vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   10 maart

De heilige Kodratos, Dionysios, Kyprianos, Anaktos, Paulos, Kreskens, nog een Dionysios, Viktorinos, Viktor, Nikeforos, Klaudios, Diodoros, Serapion, Papias, Leonidas, Chariëssa, Nunechia, Basilissa‚ Nike, Galla, Galina, Theodora en nog anderen te Korinthe in 258. De moeder van Kodratos was een dergenen die in de bergen waren gevlucht om te ontkomen aan de vervolging. Zij was hoogzwanger en baarde een zoon met wie ze verder leefde in volkomen eenzaamheid. Na haar dood bleef Kodratos daar leven als kluizenaar en langzamerhand voegden zich anderen bij hem, die ook een teruggetrokken leven wilden leiden. Tijdens de vervolging van Decius werd de gehele groep gevangen genomen en te Korinthe ter dood gebracht. Op de plaats waar hun bloed ter aarde vloeide, ontsprong een bron van helder water.

De heilige Kodratos, Saturninos, Rufinos met nog anderen, ter dood gebracht in Nikomedië. Kodratos, een der voornaamste burgers, gebruikte tijdens de vervolging onder Valerianus zijn geld en invloed om de gevangen christenen te bezoeken en bij te staan. Hij kon hier echter voor zichzelf geen genoegen mee nemen en tenslotte gaven deze drie zichzelf aan als christen en zij lieten zich bij de andere gevangenen voegen.
Toen voor de rechtbank naar hun naam en afkomst werd gevraagd, riep Kodratos zo hard hij kon: ‘Onze naam luidt christenen. Wij zijn dienaren van Jezus Christus, Die Heer is door geboorte en opdracht. Onze stad van herkomst is de hemel.’ Om dit antwoord werd hij gefolterd en daarna werd de gehele groep onthoofd, in de 3e eeuw.

De heilige Georgios van Arsela, de broer van de heilige Johannes Klimakos, leefde in de woestijn Arsela, aan de andere kant van de Sinaï. God had hem in hoge mate de gave van wonderen verleend. Hij leefde in de 6e eeuw.

De heilige Makarios, bisschop van Jeruzalem van 314-335. Hij had deelgenomen aan het grote Concilie van Nicea dat tegen Arius was gericht. Makarios behoorde tot degenen die vanaf het begin de onzuiverheid van diens leer hadden doorzien. Hij heeft Constantijn en zijn moeder Helena aangespoord om basilieken te bouwen op de heilige plaatsen.

De heilige Anastasia was een edelvrouw aan het hof van keizer Justinianus. Zij viel in ongenade bij de keizerin en vluchtte toen naar Alexandrië, waar zij een vrouwenklooster stichtte waarin zij haar intrek nam. Zij werd echter zo gefascineerd door de verhalen over het leven der woestijnvaders, dat zij hen meer rechtstreeks wilde navolgen. Zij trok mannenkleding aan en betrok een grot bij de skite van de heilige Daniël, die haar opnam onder de naam: eunuch Anastasios. Daar leefde zij nog 28 jaar als ware hesychast onder volkomen stilzwijgen, tot aan haar dood in 567.

De heilige Kessog (Mackessog), bisschop van Levin en Boyne in Ierland, was zeer vereerd om zijn wijsheid, zijn heiligheid enzijn wonderen. Hij is gestorven in 560.

De heilige Michaël Mavroudis uit Agraf, nieuwe martelaar, was een bakker in Thessalonika. Hij voelde zich getrokken tot het monniksleven, maar hij was nu eenmaal getrouwd. Het kwam echter wel tot uiting in zijn levenswijze: hij bezocht vaak de kerk, deed zoveel mogelijk diensten mee, en gaf graag aan de armen. Eens vroeg een Turks jongetje hem over het christengeloof en daardoor kwam hij erover aan de praat. Toen andere Turken hem begonnen uit te schelden, raakte Michaël verhit; hij sprak vrijmoedig over Christus en zei dat de moslims alleen maar door dwang hun geloof konden handhaven. Dit werd aangebracht en hij werd toen gevangen genomen en voor de rechter gebracht. Met allerlei mishandelingen werd hij geprest om de islam aan te nemen. Toen hij dit bleef weigeren, werd hij veroordeeld om verbrand te worden. Het lijkt niet waarschijnlijk dat hij de martelaarsakten zou kennen van de heilige Ignatios de Godsdrager uit de allereerste christentijd, en daarom is het des te opmerkelijker hoe het antwoord dat hij gaf, geleek op dat van lgnatios: ‘Ik verlang ernaar om een offer te worden voor mijn Heer, om gebakken te worden tot een kostelijk brood op het Altaar van de Heilige Drie-eenheid, en om te worden tot een welriekend wierook- offer’. Zo stierf hij in 1544.

De heilige Markianos, Kaios en Alexandros uit Eumenia, die geleden hebben onder Marcus Aurelius in Apamea aan de Meander-rivier, tegen het einde van de 3e eeuw. Het land werd toen beheerst door de montanisten, die zichzelf zagen als profeten, hoog verheven boven het gewone volk.

De heilige Hymelin, een Ierse priester, keerde terug van een pelgrimstocht uit Rome en werd onderweg door de pest getroffen. Totaal uitgeput van de koorts zonk hij neer op een bank in het stadje Vissenaeken in Brabant. Het dienstmeisje van de priester van het stadje keerde juist terug van de bron met een kruik water en zag hem daar zitten. Hij smeekte haar hem te laten drinken, want hij verging van de dorst, maar zij antwoordde dat het haar ten strengste verboden was iemand de kruik te laten aanraken, wegens het besmettingsgevaar van de heersende pest. Maar zij bood hem aan om naar de pastorie te komen, waar hij goed zou worden onthaald. Hymelin klaagde dat hij te ziek was om nog een stap te kunnen doen: ‘Laat me alsjeblieft wat drinken, want ik verbrand van de dorst’. Het meisje zag hoe ziek hij was, ze kon niet langer weerstand bieden en reikte hem de kruik.
Daarna bracht zij de kruik, die zij zo goed mogelijk had schoongeveegd, naar haar meester. Deze verlangde ook naar een koele dronk, nam een teug en riep in uiterste verbazing: ‘Je hebt me wijn gebracht, geen water!’ Zij vertelde wat er was gebeurd en hij haastte zich naar de zieke, bracht hem naar zijn eigen bed en verpleegde hem tot hij gestorven was. Toen begonnen de klokken van de kerk vanzelf te luiden met ijle, lieflijke tonen, en Hymelin werd als een heilige in de kerk begraven. Dit gebeurde in de 8e eeuw, en nog altijd komen op zijn sterfdag groepen pelgrims zijn graf vereren.

De heilige Theosba was de jonge vrouw van de heilige Gregorios van Nyssa (beiden ook gevierd op 10 januari), een van de grote leraren der kerk. Hun verbintenis was een schoolvoorbeeld van een gelukkig christelijk huwelijk, maar hun vriend Gregorios van Nazianze (de Theoloog) wist hen ervan te overtuigen dat in die moeilijke tijd de kerk volledig moest kunnen beschikken over zulk een waardevolle kracht als Gregorios was. Theosba trok zich toen in de eenzaamheid terug opdat haar man tot bisschop kon worden gewijd. Later werd zij zelf diakones gewijd en werd zij medewerkster van de heilige Gregorios van Nazianze, die uitvoerig haar lof bezongen heeft. Zij is gestorven rond 380.

De heilige Droctoveus, abt van het klooster van het Heilig Kruis en Vincentius in Parijs. Hij was geboren in het diocees Autun en daar ook monnik geworden, in het klooster van de heilige Symforianus, waar ook de heilige Germanus monnik was. Toen deze gekozen werd tot bisschop van Parijs, wilde hij daar als monnik blijven leven en daarom vroeg hij Droctoveus bij hem te komen. Koning Childebert was in 542 uit Saragossa teruggekomen met de stola van de heilige Vincentius en had daarvoor een kerk gebouwd, waarin hij ook begraven wilde worden. Hij stierf toen de kerk klaar was, in 558, en zijn begrafenis viel samen met de kerkwijding. Germanus stichtte daarbij een klooster, waarover hij Droctoveus als abt aanstelde. Onder zijn twintigjarig bestuur kwam dit klooster tot groot aanzien. Hij stierf in 567. Later gingen de monniken over naar de Regel van de heilige Benedictus en de naam van het klooster werd veranderd in St. Germain, omdat deze daar begraven lag.

De heilige Attalus, tweede abt van het Bobioklooster in Italië. Hij was opgevoed onder de heilige bisschop van Gap, Arigus, en werd monnik in de abdij van Lerins. Later ging hij naar het juist door de heilige Columbanus gestichte Luxeuil, en toen Columbanus verbannen werd, volgde hij hem naar diens nieuwe stichting in Italië, Bobio‚ in het gebied van Milaan, in 612. Na Columbanus’ dood werd hij tot zijn opvolger gekozen.
Doordat Columbanus’ krachten waren afgenomen, waren er misstanden ontstaan, en het geduld van de nieuwe abt werd zwaar op de proef gesteld door het gedrag van sommige monniken toen Attalus het oorspronkelijke regiem wilde herstellen. Maar hij slaagde erin hun innerlijke tegenstand te overwinnen door zijn voorzichtig, deemoedig en liefdevol optreden, vooral omdat hij zichzelf een bijzonder strenge levenswijze oplegde, en door het diepe inzicht dat hij bezat in de menselijke geest. Hij is gestorven in 627.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Gorgonios, Palatinos en Firmos (Firminos), die ter dood zijn gebracht in Nicea; Agape en Marina (Mariana) hebben hun bloed gegeven in Antiochië; Palatinos, Firmianos en Rustikos, omgebracht in Nikomedië; Sannudios van Bagensena onder Maximiaan; 42 martelaren in Perzië; en Victor in Noord-Afrika.

Eveneens op deze dag de heilige Blanchardus Nesle-la-Reposte, 7e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.