vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   26 februari

De heilige Alexander, patriarch van Alexandrië vanaf 313, leidde een onberispelijk leven en vervulde zijn ambt met vurige ijver. Hij was toegankelijk en beminnelijk voor ieder die hem wilde spreken, in het bijzonder voor de armen en verdrukten, die hij in elk opzicht trachtte te helpen. Hij was streng in de keuze van zijn priesters en zocht zijn kandidaten bij voorkeur onder de monniken. Vooral de bisschoppen voor de verschillende diocesen in zijn gebied nam hij uit hen die reeds een werkelijk geestelijk leven leidden.
Toch bleken deze voorzorgen nog niet voldoende. Een van de priesters van Alexandrië, een man van streng ascetisch leven en begiftigd met meeslepende welsprekendheid, bezweek voor de verleiding van het rationalisme en hij vertrouwde dermate op zijn eigen inzicht, dat hij de leer van de kerk wilde omvormen. Hij heette Arios en hij zou voor alle tijden het toonbeeld worden van de ketter. Hij had een twistzieke geest en had reeds conflicten gehad met de vorige bisschoppen, dan weer berouw getoond en was daarna opnieuw in opstand gekomen. Tenslotte had hij toch weer het vertrouwen weten te wekken van de vorige patriarch, die hem priester had gewijd en hem een belangrijke parochie had toevertrouwd.
Overtuigd van zijn eigen belangrijkheid, was hij hevig teleurgesteld dat hij bij de patriarchkeuze was gepasseerd voor Alexander. Hij had behoefte om zich tegenover hem te stellen, en omdat Alexander een overtuigd aanhanger was van het orthodox geloof, vatte Arios de reeds herhaalde malen verkondigde ketterij weer op dat Jezus Christus niet werkelijk God was. Hij vlocht deze opvatting in een denksysteem dat er aantrekkelijk rationeel uitzag. De door filosofische overdenkingen geëiste eenheid en onverdeeldheid van God scheen daardoor beter gewaarborgd. Christus kon natuurlijk niet echt een zoon van God zijn. Hij was verhevener dan al het geschapene, maar Hij bleef zelf een schepsel. Daaruit volgde dat er een tijd was geweest dat Hij niet bestond, en dat Hij ook in staat was om te zondigen.
Deze leer verkondigde hij in het begin slechts in persoonlijke gesprekken, maar vanaf 319 begon hij er in het openbaar over te spreken. Hij wist velen mee te slepen en er ontstonden heftige partijschappen. Alexander ging er in het begin niet fel tegenin, met zijn zachtaardige natuur meende hij de zaak met rustig redeneren te kunnen rechtzetten. Het gevolg was dat de verdeeldheid nog heviger werd, want de andere partij beschuldigde hem nu van laksheid. En de partij van Arios nam in sterke mate toe.
De patriarch riep nu een concilie bijeen dat in 320 samenkwam. Er waren 101 bisschoppen bijeen en Arios werd gedaagd om zich te verantwoorden. Bij het aanhoren van zijn godslasterlijke redeneringen uit zijn eigen mond, besloten de verontwaardigde bisschoppen eenstemmig hem buiten de kerk te sluiten, met zijn aanhangers. Het gevolg was dat Arios de wijk nam naar Palestina, en zijn leer over heel het rijk verbreidde. Het rationalisme ervan trok vooral de besturende klasse aan, nog eeuwen lang. En ook in onze tijd vindt deze leer, al wordt die niet meer arianisme genoemd, veel aanhang onder zich modern noemende theologen.
Deze algemene strijd deed de noodzaak voelen voor het bijeenroepen van een algemeen concilie uit de gehele kerk. Dit kwam tot stand in het keizerlijk paleis te Nicea, waar in 325 het 1e oecumenisch concilie werd gehouden. Door 316 van de 318 aanwezige bisschoppen werd Arios veroordeeld, en er werd plechtig verklaard dat de Zoon van God één van wezen is met de Vader. Alexander kwam in triomf naar Alexandrië terug en stierf in het volgende jaar, nadat hij de grote strijder van het concilie, de diaken Athanasios, als zijn opvolger had aangewezen.

De heilige Dionysius, bisschop van Augsburg, samen met zijn zuster Hilaria en haar dochter Afra, waren bekeerd door de heilige Narcissus. Toen deze naar Spanje geroepen werd, gaf hij Dionysius extra onderricht en stelde hem aan tot herder van de kleine groep trouwe gelovigen die in Augsburg achterbleef. Daar vielen zij ten slachtoffer aan de vervolging en verwierven de martelaarspalm in 303.

De heilige Johannes kalfas (d.w.z. de architect), de nieuwe martelaar. Hij werkte aan het hof van de kalief als meubelmaker-houtsnijder, algemeen geacht om zijn bescheidenheid en vrijgevigheid. Hij had een Turkse leerjongen die door hem dit goede baantje gekregen had en die ook op hem gesteld was. Johannes was vertrouwelijk met hem, en toen zij eens over de godsdienst spraken, liet hij merken dat hij Mohammed voor een valse profeet hield. Daarmee maakte hij zich de jongen tot vijand. Deze klaagde Johannes aan bij andere Turken, die hem aftuigden en voor de rechter sleepten. Toen Johannes weigerde om Christus te verloochenen werd hij tot een half jaar dienst als galeislaaf veroordeeld.
Na afloop van deze straf werd hij nog drie maanden onder veel kwellingen gevangen gehouden en ondervraagd, maar toen hij standvastig bleef, werd hij ter dood veroordeeld en onthoofd in 1575.

De heilige Fotina (Fotini), de Samaritaanse. Zij was de vrouw met wie Christus heeft gesproken bij de Jakobsput‚ zoals uitvoerig in het Johannes-Evangelie wordt verhaald. Daaruit blijkt dat zij een nogal wild leven leidde en het niet nauw nam met de waarheid. Zij werd echter getroffen door de volstrekte oprechtheid en het zelfbewuste gezag dat Christus uitstraalde. Twijfel aan haar eigen levenswandel en een onbevredigde honger naar het geestelijke, spreken uit de vraag over het gebed die zij aan Christus voorlegde. Zijn antwoorden drongen diep in haar hart en in spontaan enthousiasme laat ze haar kruik in de steek en loopt de stad rond om te juichen dat ze misschien de Messias heeft gevonden.
Zij was een vrouw uit het volk en stond bij het volk in hoge eer. Zij had vijf zusters en drie zonen, elk met een symbolische naam: Anatoli, Foto, Fotis, Paraskeva, Kyriake en Fotinos, Joses en Viktor. Zij werden gedoopt na Pinksteren en trokken met de apostelen rond om te prediken. In Rome werden zij gevangen genomen en gemarteld, maar de martelingen bleven zonder uitwerking of er volgden wonderdadige genezingen. Slechts grof geweld kon een einde aan hun leven maken, terwijl Fotina zelf, nadat zij door een verschijning van Christus genezen was, later in de gevangenis stierf. Met haar stierven ook Sebastianos en Christodoulos.

De heilige Porfyrios, bisschop van Gaza in Palestina. Hij was een Griek uit Thessalonika, geboren in 352, in een rijke familie. Toen de begaafde jongeman 25 jaar oud was, voelde hij zich geroepen tot een leven van gebed en boete, en hij werd monnik in een Egyptische skite. Naarmate zijn persoonlijkheid tot rijpheid kwam, groeide ook het bewustzijn dat hij zijn talenten meer rechtstreeks in dienst van de gewone mensen moest stellen. Na vijf jaar kluizenaarschap verliet hij het klooster en ging naar Jeruzalem, waar hij een huis geërfd had. Hij verkocht dit eigendom en schonk de opbrengst aan de armen, terwijl hij als schoenmaker in zijn levensonderhoud voorzag.
De wijze waarop hij dagelijks de diensten bijwoonde, trok de aandacht van de bisschop en deze wijdde hem eerst tot diaken en later tot priester. Porfyrios was toen veertig jaar oud. Zijn dienst verrichtte hij met zoveel toewijding dat hij vier jaar later tot bisschop gekozen werd van het nog heidense Gaza, dicht bij de grens van Egypte, waar hij de toeverlaat werd van de gemengde bevolking uit zulk een grensgebied.
Hij bleef een man van innig gebed, een levend voorbeeld voor de aan hem toevertrouwde kudde, die weldra vermeerderde door vele bekeerlingen, die onder de bekoring waren gekomen van zijn heiligheid.
Hoewel het christendom nu officieel tot rijksgodsdienst was verklaard, bleef de macht, vooral in de provinciesteden, nog in handen van de oude heidense groepen, die op zeer onaangename wijze konden tegenwerken. Zo wisten zij ook te verhinderen dat er in Gaza een kerk werd gebouwd voor de gelovigen. Porfyrios trok toen naar Constantinopel, waar hij hulp zocht bij de heilige Johannes Chrysostomos. Deze bracht een contact met het hof tot stand, maar de keizer, die moeilijkheden genoeg had met zijn verdeelde onderdanen, zag geen voordeel in een optreden in Gaza.
Toen echter keizerin Eudokia op het gebed van Porfyrios het levenslicht had geschonken aan een zoon (de latere keizer Theodosios), wendde zij uit dankbaarheid al haar invloed aan ten gunste van de kerk in Gaza. Er werden zelfs troepen heen gestuurd die de afgodsbeelden omlaag haalden en de tempels verwoestten. Dit kon natuurlijk de sympathie voor de bisschop niet verhogen, en zodra het leger was afgetrokken, werd zijn huis aangevallen en kon hij ternauwernood het vege lijf redden.
Doordat Porfyrios in de stad terugkeerde zonder opnieuw gebruik te maken van de keizerlijke bescherming, won hij langzamerhand door geduld de harten die hij niet met geweld had kunnen veroveren, en zo kon de heilige zijn levenswerk in vrede voltooien. Hij is gestorven in 420, na 24 jaar het bisschopsambt te hebben waargenomen.
Wij weten al deze bijzonderheden omdat zijn leven beschreven is door de diaken Markos, die door de heilige was gewijd en die met hem leefde.

De heilige Victor van Arcis (Champagne), uit een aanzienlijke familie van Troyes, was van kind af bestemd voor de geestelijke stand, om zijn liefde voor het gebed en zijn vreugde bij het helpen van de armen. Hij kon goed studeren en kreeg spoedig pastorale functies toevertrouwd, maar zijn verlangen ging uit naar een leven dat veel sterker gewijd kon zijn aan het gebed in de eenzaamheid. Hij was mystiek begaafd en de verbondenheid met God straalde zozeer van hem uit dat hij beschouwd werd als een Godsengel in mensengedaante. Hij is gestorven rond het jaar 600.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Papias‚ Diodoros‚ Konon en Klaudianos, die geleden hebben samen met bisschop Nestor (28 februari); Fortunatus en Felix; en 27 anderen die met hen ter dood zijn gebracht.

Eveneens op deze dag de heilige Sebastianos van Potsjechon, tegen 1500; Agrikola, bisschop van Nevers‚ 594; Nikolaas Katopinos, te Constantinopel; Faustinianus‚ bisschop van Bologna, na martelingen in leven gebleven tijdens de vervolging van Diokletiaan; en Andreas, bisschop van Florence.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.