletiaan tegen de christenen, werd ook Soteria gearresteerd. Haar voorvaderen waren consul en prefect van Rome geweest, en daarom werd zij na haar aanhouding als christen nog met enige beleefdheid behandeld. Maar toen zij bleef weigeren om aan de afgoden te offeren, werd zij lange tijd met geweld in het gezicht geslagen. Maar zij antwoordde dat zij verheugd was hetzelfde te mogen ondergaan als onze Verlosser. Daarop volgden steeds heviger folteringen, maar zij verdroeg alles zonder een klacht te uiten. Toen dit indruk begon te maken op de aanwezigen liet de magistraat haar onthoofden, in het begin van de vierde eeuw.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Zoticus, Ireneus, Hyacinthus en Amantius, die geleden hebben in Rome.

Eveneens op deze dag de heilige Anastasios van Jeruzalem, aartsbisschop van 458 tot 478; Sigon, bisschop van Clermont, 873; Silvanus, bisschop van Campanië; en Wilhelmus, een monnik die als kluizenaar leefde in de omtrek van Siéna.

Dan is er nog de eigenaardige gebeurtenis van een Italiaanse dominikaan, die in Griekenland door de Turken om het geloof ter dood is gebracht. Het betreft de monnik Alessandro Baldrati van het klooster in Bologna. Na tien jaar daar te hebben doorgebracht, werd hij door een depressie getroffen; hij ontvluchtte het klooster en als bedelmonnik kreeg hij van elke vervoerder een lift. Zo kwam hij zelfs in Constantinopel terecht. Daar hoorde hij dat er een dominikanenklooster bestond op het eiland Chios en hij vertrok dus daarheen. Het geval werd gemeld aan het moederhuis en er kwam bevel dat Alessandro moest terugkeren. Daarop raakte deze weer geheel in paniek: hij liep schreeuwend over de straat en riep dat de paters hem wilden verbranden, en hij smeekte de Turken hem te beschermen. Dezen brachten hem naar de kadi die hem uitnodigde om dan Turk te worden. Maar dat was helemaal de bedoeling niet en Alessandro zei dat hij christen was en christen bleef en niets met Mohammed te maken wilde hebben. Daarop werd hij tot de vuurdood veroordeeld, en werd dus inderdaad verbrand, zij het niet door de paters. Bij zijn terechtstelling was een grote menigte aanwezig van christenen, Turken en joden. En zowel de Grieken als de Latijnen beijverden zich om de relieken te verzamelen van deze martelaar voor Christus.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.