vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   11 maart

De heilige Georgios, abt van het Sinaï-klooster. Hij leefde rond 550 als een strenge asceet en geheel vervuld van een tedere liefde tot God. Er staat van hem een bijzonder duidelijk geval van bilocatie vermeld. Op het einde van zijn leven kwam het verlangen bij hem op nog eens te communiceren in de Opstandingskerk van Jeruzalem‚ maar hij kon de zware reis van twaalf dagen niet meer volbrengen. Terwijl dit verlangen in hem steeds sterker werd, bevond hij zich plotseling in Jeruzalem en hij ontving de communie uit de handen van patriarch Petros (524-552). Deze liet na de heilige Liturgie vragen wanneer zijn oude vriend was aangekomen en nodigde hem tevens uit bij hem te komen eten. Maar niemand had hem voor of na de Goddelijke Liturgie gezien.
Toen zond de patriarch een boodschap naar de Sinaï om te vragen waarom vader Georgios niet bij hem was blijven eten. De monniken waren heel verbaasd en verklaarden dat Georgios in het geheel niet was weggeweest en deze reis ook niet had kunnen maken. En hijzelf schreef toen aan de patriarch dat ze beiden na een half jaar zouden sterven en dan voor eeuwig samen bij Christus zouden zijn. En inderdaad zijn beiden na zes maanden ontslapen‚ in het jaar 552.

De heilige Euthymios, bisschop van Sardis, was een van de vurigste verdedigers van de iconenverering. Hij was abt tijdens de regering van keizerin Irene en haar zoon Constantinos Vl. Als bisschop nam hij een belangrijke plaats in op het tweede Concilie van Nicea. Maar onder de volgende keizer werd hij 29 jaar in ballingschap gezonden, van de ene plaats naar de andere, en tenslotte doodgegeseld in 827.

De heilige priester Pionios, de vrijgelatene Sabina en Asklepiades werden gevangen genomen nadat zij de gedachtenis hadden gevierd van de heilige Polykarpos, de beroemde bisschop-martelaar van Smyrna. Pionios was een geleerd en welsprekend man, levendig van geest en met weinig geduld voor dwazen. Voor de rechtbank raakte hij dan ook in levendig twistgesprek met het volk en werd toen gewaarschuwd niet zo luidruchtig te zijn. Omdat hij zich op geen enkele manier liet intimideren, werd hij tot de vuurdood veroordeeld, in 250. Met hem leden ook nog Makedonia en Linos.

De heilige Georgios ‘de nieuw-verschenene’ was getrouwd en had kinderen, maar hij voelde zich geroepen om van alles afstand te doen en als een dwaas om Christus in volstrekte onbezorgdheid te leven. Hij zwierf rond onder vele ontberingen en kwellingen. Toen hij zijn levenseinde nabij wist, ging hij naar Constantinopel en bleef zeven dagen in de kerk van de heilige Johannes de Theoloog en Evangelist. Toen ontsliep hij in de Heer. Bij het klaarmaken voor de begrafenis vond men zware ijzers op zijn lichaam. De gelovigen begrepen dat het om een bijzondere asceet ging en zij begroeven hem in een marmeren schrijn in de narthex van de kerk, rond 950. Daar gebeurden sindsdien vele wonderbare genezingen.

De heilige Vincentius, abt van het Claudius-klooster in Portugal, met zijn prior Ramirus en twaalf van zijn monniken. Zij werden ter dood gebracht door de ariaanse Sueven, die samen met de Vandalen en Alanen Spanje overmeesterd hadden. Hij werd beschuldigd van minachting tegenover de wet die tegen de orthodoxe christenen was gemaakt. Toen zij de Godheid beleden van Jezus Christus, werden zij hevig geslagen en daarna weer in de gevangenis geworpen. De volgende dag werd hun de schedel gekliefd, in 555.

De heilige Sofronios, patriarch van Jeruzalem, bijgenaamd ‘de geleerde’, was afkomstig uit Damascus, en monnik in het klooster van de heilige Theodosios de Grote. Zijn leraar was de bekende Johannes Moschos, met wie hij de kloosters en de kluizenaars in de Egyptische woestijnen bezocht. Hun ervaringen legden zij neer in het boek: ‘De geestelijke weide’. Vervolgens gingen zij samen naar Rome waar Moschos stierf. Hij had aan Sofronios de opdracht gegeven zijn lichaam mee te nemen naar de Sinaï of naar het Theodosios-klooster in Jeruzalem. Om zijn vroomheid en geleerdheid, die hem kracht verleenden in de strijd van de kerk tegen de monofysieten en monotheleten, werd hij tot patriarch gekozen in 634. Toen de Perzische koning Chosroës Jeruzalem ingenomen had, vluchtte Sofronios naar zijn vriend Johannes de Barmhartige in Alexandrië‚ die hem ondersteunde tot hij naar Jeruzalem kon terugkeren. Onder zijn leiding werd daar de synode gehouden, gericht tegen de monotheleten‚ die bestreden dat erin in Christus ook een menselijke wil was naast de goddelijke wil, omdat Hij alleen daardoor een volledig mens kan zijn.
Sofronios schreef ook het leven van de heilige Maria van Egypte, stelde de ritus samen van de Grote Waterwijding, en componeerde verschillende hymnen die nog in de diensten gebeden worden.
Opnieuw werd Jeruzalem ingenomen, nu door de Arabieren, onder kalief Omar. Sofronios ging naar hem toe en verkreeg de belofte dat het leven van de christenen gespaard zou worden. Maar desondanks begon Omar op grote schaal te plunderen en de inwoners te mishandelen. Sofronios stierf toen letterlijk aan hartzeer, in 638.

De heilige Theodora, vorstin van Epeiros, 13e eeuw. Haar vader had de heerschappij over Thessalonika en Makedonië en zij trouwde met Michaël Doukas, die haar meenam naar zijn burcht in Arta. Zij was weinig wereldsgezind, leidde zoveel mogelijk een ascetisch leven en spande zich in voor de armen. Haar man vond dit te saai en toen hij verliefd werd op een vrolijke weduwe, haalde hij deze in huis en behandelde haar als zijn wettige echtgenote. Theodora en haar kind werden steeds meer achteruitgezet en tenslotte zelfs uit huis gezet. Zij vond toen onderkomen bij een priester. Zij beklaagde zich niet en wilde ook haar man niet aanklagen.
Maar toen Michaël eens op reis was, wilden andere edelen hem opzoeken. Zij kwamen bij de burcht maar vonden daar niet Michaël, en evenmin Theodora, maar een onbekende vrouw. Zij ondervroegen natuurlijk het personeel en hoorden dat om deze vrouw Theodora uit het huis verdreven was. Toen Michaël thuis kwam, wachtte hem een verontwaardigde ontvangst van de zijde der gasten. Hijzelf zag ook wel in dat het maar een voorbijgaande bevlieging was geweest en hij kreeg spijt. Hij liet nu overal rondvertellen dat hij Theodora graag op haar plaats terug zou zien. Dat gebeurde en het bracht tevens grote vreugde onder de bevolking, die haar een warm hart toedroeg.
De echtgenoten verzoenden zich met elkaar en Michaël begon een nieuw leven te leiden volgens het voorbeeld van zijn vrouw. Zij besteedden zorg aan de ontwikkeling van hun mensen, bouwden kerken, hielpen degenen die in nood verkeerden. Na de dood van Michaël trad Theodora in het klooster, waar zij door deemoed, geduld en hartelijke liefde een voorbeeld werd voor de anderen. Zij stierf toen de uit haar vermogen gebouwde kerk van de heilige Georgios voltooid was: haar sterven werd daar zelfs een half jaar voor uitgesteld.

De heilige Vindicianus, bisschop van Arras, was een leerling van de heilige Eligius, met wie hij vele jaren als kluizenaar leefde, in strenge ascese. Nadat hij al vicaris-bisschop was geweest, werd hij in 675 tot bisschop van Kamerijk en Arras gekozen. Hij bouwde verschillende kerken en kloosters en voltooide in 691 de grote abdij van Waast, waar sinds lange tijd aan gebouwd was.
Toen de bisschop van Autun, de heilige Legerus, gedood was door de hofmeier‚ werd koning Dirk III verdacht van medeplichtigheid. De gezamenlijke bisschoppen zochten toen een afgevaardigde met persoonlijk gezag en erkende heiligheid om een protest in te dienen bij de koning. Zij kozen Vindicianus uit voor deze gevaarlijke taak en hij kweet zich daarvan met zoveel wijsheid en karaktervastheid dat hij de bewondering oogstte van heel het hof en de koning tot inkeer bracht.
Bij zijn terugkeer stichtte hij de abdij van Honcourt, en nadat hij meer dan 15 jaar al zijn krachten had ingespannen voor het diocees, trok hij zich op negentigjarige leeftijd terug op de berg waar hij geleefd had met de heilige Eligius, om zich op zijn dood voor te bereiden. Hij stierf, 92 jaar oud, in 712.

De heilige Euthymios, bisschop van Novgorod. Hij was een priesterzoon en toen hij 15 jaar oud was, trad hij in het klooster van de heilige Nikolaas. Bisschop Simeon van Novgorod stelde hem aan tot sacrista. Na diens dood werd hij abt van het Moeder Gods-klooster op de Vosseberg. In 1434 werd hij bisschop van Novgorod gewijd. Sinds 1150 werd de bisschop gekozen door het volk. Dit wees drie kandidaten aan, wier namen op gesloten briefjes werden neergelegd op het Altaar van de Sofia-kathedraal. Na de heilige Liturgie werden door de protopresbyter twee van de briefjes geopend en de namen voorgelezen. Wat op het Altaar was blijven liggen werd beschouwd als de naam van de door God gezegende opvolger. Zo is ook de heilige Euthymios gekozen, tot vreugde van het volk, dat hem kende als een werkelijk heilige monnik.
Hij besteedde veel aandacht aan de inrichting van de verschillende kerken en was tegelijk een ware vader voor zijn gelovigen. Hij is in hoge ouderdom gestorven in 1458.

De heilige Angus, bisschop van Keld, was een Ierse prins, maar vanaf zijn jonge jaren ging heel zijn vurige liefde uit naar de dienst van God. Hij trad in het beroemde klooster van Cluain-Edneach onder de heilige abt Malathgen. Hij zong elke dag de 150 psalmen en maakte talloze kniebuigingen. Toen hem hiervoor teveel verering toestroomde, trok hij in stilte naar een andere abdij, waar hij als aankomend novice allerlei karweitjes mocht opknappen, totdat ook daar zijn bijzondere aard werd ontdekt. Later werd hij abt in zijn eigen klooster en volgens de gewoonte van die tijd ook bisschop, zonder speciale jurisdictie. Hij was literair begaafd, schreef gedichten en heiligenlevens, en verhandelingen over allerlei onderwerpen, en geldt als een der grootste Ierse schrijvers. Hij is gestorven in 824.

De heilige Constantinus, prins van Cornwall, was gehuwd met de prinses van Brittannië, maar zij stierf reeds spoedig. Hij was ontroostbaar, deed afstand van de troon en stak over naar lerland waar hij onderdak vroeg in een klooster, zonder zijn naam bekend te maken. Hij werd naar het graanpakhuis gestuurd om meel te malen met de handmolen, en dit zware werk hield hij vol, iedere dag, zeven jaren lang.
Toen hij zo eens alleen bezig was, overviel hem het bespottelijke van de situatie: hij begon hard te lachen en riep uit: ‘Is dit nu de koning van Cornwall met helm en schild, die hier nu aan de handmolen zwoegt? ls hij het nu of is hij het niet?’ Toevallig was er juist een broeder bezig op de graanzolder, en nieuwsgierig geworden door die lachbui, had hij geluisterd. Hij trok zich stilletjes terug en ging aan de abt melden wie de zwerver was die ze hadden opgenomen.
Nu haastten allen zich naar de molen en haalden Constantinus het klooster binnen. Hij leerde lezen en werd priester gewijd. Toen nam hij afscheid, stak over naar Schotland en werd door de heilige Columba op missiereis gestuurd.
Tenslotte werd hij abt van het klooster in Glasgow. Maar zijn missiewerk zette hij voort tot in hoge ouderdom. Op zulk een tocht werd hij eens overvallen door een groep heidenen, die er met het zwaard op in sloegen. Constantinus verloor daarbij zijn rechterarm. Hij gaf zijn laatste zegen aan de broeders en stierf toen aan bloedverlies, in 576. Hij was de eerste martelaar van Schotland.

De heilige Eulogius behoorde tot de aanzienlijkste familie van Cordova, dat toen de hoofdstad was van het door de Moren bezette Spanje. De moslims stonden de christenen toe om volgens hun godsdienst te leven, maar eisten daarvoor hoge betaling. En het was hun op doodstraf verboden bekeerlingen te maken.
Eulogius werd leraar aan de hogeschool van Cordova en ontving de priesterwijding. In het jaar 850 begonnen de overheersers een ware vervolging in de stad. De bisschop en alle geestelijken, en ook andere christenen werden gevangen gezet. Twee jonge vrouwen, Flora en Maria, werden gedood, de anderen werden na een week weer vrijgelaten. Later werd de vervolging veel heviger en vele christenen werden gedood. Eulogius schreef de geschiedenis van hun martelaarschap. Hij verdedigde deze titel tegen sommigen die het wilden bestrijden omdat er geen wonderen gebeurden zoals bij de oude martelaren, omdat ze niet langdurig gefolterd waren of omdat ze niet gedood waren door heidenen maar door moslims, die de ene, ware God aanbidden.
Toen de aartsbisschop van Toledo gestorven was, liet men het oog vallen op Eulogius als zijn opvolger. Deze had echter een moslim-meisje dat christen was geworden, in verschillende huizen verborgen gehouden. Tenslotte werden zij beiden gegrepen en onthoofd, in 859.

De heilige Lucrecia (Leocirtia) was een jong meisje uit moslim-ouders, maar door haar nicht Liliosa tot Christus gebracht. Toen haar ouders het bemerkten, probeerden ze haar met geweld tot de islam terug te brengen en zij werd zo slecht behandeld dat ze de vlucht nam. De priester van Cordova, de heilige Eulogius, wiens gedachtenis we vandaag ook vieren, bracht haar onder bij zijn zuster Amilone, die de geloften had afgelegd en in haar eigen huis een kloosterleven leidde.
De nasporingen van haar ouders noodzaakten Lucrecia herhaalde malen van verblijfplaats te veranderen. Dikwijls bracht ze de nacht door in een of andere kerk, waar ze uitrustte op een grafzerk en zich door bidden en vasten voorbereidde op het martelaarschap. Tenslotte werd ze ontdekt en gearresteerd met de heilige Eulogius.
De priester werd ter dood veroordeeld omdat hij een meisje had onttrokken aan het gezag van haar ouders om er een christin van te maken. Toen het meisje standvastig bleef in haar geloof, werd zij enkele dagen later onthoofd.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Gorgo, martelaar te Rome; Alberta met haar zuster Fides te Agen‚ 286; Heraklios en Zosima‚ ter dood gebracht in Carthago; Candidus, Piperion en nog 20 anderen te Alexandrië; en zeer vele martelaren te Antiochië onder Maximiaan.

Eveneens op deze dag de heilige Sofronios de recluus van het Holenklooster te Kiev, 13e eeuw; Benedictus, bisschop van Milaan; de abt Firminus bij Amiens; Vigelius‚ bisschop van Auxerre, 685; Constantinus, belijder te Carthago; en de belijder Petrus te Bauco in de Campagna.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.