vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   14 februari

De heilige Cyrillos, die vroeger Constantijn heette, was de jongere broer van de heilige Methodios, met wie hij heeft samengewerkt bij de bekering van de Slavische volkeren. Ze stamden uit Thessalonica, de hoofdstad van Macedonië, waar hun Bulgaarse ouders zich hadden gevestigd.
Toen Constantijn 14 jaar oud was, werd hij de speelgenoot en studievriend van de keizerszoon Michaël. Naast Grieks, Latijn en Syrisch studeerde hij met bijzondere voorliefde filosofie, en kreeg vandaar ook de bijnaam ‘de filosoof’, als het studiehoofd van de familie.
Na afloop van zijn studie voltooide hij zijn geestelijke opvoeding als monnik in een klooster. Hij werd weer naar de stad teruggezonden, waar hij priester werd gewijd en aangesteld tot hoofd van de bibliotheek van de Sofia-kathedraal, en tot filosofieprofessor aan de universiteit. Daarbij hield hij, in opdracht van de keizer en van de patriarch, disputen over de iconenverering, waaraan niet alleen de iconoclasten maar ook de moslims deelnamen.
Maar zijn hart trok naar de eenzaamheid, en zodra de gelegenheid zich voordeed, trok hij met zijn broer Methodios naar de Olymposberg. Dit mocht echter slechts kort duren. In 857 kwam een gezantschap der Chazaren bij keizer Michaël en vroeg om leraren in het ware geloof. Gezien hun afkomst, persoonlijkheid, toewijding en geleerdheid waren deze twee de aangewezen mannen voor dit werk. Zij staken de Zwarte Zee over naar het reeds bekeerde Cherson om geheel vertrouwd te raken met de taal.
Uit de martelaarsakten wisten zij dat de heilige Clemens hier gestorven was. Samen met de bisschop van de plaats wisten zij het kostbaar gebeente te vinden en ze gaven het een eervolle bijzetting in de kerk der heilige apostelen.
Nadat zij de taal weer machtig waren, staken zij de Zee van Azov over en begonnen hun missietochten in het Wolgagebied tot aan de Kaspische Zee en de Kaukasus. Dit werk had groot succes. De vorst der Chazaren, met zijn raad en een groot deel van het volk, kwam tot Christus en liet zich dopen. Cyrillos en Methodios sloegen alle aangeboden geschenken af, maar vroegen om vrijlating van de Griekse krijgsgevangenen. Zo bracht men een gezelschap van tweehonderd vrijgelatenen mee naar Constantinopel, tot ieders grote vreugde.
In 860 volgde een soortgelijke reis naar Bulgarije, waar koning Boris de doop ontving. Twee jaar later volgden nog twee vorsten van Moravië dit voorbeeld. Er kwam steeds meer behoefte aan regelmatig onderricht bij een volk dat nog geheel analfabeet was. De twee gebroeders stelden daarom een uitgebreid alfabet samen om de ingewikkelde Slavische klanken weer te geven, en nu schreven zij het Evangelie, de Apostel, de Psalmen en het Dienstenboek, zodat de eredienst in het Slavisch kon worden gehouden.
Dit werk had hen beroemd gemaakt door heel Europa en paus Adriaan II nodigde de beide apostelen uit om naar Rome te komen, waar zij met grote eer ontvangen werden, en waar de paus Methodios persoonlijk tot priester wijdde. Er ontstonden echter allerlei moeilijkheden door aanklachten van de kant van de Duitse geestelijkheid, die het Russische rijk als hun missiegebied beschouwde, dat ze wilden Latiniseren.
Constantijn, die reeds geheel uitgeput was door de onvoorstelbare inspanningen van de voorafgaande jaren, kon deze last niet meer dragen. Hij werd dodelijk ziek, nam het grote schima aan met de naam Cyrillos, en zorgde dat Methodios werd aangesteld tot bisschop voor de Slavische volkeren. Toen stierf hij in 869, nauwelijks 42 jaar oud. Hij werd begraven in de kerk van de heilige Clemens, waar hij ook het door hem meegebrachte deel der relieken had neergelegd.

De heilige Maron de Syriër was een kluizenaar die werkte op de top van de Kyronberg, bijna altijd blootgesteld aan de open lucht. Hij had wel een geitenharen tent, maar maakte daarvan slechts gebruik wanneer hij werkelijk ziek was. Op zijn zwerftochten over de berg vond hij een oude afgodstempel, die hij toewijdde aan de ware God. Hij leefde daar onder gebed en vasten, en er ging een roep van hem uit, zodat velen daarheen kwamen om onder zijn leiding het geestelijk leven te Ieren. Hij werd ook priester gewijd, in 405, en wijdde zich toen nog vuriger aan het onophoudelijk gebed. Er kwamen steeds meer leerlingen om onder zijn leiding te leven, en zo ontstonden er verschillende kloosters en kluizenarijen; ook de beroemde heilige Jakobos van Syrië was een van zijn leerlingen, en de heilige Johannes Chrysostomos was een van zijn vrienden. Hij is in vrede gestorven, na een ziekte van enkele dagen, in 433.

De heilige Auxentios was afkomstig uit Syrië, maar als jongeman kwam hij al naar Constantinopel, waar hij een goede positie kreeg aan het hof van keizer Theodosios de Jongere. Daar kwam hij in aanraking met de econoom van de Grote Kerk, de heilige Markianos (10 januari), een priester met grote geestelijke gaven. Hij hielp deze met zijn veelvuldige goede werken, en legde zich toe op het bestuderen van de Heilige Schrift, maar langzamerhand wist hij zich geroepen tot een meer beschouwend leven. Hij werd monnik, ging naar Bythinië en vestigde zich op de Oxiaberg, niet ver van Chalcedon.
Hij deed zijn lichaam geweld aan en richtte zijn geest volkomen op God; maar tegelijk groeide in hem een grote liefde voor de mensen en een diepe bewogenheid met hun noden. Zo werd hij eens gevonden door een groep herders, die op zoek waren naar afgedwaald vee. Als vanzelfsprekend vertelde hij hun waar ze hun dieren konden vinden, ver weg, aan de andere kant van de berg. Toen die daar inderdaad werden aangetroffen, vertelden de verbaasde herders vol bewondering aan iedereen dat er een heilige was komen wonen op de berg. Mensen kwamen eerst uit nieuwsgierigheid, maar al spoedig kwamen zij om raad te vragen in allerlei soorten moeilijkheden, en het bleek dat het gebed van Auxentios vaak op wonderbare wijze werd verhoord.
Om zijn wijsheid, zijn naar buiten stralende liefde tot God, en zijn onwankelbare gehechtheid aan het orthodox geloof, werd hij geroepen om aanwezig te zijn op het 4e oecumenisch concilie van Chalcedon, waar hij getuigenis aflegde tegen de aanhangers van Eutyches en Nestorios.
Teruggekeerd in zijn cel opende hij in 459 plotseling de deur en riep tot zijn leerlingen dat de grote Simeon (de zuilheilige) zojuist ontslapen was. Uit latere berichten bleek dit de nauwkeurige waarheid te zijn.
God had hem de gave van wonderbaarlijke genezingen verleend, en veel blinden, melaatsen, verlamden en bezetenen werden door hem genezen. Maar hij poogde altijd zijn gave te verbergen. Wanneer men hem vroeg om zijn gebed dan wees hij het af met de woorden dat hij maar een zondig mens was. Na sterk aandringen vroeg hij aan alle aanwezigen om rond de zieke te komen staan en gezamenlijk te bidden, want God zou hun geloof verhoren.
Zo werd hij de geestelijke vader van heel Bythinië: veel zielen zijn door hem tot inkeer gekomen en vaak werden door zulke bekeerlingen weer kloosters gesticht met zegen van Auxentios, die ze daardoor onder de bescherming bracht van zijn gebed. Hij stierf in hoge ouderdom in 470, en liet zulk een indruk na dat de Oxiaberg sindsdien de Auxentiosberg heet.

De heilige Abraäm van Haran was opgevoed in de stad Kyron en werkte als hesychast en asceet op de berg Libanon. Eens hoorde hij dat er in de Libanon nog een heidense stad was. Hij wilde daar Christus prediken en werd daarom gevangen genomen en mishandeld, terwijl hem een verder verblijf werd ontzegd. Hij liet zich echter niet verjagen, maar kwam met kracht op voor een arme groep die zwaar te lijden had van drukkende belastingmaatregelen. Dit maakte zoveel indruk dat het bestuur van de stad hem daar wilde behouden. Velen werden zelfs christen en er werd een kerk gebouwd waarvan Abraäm de priester was. Na drie jaar vond hij dat zijn missiewerk tot een bevredigend begin had geleid en dat anderen zijn taak konden overnemen. Daarom keerde hij terug naar zijn kluis bij Kyron. Maar zijn rust duurde niet heel lang, opnieuw kwam de roep om de Kerk bij te staan. Hij werd tot bisschop van Haran gekozen, waar hij zich zulk een goede naam verwierf. dat de keizer hem uitnodigde naar Constantinopel te komen, omdat hij hem graag wilde raadplegen. Abraäm gaf hieraan gehoor, maar de reis in het ongunstige jaargetijde had teveel gevergd van zijn verwaarloosd lichaam. Hij werd ziek en stierf kort daarna. In een plechtige processie heeft de keizer, Theodosios de Jongere, het lichaam toen naar Kyron begeleid.

De heilige Antoninus leefde in de streek van Napels in de door oorlogen geteisterde 8e eeuw. Tijdelijk verbleef hij in Stabies, waar hij grote diensten kon bewijzen aan de bisschop, maar daarna keerde hij weer terug naar zijn abdij van de heilige Agripinos te Sorrento, waar hij tot abt werd gekozen. Zij leefden daar volgens de regel van het grote Monte Cassino-klooster, en onder zijn leiding werd gestreefd naar een steeds grotere heiligheid. Daar is hij gestorven in 830.

De heilige lsaäkios de Recluus van het Holenklooster in Kiev, was eerst een rijke koopman geweest in Toropez bij Pskov. Toen hij hoorde verhalen over de door God gezegende Antonios in het Holenklooster, werd hij gegrepen door het verlangen om heel zijn leven aan God te wijden. Hij verdeelde toen zijn groot vermogen onder de armen en trok naar Kiev. Daar ontving hij de monnikswijding uit de hand van Antonios en hij sloot zich bij de monniken aan. In zijn vurigheid streefde hij echter naar nog strengere ascese. Hij metselde zichzelf in, in een van de holen van de steile oever van de Dnjepr, zeven jaar lang, terwijl de heilige Antonios hem om de andere dag een grote prosfora bracht. Toen wisten de demonen hem te bedriegen doordat hij niet nauwlettend genoeg acht gaf op de deemoed en het kwam tot een zware crisis met ernstige lichamelijke gevolgen. De monniken vonden hem vrijwel buiten kennis en brachten hem naar het klooster, waar hij twee en een half jaar geheel verzorgd moest worden eer hij weer langzaam op krachten kwam.
Nu bleef lsaäkios in het klooster en deed deemoedig al het zware werk samen met de broeders. Langzamerhand kregen dezen steeds meer bewondering voor hem, zodat lsaäkios opnieuw in verzoeking kwam. Hij begon zich toen als een dwaas te gedragen om zich daartegen te verdedigen. Daardoor kreeg hij zichzelf met Gods hulp zozeer in de hand dat hij niet meer onredelijk bevreesd was voor de demonen. Hij keerde terug naar de grot en streed met nog zwaardere ascese.
Tenslotte namen zijn lichaamskrachten af, hij raakte geheel uitgeput en werd ziek, zodat hij opnieuw naar het klooster gebracht moest worden. Maar nu kwam na acht dagen zijn zalig uiteinde, waarna bij in zijn grot begraven werd, in 1090.

De heilige Nikolaas uit de Peloponnesos stamde uit een arme familie. Hij werd bediende bij een koopman, en door zijn trouw en zijn helder verstand kreeg hij een steeds betere positie. Tenslotte werd hij zelfstandig handelaar en kwam in goede doen. Hij was een vroom christen, kreeg een vrouw en kinderen die van hem hielden en leidde een gelukkig leven. Dit wekte echter de naijver op van enkeleTurkse concurrenten, en nadat Nikolaas een belangrijke transactie had afgesloten, klaagden ze hem aan dat hij Mohammed had beledigd. Toen werd Nikolaas gevangen naar Constantinopel gebracht, waar hij terecht moest staan. Voor de rechter beleed hij zijn geloof in Christus en sprak nu inderdaad over Mohammed als een valse profeet. Nu werd hij onmenselijk geslagen en weer in de gevangenis geworpen, waar men hem drie dagen liet liggen. Toen werd hij weer verhoord en opnieuw voor de keus gesteld: de islam aannemen of de marteldood. Met een ketting om de hals werd hij door de stad naar de renbaan gesleurd, waar zijn lichaam deel voor deel verbrand werd. Na een uren durende marteling werd hij tenslotte onthoofd, in 1554.

De heilige Valentinus was bisschop van Terni en behoorde tot een groep martelaren die te Rome hun getuigenis hebben afgelegd. Zij waren vermoedelijk van Perzische afkomst maar er is verder niet veel over bekend. Wel bestond reeds in de vierde eeuw in Rome een kerk die aan de heilige Valentinus was toegewijd. Hij gold als beschermheilige tegen de vallende ziekte.

De heilige Bruno, missiebisschop in Oost-Pruisen, was een monnik van Maagdenburg. Nadat de heilige Adalbert, bisschop van Praag, gedood was op zijn missiereis in Litauen, nam Bruno zijn taak over in 997. Met een groep van 18 monniken trok hij erheen na de bisschopswijding te hebben ontvangen, maar hun komst wekte de woede der heidenen op: zij overvielen de groep en brachten allen op wrede wijze om het leven in 1008.

De heilige Conran, bisschop van Orkney, de eilanden ten noorden van Schotland. Hij onderscheidde zich door een stralende onschuld, door zijn gestrenge levenswijze en door zijn grote ijver voor de aan hem toevertrouwde mensen. In de tijd voor de hervorming behoorde hij tot de meest gevierde heiligen van Schotland.

De heilige Damianos kwam uit een vroom gezin en ging al vroeg naar de Athos waar hij monnik werd in het Filotheou-klooster. Toen hij geoefend was, trok hij naar het verlaten gebied waar hij een andere asceet, Dometios, aantrof, met wie hij drie jaar samenleefde.
Toen groeide in hem de overtuiging dat dit leven toch te zeer in zichzelf besloten bleef; hij hoorde innerlijk een stem die hem zei: Damianios‚ zoek niet alleen je eigen belang, maar ook dat van anderen. Hij verliet de Athos en ging preken in de dorpen rond de Olymposberg, want in die tijd van de Turkse overheersing waren er niet genoeg priesters om de mensen te helpen. Ook ging hij preken in de streek van Kissavon en Larissa, maar de mensen vertrouwden hem niet en sommigen meenden met een bedrieger te doen te hebben; men wist niet goed raad met het zwervend leven dat hij leidde.
Daarom keerde hij terug naar Kissavon waar hij een klooster stichtte van de heilige Johannes de Doper. Daar leefde hij met andere monniken in gebed, en nu kwamen de mensen naar hem toe om naar hem te luisteren. Dat viel niet in goede aarde bij de Turken. Zij namen hem gevangen en brachten hem bij de bevelhebber van Larissa met de beschuldiging dat hij de mensen sterkte in hun geloof en hen zo afhield van de islam. Nu werd hij wekenlang gekweld, daarna opgehangen en weer losgesneden en tenslotte verbrand, in 1586.

De heilige Georgios uit Mitylene was een kleermaker die uit afgunst werd aangeklaagd. Hij werd toen voor de keus gesteld de islam aan te nemen of gedood te worden. Hij bleef standvastig en werd met het zwaard gedood in Constantinopel, in 1693.

De heilige Valentinus, priester-martelaar, stelde zich in Rome geheel in dienst van de gevangen christenen. Hij werd toen ook zelf gearresteerd en voor de prefect geleid, die hem vergeefs poogde over te halen het geloof te verloochenen. Hij werd toen wreed geslagen en tenslotte te middernacht uit de gevangenis gehaald en onthoofd, in het jaar 270.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Vitalis, Felicula en Zeno in Rome; de priester Cyrion, de lector Bassianus, de exorcist Agathon en de dienaar Gods Moyses, die in Alexandrië de vuurdood moesten ondergaan; daar ook Dionysios en Ammonios, die onthoofd zijn, terwijl Bassus, Antonius en Protolicus in zee werden verdronken; te Terni Proculus, Ephebus en Apollonius, die gevangen genomen werden terwijl zij een nachtwake hielden op het graf van de priester Valentinus, en die daarna werden onthoofd; en Filemon, bisschop van Gaza.

Eveneens op deze dag de heilige Liënus, priester te Poitiers, 4e eeuw; Ragnobert, bisschop van Autun, rond 660; en Eleuchadius, bisschop van Ravenna.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.