vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   9 maart

De heilige 40 martelaren van Sebaste. Hun namen luiden Kyrion‚ Kandidos‚ Domnos, Hesychios, Herakleios, Smaragdos‚ Eunoikos, Valens, Vivianos, Klaudios‚ Priskos, Theodoulos, Eutychios, Johannes, Xantheas‚ Hellanos, Sisinios, Angios, Aetlos, Flavlos, Akakios, Ekdiklos, Lysimachos‚ Alexandros, Elias, Gorgonios, Theofilos, Dometianos, Galos‚ Leontios, Athanasios Kyrillos‚ Sakerdos, NikoIaos‚ Valerios, Filoktimon, Severianos, Chudion, Aglaios en Meliton. Zij waren afkomstig uit verschillende landen, maar allen Romeinse soldaten, ten dienste van stadhouder Agrikolaos voor de provincie Pontos van Kappadocië. Hun regiment had zich onderscheiden door dapperheid en opofferingsgezindheid, maar zij waren christenen, en keizer Likinios (308- 323) wilde een einde maken aan deze groepering, die zich terzijde opstelde van het openbare leven van de monolithische staat en daarom als een gevaar werd gezien voor het absolute staatsgezag. Daarom kreeg Agrikolaos de opdracht met alle ten dienste staande middelen dit passief verzet te doorbreken. Hij deed dit door hun, wanneer ze gewillig waren, de allermooiste promoties voor ogen te stellen, en toen deze geen indruk maakten, hen allerlei kwellingen aan te doen.
Maar de groep bleef standvastig‚ vooral geleid door de aansporingen van Kyrion en het gemeenschappelijk gebed, wanneer ze ‘s nachts met rust werden gelaten. Tenslotte werden zij veroordeeld om naakt in het bevriezende meer van Sebaste te moeten staan tot zij zich gewonnen gaven: dan wachtte hun op de oever een warm bad.
Bereidwillig gingen zij erheen en ontkleedden zich in de snerpende kou, en herinnerden elkaar eraan hoe Christus naakt had moeten sterven aan het kruis. Streng is de winter, maar zoet het paradijs. Laten we in één lijdensnacht de eeuwige vreugden verwerven.
Maar de in het lichaam binnendringende koude veroorzaakte helse pijnen en te middernacht kon één uit de groep het niet langer verdragen. Hij strompelde naar de oever en begaf zich naar het vuur, maar zijn krachten waren reeds te zeer uitgeput en voordat hij het bad bereikte, viel hij dood neer. De anderen waren diep bedroefd dat één van hen ontrouw geworden was, maar toen werd hun moreel gesterkt door een wonderbare gebeurtenis: vanuit de hemel straalde over hen een helder licht. En de bewaker op de oever zag in dit licht veertig kransen neerdalen, die boven de hoofden van de 39 overgeblevenen bleven rusten. Alleen de 40e krans bleef onzeker in de lucht wachten. Vol verbazing keek deze Aglaios daarnaar en toen drong tot hem door dat de 40e kroon bestemd was geweest voor die ene soldaat die het opgegeven had. Dit inzicht bracht een ommekeer bij hem teweeg. Hij maakte de rest van de wacht wakker, vertelde wat hij had gezien en riep toen uit: ‘lk ben ook christen!’ Hij bad om kracht en om geteld te mogen worden bij die andere gekroonden, toen wierp hij zijn kleren weg en voegde zich bij de lijdende massa in het water.
De volgende morgen liet de woedende Agrikolaos de martelaren uit het water halen, gaf bevel hun de benen te breken, ze te verbranden en de resten in de rivier te werpen zodat ze weggevaagd zouden zijn. De beenderen werden echter in een bocht van de rivier aan land gespoeld, en in een droom werd de bisschop gewaarschuwd waar ze te vinden waren. Deze relieken werden nu als een kostbare schat door heel het oosten verspreid. We horen van de heilige Basilios dat zijn ouders een deel ervan bezaten en er een kerk voor hadden gebouwd. Dit deed ook zijn zuster, de heilige Makrina, en zijn broer, de heilige Petros van Sebaste. ln de volgende eeuw, in 431, bouwde Melania de Jongere een aan de 40 martelaren gewijde kerk in Palestina. Deze oude getuigenissen bewijzen welk een diepe indruk deze heldhaftige marteldood op de tijdgenoten heeft gemaakt.

De heilige Urpasianos was een der belangrijkste raadslieden van de regering van de tetrarch Maximiaan (305-311). Deze eiste van elk van zijn bewindslieden een persoonlijke verklaring dat zij geen aanhanger waren van het christelijk bijgeloof. Urpasianos, die tot dan toe in het geheim christen was geweest, beleed nu openlijk zijn geloof. Hij werd meedogenloos gegeseld, gevangen gehouden, en tenslotte in een ijzeren kooi langzaam verbrand.

De heilige Caesarios was de jongste broer van de heilige Gregorios de Theoloog. Hij studeerde aan de grote internationale universiteiten van Kappadocië, Palestina en Egypte, de vakken wiskunde, astronomie, filosofie, redekunde, en vooral geneeskunde, waarvoor hij bijzondere aanleg had. Hij ontmoette Antonios de Grote, Athanasios de Grote, en vele andere vaders en kwam daardoor tot een ernstige levenshouding.
Na zijn studie werd hij arts in Constantinopel, en hij verwierf door zijn kennis en zijn inzet waardering van de bevolking maar evenzeer van de hogere klasse, zodat hij onder Constantios tot hofarts werd aangesteld. Deze post behield hij ook toen de keizer in 361 werd opgevolgd door Juliaan‚ die weldra ‘de Afvallige’ zou heten. Juliaan had alle christenen van hun ambt ontheven, maar Caesarios laten blijven om zijn kwaliteiten als arts.
Toen zijn familie dit hoorde, maakten zij zich bezorgd over zijn geloof wanneer hij zo aan het hof gehandhaafd bleef, en Gregorios schreef hem een ongeruste brief waarin hij hem aanbeval deze positie op te geven. Caesarios vond dit overdreven; hij meende zijn invloed ten goede te kunnen aanwenden voor de christenen en hij had zelfs enige hoop Juliaan van diens ongelijk te kunnen overtuigen. Deze hoop bleek echter ijdel te zijn, integendeel, Juliaan werd steeds heftiger en drong ook bij Caesarios steeds sterker aan. Deze nam toen ontslag en keerde terug naar zijn vaderstad Nazianze, omdat het in Constantinopel waarschijnlijk niet meer veilig voor hem zou zijn. ln Nazianze werkte hij als arts en hij woonde bij zijn vader, de eveneens heilige Gregorios.
Na de dood van Juliaan (363) werd hij op aandrang van het volk teruggeroepen naar Constantinopel, waar hij nu nog meer in ere stond. Hij kreeg de vertrouwenspositie van wat wij nu zouden noemen: minister van financiën. Maar hij spande zich vooral in voor de zieke armen, terwijl hij een uiterst sober, ascetisch leven leidde. Dit verteerde echter al zijn kracht, zodat hij, nog jong, overleed in 368. Zijn testament bestond uit slechts één zinnetje: ‘Ik wens dat al het mijne het eigendom van de armen wordt’. Zijn wens om onder de clerus te worden opgenomen, die kort tevoren bij hem opgekomen was toen hij wonderbaar uit de puinhopen van een verwoestende aardbeving was gered, kon niet meer in vervulling gaan. Wel had hij zich bij die gelegenheid eindelijk laten dopen.
In een van zijn geschriften heeft hij zich bezig gehouden met de merkwaardige vraag die de gemoederen in die tijd bezig hield, namelijk hoe lang Adam en Eva in het paradijs hebben geleefd. Sommigen meenden slechts zes uur, anderen een dag of drie dagen. Caesarios geeft als zijn mening dat het 40 dagen waren en dat daarom Christus, de nieuwe Adam 40 dagen had gevast in de woestijn.

De heilige Bosa, bisschop van York, was monnik van het beroemde dubbel- klooster van Streaneshalch (Whitby), gesticht door de heilige Hilda, die ook aan het hoofd bleef staan van beide communauteiten. Haar zegenrijk bestuur leverde vanuit het monnikenklooster niet minder dan vijf heilig verklaarde bisschoppen, waarvan Bosa de eerste was. Toen de heilige Wilfrid, de bisschop van York, van zijn zetel verdreven werd, moest Bosa het bestuur van het diocees overnemen en hij werd bisschop gewijd door Theodorus, aartsbisschop van Canterbury, in 678. Toen Wilfrid in het jaar 700 weer werd toegelaten, ging Bosa rustig naar zijn klooster terug. Wilfrid begon echter op fanatieke wijze toch weer de Romeinse gebruiken in te voeren en werd al spoedig opnieuw het land uitgezet. Toen nam Bosa zijn plaats weer in totdat hij van die plicht werd ontslagen door zijn dood in 705.

De heilige Filoromos, een priester, had veel te lijden onder Juliaan de Afvallige, maar verduurde de kwellingen met groot geduld. Hij heeft daarna nog tot veler nut geleefd tot hij in vrede stierf, 80 jaar oud, in de 4e eeuw.

De heilige Pacianus, bisschop van Barcelona, is vooral bekend door zijn geschriften, waarvan er nog verschillende bestaan: ‘Brieven tegen de Novatianen’, ‘Oproep tot bekering’, ‘Boek over de Doop’, gericht tot cathechumenen. Zijn zoon, Flavius Dexter, was zeer bevriend met de heilige Hiëronymos. Pacianus is hoogbejaard gestorven tijdens de regering van Theodosios, tegen 390.

Ook nog op deze dag de heilige 6 martelaren waarvan de namen niet meer bekend zijn, een heel gezin: grootouders, ouders en twee kinderen.

Eveneens op deze dag de heilige Tarasios van Lykaonië, monnik; Dionateos, monnik; en Jonas, bisschop van Novgorod.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.