vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   19 maart

De heilige Chrysanthus, zoon van een Romeinse senator, en zijn vrouw Daria, priesteres van Pallas Athene, met de tribuun Claudius, diens vrouw Hilaria, en hun zonen Maurus en Jason. Chrysanthus was uiterst leergierig en bestudeerde ieder boek dat hij in handen kreeg. Toen hij zo kennis kreeg van de Evangeliën en de Handelingen der Apostelen, werd hij daar volkomen door overrompeld. Hij wilde bij Christus horen‚ liet zich dopen en kon niet nalaten met anderen over Hem te spreken, tot grote woede van zijn vader. Deze maakte van zijn positie gebruik om zijn zoon in de gevangenis te zetten en hem slecht te behandelen, zodat zijn wil gebroken zou worden door honger en koude, vernedering en pijn. Toen hij geheel uitgeput was, huwde hij hem uit aan de beeldschone Daria, een priesteres van de tempel van Pallas Athene, die zijn gedachten wel op een ander spoor zou brengen.
Maar Chrysanthus had de idealistische jonge vrouw die van hem hield, spoedig tot de waarheid van Christus gebracht, en na de dood van zijn vader werd de grote woning een toevluchtsoord voor pas bekeerde christenen. Lang duurde deze veiligheid echter niet, daarvoor was het ras der verklikkers te actief. Zij vielen in handen van de tribuun Claudius, die hen liet martelen. Hij was ervan overtuigd dat zulke wekelijk opgevoede jongelui dan wel gauw anders zouden piepen. Maar tot zijn grote verwondering was er in hen geen spoor van wankelmoedigheid. Zelfs als zij het uit moesten schreeuwen van pijn, dan waren zij direct daarna weer opgewekt en deden zelfs pogingen om hymnen te zingen voor hun God.
Daar ook hij een goed mens was, kwam hij tot het inzicht dat hier iets bijzonders gebeurde, iets van zo grote waarde, dat hij daaraan deel wilde hebben. Hij trok dan ook de consequentie en liet zich dopen met heel zijn gezin, dat hem blijkbaar innig was toegedaan. Zij werden op verschillende wijzen ter dood gebracht, terwijl Chrysanthus en Daria levend werden begraven, in 281.
Om de plaats die het huis van de beide martelaren had ingenomen in het leven van de gemeente te Rome, werd al spoedig hun gedachtenis gevierd, vooral op de verjaardag van hun martelaarschap. De christenen waren toen bijeengekomen in een van de catacomben en vierden de heilige Liturgie. Ook dit werd overgebracht: de toegang van de catacombe werd dichtgemetseld. De gelovigen die daar bijeen waren zijn van honger en dorst gestorven, samen met hun priester Diodorus en de diaken Marianus.

De heilige lnnokentios, uit een bojarengezin, werd monnik in het Kyrillo-Bjelozerski-klooster. Hij was een geestelijk kind van de heilige Nil Sorski, en begeleidde hem op diens pelgrimsreizen. Zo bezocht hij ook de Athos. In Rusland teruggekeerd, bouwde hij zich een kluis in een verafgelegen streek aan de Eda-rivier, om zich geheel te wijden aan het inwendig gebed. Maar zoals dat zo vaak gaat: juist dit streven naar eenzaamheid trok anderen aan, voor wie hij zich verantwoordelijk achtte. En zo ontstond het klooster van de verheerlijking van de Verlosser, waar hij ook gestorven is in 1521.

De heilige Pancharios, een jonge christen, won de gunst van keizer Maximiaan, die hem tot zijn secretaris benoemde. Toen zijn moeder en zuster dit hoorden, schreven ze hem dat hij zich toch nooit moest schamen voor Christus, en dat een mens er weinig baat van heeft heel de wereld te winnen als hij daardoor zijn ziel verliest. Pancharios was hierdoor zeer getroffen en hij begon te bidden dat God hem barmhartig mocht zijn en dat hij niet te schande mocht worden tegenover de mensen en de engelen.
Een van zijn rivalen hoorde dit en bracht het over aan de keizer. Die liet hem roepen en vroeg of het waar was dat hij een christen was. Hij probeerde hem over te halen om die godsdienst te verzaken. Toen Pancharios weigerde, liet hij hem geselen en zond hem naar de rechter in Nikomedië. Daar werd hij opnieuw ondervraagd en ter dood veroordeeld, in de 3e eeuw.

De heilige Bassa (Vassa) was de vrouw van de heilige Jona de stichter van het Holenklooster in Pskov, nadat ook zij zich in een klooster had teruggetrokken. Na haar dood, tegen 1473, werd ook zij in een van de grotten van het door haar man gestichte klooster begraven.

De heilge Alkmund behoorde tot de koninklijke familie van Northumbrië. In een reeks van moord en doodslag kwam telkens een ander op de troon. Alkmund was verbannen bij de Picten, waar hij bemind werd om zijn pure onschuld en zijn zachtmoedig karakter in die tijd van gewelddadige barbaarsheid. Maar op bevel van de toen heersende koning werd ook hij vermoord, in 819. Zijn lichaam werd later naar Derby overgebracht en sindsdien geldt hij als de patroonheilige van die stad.

De heilige Demetrios Tornara kwam door zijn werk veel met Turken in aanraking. Vaak werd er dan gesproken over het geloof, want de moslims bezaten een grote bekeringsijver en bij het maken van proselieten waren ze niet kieskeurig wat betreft de te gebruiken middelen. Met veel overtuigingskracht sprak Demetrios dan over de superioriteit van het christendom boven de islam. Bij deze debatten raakten sommigen zo verhit dat zij een aanklacht indienden bij de kadi, dat Demetrios hun geloof beledigd zou hebben (een misdaad waar de doodstraf op stond). Demetrios werd ontboden, ontving een dracht slagen en werd toen voor de keus gesteld om de islam aan te nemen of ter dood gebracht te worden. Toen Demetrios standvastig Christus bleef belijden, werd hij door de Turken onthoofd, in 1564.

De heilige Johannes, abt van Civita-di-Penne, was afkomstig uit Syrië en trok rond, op zoek naar een plaats waar God hem wilde hebben. In Italië, in de buurt van Spoleto, kreeg hij een teken dat hij daar moest blijven. De bisschop werd ervan verwittigd, hij kwam naar Johannes toe en zij herkenden elkaar met grote vreugde als verwante zielen. Weldra kwamen God-zoekers naar Johannes toe en hij bouwde daar een klooster waar hij de rest van zijn leven verbleef. Na 44 jaar ontsliep hij in vrede, in de vierde eeuw. Aan zijn graf gebeurden vele genezingen en het klooster heeft gedurende vele eeuwen stand gehouden.

De heilige Landoald, priester, met de diaken Amantius en Adriaan. Dezen waren door paus Martinus aan de heilige Amandus meegegeven als helpers voor zijn missiewerk in België, nadat hij afstand had gedaan van de bisschopszetel in Maastricht. Teruggekeerd in België ontmoetten zij de heilige Remaclus, de opvolger van Amandus in Maastricht, en deze vroeg hem Landoald af te staan voor het werk aldaar. Hij kreeg daar een stuk land bij Wintershoven, ten westen van Maastricht, waar hij in 659 een kerk bouwde, gewijd aan de heilige Petros (Sint Pieter). Dit werd zijn hoofdkwartier, van waaruit hij zijn missietochten begon in het omringende, nog half heidense land.
Adriaan, een van zijn leerlingen, had hij eens naar Maastricht gezonden op bedeltocht. Op zijn terugweg werd hij overvallen door rovers, en vermoord. Niet lang daarna stierf ook Landoald, tegen 668. Hun lichamen werden later overgebracht naar de abdij van Sint Bavo in Gent, waartoe Wintershoven behoorde.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Quinctus‚ Quinctilla, Quartilla en Marcus, met nog 9 anderen gedood te Sorrento.

Eveneens op deze dag de heilige Lactean, abt van Clon-Fert in Ierland, 622; Leontius, bisschop van Saintes, 640; en de bisschop Apollonius.

Gedachtenis van de icoon van de Moeder Gods van Tederheid, de Smolenskaja. Een kopie daarvan heeft een rol gespeeld bij de bevrijding van Pskov, toen de stad was ingesloten door de Bati, in 1585.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.