vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   17 februari

De heilige Polychronios, bisschop van Babylon, met de priesters Parmenias, Elymas en Chrysothelos, en de diakens Lukas en Mukios, die na de verovering van de stad door de Romeinen in 251 gevangen genomen waren als aanvoerders der christenen. Er werd een tempel voor Saturnus opgericht met een verguld gipsen afgodsbeeld, zeggen de oude martelaarsakten. Toen werden zij opnieuw voorgeleid en de rechter vroeg: Gij zijt dus de godslasterlijke Polychronios, die niet de wetten wilt houden van de goden van de keizer!’ Maar Polychronios gaf geen antwoord. Toen richtte de ondervrager zich tot de anderen: Uw aanvoerder durft niets te zeggen’. Toen sprak de oudste priester, Parmenias: ‘Hij wil zijn mond niet smerig maken want hij onderhoudt het gebod van onze Heer". Werp uw parels niet voor de zwijnen. Vindt ge het passend dat iets wat gereinigd is, bevuild wordt met mest?’ ‘Wij zijn dus mest? Snijdt ze hun tong uit!’

Daarna werden ze nogmaals aangedreven om de goden te offeren, en op hun weigering met stenen doodgeslagen.

De heilige Auxibios, bisschop van Soli (of Solias, nu Lerka) op Cyprus. Hij was een Romein die na de dood van de apostel Barnabas door de heilige Markos priester was gewijd voor Soli, in het noorden van het eiland. Hij predikte daar het geloof en wist onder andere een afgodspriester te bekeren. Johannes Markos ging verslag uitbrengen bij de heilige Paulos, en op diens voorstel werd Auxibios bisschop gewijd. Na dit ambt 50 jaar te hebben vervuld, is hij hoogbejaard in vrede gestorven, in 102.

De heilige Theodoros Tyron leefde omstreeks 300; hij was afkomstig uit Kappadocië en diende bij het keurleger van de Tyronen. Toen hij eens standplaats had in de stad der Euchaïten, waar hij bij de bevolking een goede naam gekregen had door zijn rustig en evenwichtig optreden, beklaagde men zich bij hem over het levensgevaarlijke nabijgelegen woud, waar een agressief verscheurend dier huisde. Theodoros ging erop af en wist met levensgevaar het ondier te doden.
Als christen vroeg hij zich af of hij niet evenveel moed moest opbrengen om het onzichtbare monster, de duivel, te overwinnen. Hij besloot daarom zijn leven in te zetten voor Christus: hij weigerde aan de afgoden te offeren, beleed christen te zijn en spoorde vele anderen aan zijn voorbeeld te volgen. Om de onmacht der afgoden te demonstreren stak hij openlijk het heiligdom van de godin Rea in brand.
Hierna werd hij gevangen genomen en tot de vuurdood veroordeeld. In een visioen verscheen Christus hem en sprak hem moed in. Onder gebed en met lofhymnen beklom hij vrijwillig de brandstapel in 308; de vlammen doodden hem maar beschadigden zijn lichaam niet. Een vrouw uit de stad gaf geld voor zijn lichaam en bracht dit naar de kerk, waar het met veel eer begraven werd. Het graf werd een bedevaartplaats waar veel wonderen gebeurden. Zijn naam is ook verbonden aan het gebruik van de kolyva op de eerste zaterdag van de vasten.

De heilige Hermogenes, patriarch van Moskou en geheel Rusland. Hij was geestelijk schrijver, theoloog, biograaf van heiligen, historicus, publicist. Bovendien was hij een geestelijke leidsman voor velen, een starets, een krachtige figuur in een tijd van beroeringen, een vurige verdediger van de orthodoxie, een redder van Rusland en tenslotte een martelaar. Tijdgenoten roemden zijn wijsheid, zijn intelligentie, zijn diepe begrip en zijn helder verstand. Hij had een diep inzicht in de dingen die hij ondernam en die hij moest regelen. Zijn opvoeding en zijn voortdurende studie maakten hem tot een van de meest ontwikkelden van zijn tijd. Bij dit alles was hij begiftigd met groot literair talent.
Hij was zich van dit alles bewust en voelde diep de verantwoordelijkheid voor het gebruik van deze, hem door God toevertrouwde talenten. En behalve door zijn publikaties oefende hij invloed uit door een uitgebreide briefwisseling. Hij was geboren rond 1530 en op vijftigjarige leeftijd schreef hij zijn eerste grotere werk over de verschijning van de Moeder Gods icoon te Kazan, die een jaar tevoren, in 1579, had plaatsgegrepen. Verder schreef hij de levens van de heilige bisschoppen van Kazan, zijn eigen stad. Hij schrijft levendig, neemt afstand van de sinds enkele eeuwen ingevoerde schetsmatigheid in de hagiografie en vermeldt niet alleen de gebeurtenissen maar brengt ze ook in logisch verband met de omstandigheden.
In 1606, toen hij dus reeds meer dan 70 jaar oud was, werd Hermogenes tot patriarch gekozen in een tijd dat Rusland in grote nood verkeerde door de voortdurende invallen van Polen en Litauers. Hij trachtte verzoenend op te treden, maar zes jaar later werd hij zelf een slachtoffer van de troebelen en daardoor eindigde hij zijn leven als martelaar, in 1612.

De heilige Mariamna was de zuster van de apostel Filippos en zij vergezelde hem op zijn missiereizen, tezamen met de apostel Bartholomeos. Zij trokken eerst naar Hiërapolis in Frygië, waar zij een heilige slang die daar vereerd werd, uit zijn heiligdom verjoegen. Het woedende volk viel hen aan en hing Filippos op aan een van de tempelzuilen, maar toen ontstond er zulk een schrikwekkende aardbeving dat zij de beide anderen met rust lieten. Bartholomeos en Mariamna begroeven Filippos en trokken verder naar Indië. Mariamna keerde echter terug voor de prediking van het Evangelie in Lykaonië, en daar is zij in vrede ontslapen.

De heilige Markianos met zijn vrouw Pulcheria, de zuster van Theodosios de Jongere die in 438 de relieken van de heilige Johannes Chrysostomos met grote praal naar Constantinopel had teruggebracht. Ook Pulcheria had bij de kist vergeving gevraagd voor de misdaad van hun ouders. Markianos regeerde als keizer van het byzantijnse rijk van, 450 tot 457. In 451 vond het 4e oecumenische concilie plaats te Chalcedon, waar de ketterij van Eutyches veroordeeld werd (zie 16 juli).
Pulcheria was na de dood van de zwakke Theodosios de erfgename van de troon. Zij had van jongsaf de gelofte afgelegd als maagd te leven, maar omdat ze inzag dat de grote problemen van het rijk een sterke bestuurder nodig maakten, trad ze in het huwelijk met Markianos, die eveneens de kuisheidsgelofte had afgelegd. Ze zouden hun geloften niet breken en toch samen regeren.
Het door hen bijeengeroepen concilie kon in het begin niet tot overeenstemming komen. Zij wilden geen druk uitoefenen, zoals in Efese gebeurd was, en besloten toen een duidelijk teken van God te vragen. In die tijd werd de heilige Eufemia hoog vereerd. Men bracht de kist met haar relieken in de vergaderzaal, en daarin werden twee rollen met de verschillende geloofsbelijdenissen neergelegd. De kist werd verzegeld, en men bleef daarbij gedurende drie dagen en nachten onder vasten en gebed. Daarna werd de schrijn geopend. De rol met de monofysitische belijdenis lag toen onder haar voeten, maar de geloofsbelijdenis van Nicea hield zij in haar hand. Hierdoor werden allen overtuigd, en de orthodoxie werd plechtig bezegeld.
Zo keerde eindelijk de rust terug in de kerk en ook de andere moeilijkheden konden ter hand worden genomen. De Hunnen, die onder Atilla waren binnengevallen, werden verdreven. Er werden ziekenhuizen ingericht en kerken gebouwd, onder andere de beroemde kerk van de Moeder Gods van Blacherna. Daar werd onder andere de gordel van de heilige Moeder Gods bewaard en de niet met handen gemaakte icoon van de Verlosser (mandilion). Markianos en Pulcheria namen deel aan de noden van het volk en vergezelden hen te voet bij de processies en gaven zo in elk opzicht het voorbeeld van een christelijke regeerder. Pulcheria stierf reeds in 453 (10 september), en Markianos op deze dag in 457.

De heilige Theodoros de nieuwe martelaar was in 1774 geboren in een voorstad van Constantinopel. Hij was een schilder die reeds jong veel aanleg toonde, en om beter vooruit te gaan werd hij moslim. Hij kreeg inderdaad werk aan het hof van de Sultan, kwam tot aanzien en verdiende veel geld. Zo leefde hij drie jaar in weelde, maar toen kwam het leven in de ban van een pestepidemie die dagelijks nieuwe slachtoffers maakte onder heel de bevolking.
Doordat hij de dood dagelijks ontmoette, kwam Theodoros tot inkeer. Hij liet alles in de steek en ontvluchtte in de kleren van een werkman. De wacht liet hem passeren. In Chios ging hij biechten en hij werd weer opgenomen met myronzalving. Door het lezen van heiligenlevens bereidde hij zich voor op het ontvangen van de heilige Communie. Steeds beter begreep hij wat voor zonde hij gedaan had, en zo ontwaakte in hem het verlangen om zijn bloed te vergieten voor Christus Die hij verloochend had.
Hij ging daarom naar Mytilene, meldde zich bij de rechter als christen-bekeerling en provoceerde de Turken door af te geven op hun geloof. Toen werd hij gevangen genomen en herhaaldelijk verhoord en mishandeld; tenslotte werd hij opgehangen volgens de wet, in 1795, toen hij 21 jaar oud was. Zijn lichaam werd na enige dagen vrijgegeven en door de christenen begraven. Stukjes van zijn bebloede kleding werden als relieken bewaard en velen verkregen daardoor genezing van allerlei ziekten.

De heilige Silvinus, missiebisschop in het gebied van Thérouane (Toulouse), was verbonden aan het hof van Childeric II en Dirk III en stond op het punt een mondain huwelijk te sluiten. Maar in de nacht voor zijn huwelijk was hij verdwenen, een feit dat in die dagen groot opzien baarde. Hij bleek zich teruggetrokken te hebben in een eenzame streek om als kluizenaar te gaan leven.
Later leidde hij als pelgrim een zwervend leven, maar in Rome werden zijn godsdienstige ijver en zijn overtuigend woord zo waardevol geacht, dat hij tot reizend bisschop werd gewijd. Hij keerde terug naar zijn geboortestreek, waar het platteland nog grotendeels heidens was. Daar bracht hij vele bekeringen tot stand en hij is gestorven te Auchy in Artois, 15 februari 718. Zijn gedachtenis wordt gevierd op de dag van zijn begrafenis.

De heilige Finan, een Ierse monnik van Iona die in 651 bisschop werd van Lindisfarne. Hij missioneerde vooral ten zuiden van de Humber-rivier. Hij doopte onder andere Peada, de koning van de Midden-Engelsen, en Sigebert, de koning van de Oost-Saxen, en riep nieuwe missionarissen uit Ierland om het bekeringswerk in die gebieden te voltooien. Zijn naam is ook bekend uit de strijd om de paasdatum: Finan hield vast aan de berekening volgens het oude keltische gebruik en wilde niets weten van de vernieuwingen van overzee, die in Kent waren ingevoerd. Hij is gestorven in 661.

De heilige Fintan, een Ierse monnik, was abt-bisschop van het klooster van Cloneenagh in Leix. Het klooster werd geëerd om de uiterst arme en sobere levenswijze van de monniken, voor wie af en toe groente de hoogste luxe was. Fintan zelf gebruikte niets anders dan wat oud gerstebrood met water uit een modderige put. Het werk op het veld werd uitsluitend met de hand gedaan en met het allersimpelste gereedschap, zonder gebruik te maken van trekdieren. Zijn optreden werd gekenmerkt door bijzondere vriendelijkheid en beleefdheid tegenover ieder met wie hij in aanraking kwam. De heilige Columba van Iona had grote achting voor hem en beschreef hem als een man met schone gestalte, de gelaatstrekken van een heilige, blozend met stralende ogen en beginnend wit haar. Hij is gestorven in 603.

De heilige Loman en Fortchern, bisschoppen van Ierland. Loman was een neef van de heilige Patrick en trok met hem mee naar Ierland. Toen zij aan land kwamen in Temora kreeg Loman de opdracht met de boot de rivier op te varen naar Trim. Daar hoorde Fortchern, de zoon van het stamhoofd, hoe Loman zong in de boot en hij was verrukt van die hemelse zang. Hij ging erheen en leerde de psalmen te zingen. Ook zijn moeder, een Schotse prinses, die haar zoon ging zoeken toen hij zolang van huis bleef, groette de priester en verheugde zich, want zij was reeds christen. Ook de vader werd overtuigd en kwam tot het geloof en schonk een stuk land.
Zo was de bodem reeds vruchtbaar gemaakt voor de prediking van de heilige Patrick. Deze stichtte daar een kerk en stelde Loman aan tot herder. Bij zijn dood wilde deze toen Fortchern tot zijn opvolger wijden, maar deze weigerde omdat hij niet de schijn wilde wekken het eens geschonken land weer als erfgenaam in bezit te nemen.
Dit alles is de poëtische samenvatting door een dichterlijk volk van een waarschijnlijk prozaïscher en meer ingewikkelde werkelijkheid. Feit is dat Loman meer dan honderd jaar later dan de heilige Patrick heeft geleefd en dus niet zijn reisgezel kan zijn geweest. Maar een feit is ook dat het Ierse volk van ganser harte en vol edelmoedigheid zich tot Christus heeft gewend en in korte tijd met grote aantallen het geloof heeft aangenomen.

De heilige Theodosios de Bulgaar en zijn leerling Romanos van Bulgarije waren monniken van het klooster van de heilige Nikolaas te Widdin. Later vestigden zij zich niet ver van de stad Trnovo, en daar kwamen velen bijeen om onder Theodosios’ leiding als monnik te leven. Op deze wijze ontstond er een groot klooster, dat later de naam van Theodosios zou dragen. Op een synode van de Bulgaarse Kerk, in 1360, verdedigde hij de Orthodoxie tegen de opkomende ketterij van de Bogomilen, wat Godminnenden betekent. Zij leerden dat satan de eerstgeboren zoon van God was, die echter in opstand gekomen was en door Jezus verslagen werd, die toen zijn plaats innam. Dit dualisme sprak velen uit het Slavische volk sterk aan, de sekte verbreidde zich door al die landen en het kostte veel inspanning om de mensen op de juiste wijze voor te lichten. Theodosios ging verslag uitbrengen in Constantinopel en daar is hij gestorven in 1362.

Zijn leerling Romanos hield door onverzettelijk vasthouden aan de ascetische levenswijze die hij van Theodosios had geleerd, het door hem gestichte klooster in stand en bracht dit als abt tot bloei.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Faustinus met veertig anderen in Rome; en Donatus, Secundianus en Romulus met 86 lotgenoten in Concordia bij Venetië.

Eveneens op deze dag de heilige Theodoros de Zwijger, van het Holenklooster van Kiev, 13e eeuw; Bonosus, bisschop van Trier, 373; en Guévroc, monnik te Landerneau, 547.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.