vorige dag           volgende dag

Heiligenjaar   -   18 maart

De heilige Aninas (Ananias), de Wonderdoener van Chalcedon, werd wees toen hij 15 jaar oud was. Hij was een ernstige jongeman die zonder enige terughoudendheid geheel zijn leven aan de omgang met God wilde wijden. Hij trok naar de woestijn aan de rand van de stad en werd monnik bij de kluizenaar Mayum die zich daar in een kleine hut gevestigd had. Zij leefden samen in uiterste armoede, maar ook hun laatste restje voedsel schonken zij weg wanneer een arme daarom vroeg. Na Mayums dood bleef hij daar alleen. Zijn van nature reeds sterke wil, van hogere kracht voorzien door de inwoning in hem van de Heilige Geest, bedwong op wonderbare wijze de natuur in het rond. Op zijn gebed vulde een uitgedroogde put zich weer met water en zieken werden genezen. Wilde dieren zochten zijn gezelschap en bewezen hem diensten.
Later leefde hij in een hol in de vlakke woestijn van de Eufraat, in het gezelschap van twee leeuwen die zich als huisdieren gedroegen. Zij vergezelden hem op zijn dagelijkse tocht om een uur ver water te halen uit de rivier. Toen de bisschop van Caesarea dit hoorde, zond hij hem een ezel om het water voor hem te dragen, maar hij weigerde die te aanvaarden en schonk hem aan een paar arme mensen die in nood verkeerden. Toen liet de bisschop er een groot watervat neerzetten en gaf aan de mensen die Aninas gingen opzoeken, de opdracht om water mee te nemen en het vat te vullen.
Aninas zag in zijn binnenste gebeurtenissen die op grote afstand plaatsvonden. Daar was bijvoorbeeld de pilaarbewoner Pionios. Deze was eens door rovers overvallen en zwaar mishandeld. Pionios kende hen, en overwoog van zijn zuil af te komen en een aanklacht tegen hen in te dienen. Aninas zond hem toen door middel van zijn leeuw een brief, om hem te waarschuwen zich niet van zijn weg te laten afbrengen, zijn aanvallers te vergeven en zijn ascese vol te houden. Zelf toonde hij ook altijd de grootste edelmoedigheid tegenover allen die met hem in aanraking kwamen; hetzij in vriendschap, hetzij om hem te benadelen.
Ondanks zijn ascetische levenswijze bereikte hij de leeftijd van 110 jaar, en is toen in vrede gestorven.

De heilige Kyrillos, aartsbisschop van Jeruzalem van 350 tot 389. Hij was daar geboren tegen het jaar 315 en legde zich van jongsaf toe op de studie. Zijn geest was doordrenkt van de Heilige Schrift en zijn preken bestaan vooral uit een samenweefsel van schitterend gekozen bijbelteksten. Ook bezat hij een diepgaande kennis van wat er door kerkelijke schrijvers reeds was gepubliceerd en zijn geschriften verraden ook een gedegen kennis van relevante heidense lectuur.
In 345 werd hij priester gewijd door bisschop Maximos van Jeruzalem en deze belastte hem reeds spoedig met het predikambt in de zondagsliturgie en met het onderricht van de doopleerlingen, die een twee-jarige intensieve cursus moesten volgen eer ze de heilige doop mochten ontvangen. Een aantal van deze catechesen werd zo waardevol geacht dat ze zorgvuldig zijn opgeschreven en bewaard gebleven. In 350 werd hij gekozen tot opvolger van Maximos. Hij was een zachtmoedig man, een vredestichter in de ware zin van het woord, een geschenk van God in die moeilijke tijden. Want de Arianen waren aan de macht door de gunst van de keizer, en vele bisschoppen waren semi-arianen, dat wil zeggen dat zij niet twijfelden aan de goddelijke natuur van Christus en dat Deze Een van wezen is met de Vader, maar dat ze het nut betwijfelden om de zaken zo ondubbelzinnig onder woorden te brengen. Allen die niet zulk een felle natuur bezaten, die niet zo geheel en al leefden vanuit de Heilige Geest, of niet zulk een scherp onderscheidingsvermogen bezaten als de grote leraren der kerk, aarzelden en trachtte de zaken te rekken. En Kyrillos was van mening dat het geen zin had tegenover hen een barse houding aan te nemen en ze zo in de armen der Arianen te drijven. Hoe vast hij zelf ook stond in het orthodoxe geloof, hij wilde niet meedoen met de strikte partij die een breuk wilde veroorzaken met de aarzelenden, en hij spande al zijn krachten in om zulk een catastrofe te vermijden en de partijen te verzoenen.
Ook de grote Athanasios toonde deze gezindheid: ‘Hen die de definities van Nicea aanvaarden doch bezwaren hebben tegen het woord: Eenwezenlijk of Een van wezen, beschouwen we niet als vijanden en we vallen hen niet aan alsof ze echte Arianen zijn of mensen die zich tegen de vaders verzetten; maar wij discussiëren met hen over deze dingen als met broeders die eigenlijk hetzelfde bedoelen maar het niet eens zijn over het meest passende woord.’
Ondanks deze verzoenende houding werd Kyrillos verdreven van zijn troon door de machinaties van de Arianen, die de bedriegelijkste middelen te baat namen om hun positie te verstevigen. Concilies werden om de tuin geleid met gelogen beweringen over andere bisschoppen die zouden hebben ingestemd met de ariaanse leer, en onder druk, gezet door wapengekletter. Kyrillos werd afgezet in 360, maar weer op de troon teruggeroepen toen Juliaan aan het bewind kwam en nog niet wilde laten zien dat hij afvallig was. Maar reeds spoedig waste deze zijn christelijke doop af door te baden in stierenbloed. En terwijl hij bezig was met offeren in de tempel van Fortuna, liet de blinde bisschop van Chalcedon, Maris, zich naar hem toebrengen om zijn godloosheid aan te klagen. De keizer vroeg hem of zijn Galilese god soms zijn blindheid zou genezen, maar Maris antwoordde: ‘lk dank God dat ik blind ben, want dat bespaart me het gezicht van een afvallige te moeten zien’.
Om de Joden op zijn hand te krijgen, liet Juliaan de tempel van Jeruzalem weer opbouwen. Er werd gewerkt met zilveren spaden en rijkgeklede dames droegen de aarde weg. Maar Kyrillos voorspelde dat de onderneming zou mislukken omdat Christus gezegd had dat de tempel verwoest zou blijven, ook al schenen alle omstandigheden ten gunste te werken van de andere partij. Een heidense kroniekschrijver verhaalt hoe uit de fundamenten telkens weer schrikaanjagende vuurbollen tevoorschijn kwamen, die de werklieden verschroeiden en het werkterrein ontoegankelijk maakten, en zo kwam het werk tot stilstand. Juliaan verklaarde dat hij wel zou afrekenen met Kyrillos wanneer hij uit de Perzische oorlog terugkwam, maar daar zou hij nooit van terugkeren.
Onder zijn ariaanse opvolger werd Kyrillos weer verbannen in 367, en hij kwam pas in Jeruzalem terug in 378. Het diocees was een puinhoop, verscheurd door ketterij, bedorven door wilde zeden, onleefbaar door gewelddadigheid. ln 379 werd Gregorios van Nyssa gezonden. om hem te helpen, maar zonder veel resultaat. In 386 stierf Kyrillos, in de ouderdom van 70 jaar.
Wij bezitten nog van hem de tekst van een serie van 18 wondermooie catechetische redevoeringen die hij gehouden heeft bij de voorbereiding van de doopleerlingen, en 5 mystagogische homilieën die hij gehouden heeft na de doop voor de nieuw-verlichten. In deze laatste bespreekt hij de mysteriën of sacramenten van doop, myronzalving en eucharistie, en de liturgische handelingen van de Goddelijke Liturgie. De doop-catechesen zijn meer opwekkingen tot bekering, vaak aan de hand van voorbeelden uit het Oude Testament. Ze treffen door een grote welsprekendheid, gepaard aan diep menselijke warmte.

De heilige Trofimos en Eukarpos waren als soldaten ingezet bij de christen-vervolging. Zij verbaasden zich erover dat zulke kennelijk onschuldige lieden gemarteld en ter dood gebracht moesten worden, en gingen toen informeren wat het toch wel voor mensen waren. Zo raakten zij bekend met Christus en ze werden toen zelf gelovig zodat het hun onmogelijk was hun medebroeders te pijnigen. Daaraan werden zij zelf als christen herkend en ze moesten daarom de vuurdood sterven te Nikomedië, rond het jaar 300.

De heilige Alexander, bisschop van Jeruzalem, was een student van de beroemde catechetenschool in Alexandrië. Hij was een leerling van de heilige Klemens en studiegenoot van Origenes, met wie hij door warme vriendschap verbonden bleef. Toen hij weer teruggegaan was naar zijn geboortestad in Kappadocië‚ werd hij daar tot bisschop gekozen. Tijdens de vervolging werd hij in 204 gevangen genomen en hij bleef zeven jaar in de kerker, van waaruit hij zijn diocees zoveel mogelijk bleef besturen door bemiddeling van de vertrouwde priester Klemens.
ln het jaar 212 kwam hij eindelijk vrij en uit dankbaarheid en omdat God hem in een droom daartoe opriep, ging hij op pelgrimstocht naar Jeruzalem. Toen hij de heilige stad naderde, hadden zowel de bisschop als verschillende leden van zijn raad een visioen dat zij de heirbaan moesten optrekken om hun toekomstige bisschop tegemoet te gaan. Zij ontmoetten Alexander, die kennelijk de voorbeschikte persoon was. Het was nog nooit voorgekomen dat een bisschop van zetel verwisselde, maar nu werden alle bisschoppen van Palestina bijeengeroepen en men kwam gezamenlijk tot de conclusie dat God duidelijk had laten blijken dat op goddelijke openbaring Alexander tot bisschop gekozen moest worden in plaats van Narcissus, die in zijn hoge ouderdom niet meer in staat was dit moeilijke diocees te besturen. In een brief van Alexander staat dat Narcissus 116 jaar oud was!
De nieuwe bisschop was nog steeds een man van studie. Hij bracht in Jeruzalem een beroemde bibliotheek bijeen waarin hij de boeken en brieven van alle grote mannen uit die tijd verzamelde. De geschiedschrijver Eusebios heeft hier rijkelijk uit geput. Ook Origenes schrijft over hem en roemt vooral de zachtmoedigheid waarmee hij het geloof verkondigt in zijn preken.
Toen Alexander zelf oud geworden was, werd hij tijdens de vervolging van Decius gevangen genomen en in Caesarea vastgezet totdat hij stierf in de kerker, in het jaar 250.

De heilige Narcissus, bisschop van Gerona in Spanje, was van zijn zetel verdreven tijdens de vervolging van Diokletiaan. Samen met zijn diaken Felix was hij steeds verder op de vlucht, tot Augsburg toe. De gehele christengemeente was daar vrijwel uitgeroeid, maar een gastvrije vrouw bood hun onderdak, een zekere Afra. Deze verwonderde zich erover dat zij zo weinig aten en zoveel tijd aan gebed besteedden, en het duurde niet lang of zij bekeerde zich, met heel haar gezin.
Na negen maanden was de vervolging wat uitgewoed en Narcissus keerde met zijn diaken naar Gerona terug en nam daar opnieuw het bekeringswerk ter hand, en met veel succes. Dit wekte echter zozeer de woede op van een bepaalde groep heidenen, dat zij hem overvielen vanuit een hinderlaag, en hem vermoordden, in het begin van de 4e eeuw.

De heilige Finnian (Frigidian), bisschop van Lucca in ltalië. Hij was afkomstig van Aran, deed zijn studies in Rome en kwam naar Ierland terug met een schat aan relieken en enkele van de oudste kopieën van Hiëronymos’ bijbelvertaling. Dit was zulk een kostbaar bezit dat in allerlei kerkelijke verslagen uit die tijd gesproken wordt over de bijbels van Finnian.
ln 540 stichtte hij het grote klooster van Moville, waar de heilige Columba een groot deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. Nadat hij zoveel in Ierland had tot stand gebracht, was zijn bruisende energie nog niet uitgeput. Hij keerde naar Italië terug en werd daar bisschop van Lucca in Toscana, waar zijn naam echter veranderd werd in Frigidian. Gedurende 28 jaar bestuurde hij dit diocees en in die tijd bouwde hij 28 kerken. Sinds zijn dood wordt de hoofdkerk naar hem genoemd.
Hij had niet alleen geweldige werkkracht‚ maar stond ook bekend om zijn enorme lichaamskracht. Bij de kerkbouw verplaatste hij stenen die niemand anders in beweging kon krijgen, zoals de heilige Gregorius de Grote verhaalt.

De heilige Wahan, wiens naam ‘schild’ betekent, leefde van 700 tot 737. In zijn tijd lag Armenië onder Arabisch bewind. De militaire commandant nodigde in 704 de Armeense regeringsleiders uit voor een bespreking. Hij liet ze bijeenkomen in een kerk en stak deze toen arglistig in brand. De gezinnen van de bestuurders werden als slaven naar Damaskos gezonden, waar de zetel van het emiraat gevestigd was.
Onder hen bevond zich de 4-jarige Wahan, het zoontje van de bestuurder van de Goght’n. Hij werd door de Arabieren Wahab genoemd en werd opgeleid samen met de jonge islamitische edelen. De talentvolle jongen blonk uit boven de anderen, en na zijn opleiding werd hij kanselier van het emiraat. Hij was nu moslim, maar wist dat hij als een adellijke Armeense christen geboren was.
ln 719 werden vele christenen, op verzoek van de heilige Johannes van Odzoen in vrijheid gesteld. Ook Wahan kreeg verlof om orde op zaken te stellen in het district van zijn vader, maar hij moest beloven naar Damaskos terug te keren. Doch toen de emir reeds het volgende jaar stierf, achtte Wahan zich van zijn gelofte ontslagen. Hij keerde terug naar het christendom, huwde met een Armeense en nam het bestuur van Goght’n in handen.
De nieuwe emir zond hem echter een verzoek om naar Damaskus terug te keren. Wahan wilde niet opnieuw moslim worden, en met een groep van 20 ruiters ging hij op reis naar Griekenland. Zonder echter zijn vrouw in te lichten, opdat zij niet lastig gevallen zou worden omdat haar man als een afvallige zou worden beschouwd. Zij ging verontwaardigd naar haar vader, de bestuurder van het buurdistrict. Deze ontdekte de voortvluchtige groep en beval Wahan terug te keren. Wahan legde de stand van zaken uit, dat hij door de emir gezocht werd, en dat daarom zijn verblijf in Armenië levensgevaarlijk was voor hem en voor ieder die hem onderdak zou verlenen. Toen verzocht en kreeg hij vrijheid van handelen.
Nu volgde een zwerversbestaan. Wahan trok zich zoveel mogelijk uit de bewoonde wereld terug en trok als bedelaar van het ene klooster naar het andere in Armenië en Grusië. Hij bleef overal slechts korte tijd om te vermijden dat zijn gastheren in moeilijkheden zouden geraken wanneer hij ooit ondekt werd.
Toen hij zo vijf jaar had rondgezworven, viel hem dit leven te zwaar. Hij hoorde dat de tegenwoordige emir een tamelijk goedmoedig man was en hij besloot naar hem toe te gaan en om genade te vragen en verlof om als christen te mogen leven. De emir sprak hem inderdaad goedgunstig toe en beloofde hem de prinselijke status wanneer hij maar zijn geloof zou opgeven. Toen Wahan standvastig weigerde ging de emir over tot dreigementen en hij liet hem door de beul de stad rondleiden onder voortdurende bedreiging met het zwaard, waarmee deze hem zelfs een diepe nekwond toebracht. Wahan werd echter steeds onverzettelijker, en tenslotte werd hij ter dood gebracht op maandag 18 maart 737. Hij werd begraven door Syrische christenen en de Syrische bisschop liet een gedenksteen op zijn graf plaatsen.

De heilige Tetricius, bisschop van Langres, evenals zijn vader. Zijn broer was u Gregorius van Tours, de bekende geschiedschrijver. Tetricius bestuurde zijn diocees met diepe wijsheid en hij was een stralend licht van geleerdheid en echte Godskennis. Hij is gestorven in 572.

De heilige Edward, koning van Engeland, werd reeds op 13-jarige leeftijd tot opvolger op de troon gekozen, als eerste zoon van de overleden koning Edgar. Deze was echter tweemaal getrouwd geweest en de tweede vrouw, de stiefmoeder van Edward, wenste dat haar eigen zoon zou opvolgen. Zij zocht naar middelen om Edward uit de weg te ruimen ten bate van haar zoon Ethelred, en in 979, toen Edward zeventien geworden was, zag zij haar kans schoon. Op een jachtpartij kwam hij even bij haar uitblazen en wat drinken, zonder zijn gezelschap, en zij liet hem toen door een van haar mannen doodsteken. Hij was dus geen martelaar voor Christus, maar hij was een werkelijk goede jongen, die ongerecht op wrede en verraderlijke wijze was gedood. Het volk betreurde hem ten zeerste, noemde hem een heilige en beschouwde hem als een martelaar. Er gebeurden wonderen aan zijn graf en zelfs zijn kwaadaardige stiefmoeder kreeg berouw en trok zich terug in een klooster om boete te doen.

Ook nog op deze dag de heilige martelaar: Tetricius, bisschop van Auxerre, gedood in 707.

Eveneens op deze dag de heilige Anselmus, bisschop van Lucca; en Merolus, bisschop van Le Mans, 785.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.