vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   25 maart

Verkondiging (Evangelismos) is het feest van het begin van het aardse leven van de Verlosser, het eerste ogenblik van de vleeswording van het goddelijk Woord, de Zoon van God. De Heilige Geest overschaduwt de Maagd Maria nadat deze haar toestemming gegeven had, en nu vloeit het goddelijk leven op deze plek naar binnen in de gehele mensheid. Op de meest radicale manier zoekt God het één worden met het menselijk geslacht, dus met ieder van ons. Want wij zijn niets slechts menselijke individuen, wij vormen een samenhangend geheel, een totaliteit. En juist daardoor is het mogelijk dat wij werkelijk verlost worden door dit handelen van God, het gaat ons rechtstreeks, persoonlijk aan, er is een directe verbinding tot stand gekomen, precies in ons vlees. God trad de mensheid binnen, Hij werd mens, geheel en al, maar daardoor heeft Hij de mensheid als het ware geïnfecteerd met Zijn Godheid. Wij zijn niet meer op dezelfde manier mens als vóór de komst van Christus, er is een volkomen nieuwe mogelijkheid in ons neergelegd, een oneindige horizon is voor ons ontsloten: wij mogen kinderen worden van God, wij zijn geroepen om broeders en zusters te zijn van de Zoon van God, Die ons daarom leerde bidden: Onze Vader!
Deze wonderbare werkelijkheid gaat elke aardse en menselijke maat en bevattingsvermogen volkomen te buiten: alleen een reeks van wonderen kon dit tot stand brengen. De goddelijke oneindigheid wordt besloten in een vrouwenlichaam; de almachtige Schepper wordt een passief klompje vlees, groeiend volgens de wetten der stoffelijke natuur; Hij Wiens aanblik voor elk schepsel dodelijk moet zijn, verbindt Zich tot één geheel met het lichaam waarin Hij te gast komt; Hij Die het heelal met de kracht van Zijn Wezen vervult, is nu aanwezig op een bepaald plekje in de stof; de eeuwige, Beginloze, begint nu te leven; de allesbeheersende Gebieder wordt een hulpeloos kind.
Niet zonder reden wordt het Woord vlees in een maagd. Hij is immers geheel en al Zoon van de hemelse Vader! Er zou een gebrokenheid zijn als Hij ook een aardse vader zou bezitten. Uit deze Ontvangenis door de overschaduwing van de Heilige Geest over een maagd zien wij op de duidelijkste wijze Zijn God-menselijke werkelijkheid: terwijl Hij volkomen mens wordt, blijft Hij geheel en al God. Zijn geboorte is daarom ook het gevolg van een initiatief van de kant van God, niet de bezegeling van wat in het menselijk verkeer toch altijd min of meer een toevalskarakter draagt. De belangrijkste grond is wel dat het hier niet gaat om het ontstaan van een nieuwe menselijke persoon, zoals dat bij een gewone geboorte het geval is. De persoon van Christus is niemand anders dan de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid. Deze bleef Zichzelf gelijk, maar begon nu een menselijk bestaan.
Daardoor is in Hem het goddelijke zo volkomen verbonden met het menselijke; daardoor heeft Hij werkelijk de Godheid in de mensheid binnengebracht; daardoor konden wij ook wezenlijk worden verlost. En met aangrijpende schoonheid worden deze werkelijkheden tot uitdrukking gebracht in de zangen van het feest.
In Griekenland wordt deze dag ook gevierd als Bevrijdingsdag, omdat bisschop Germanos van Patras op deze dag in het jaar 1821 het teken gaf voor de opstand tegen het Turkse bewind.

De heilige Ireneos, bisschop van Sirmium in Pannonië (Hongarije) was gearresteerd en voor het tribunaal geleid. Heel zijn familie was aanwezig: moeder, vrouw, kinderen die zich aan hem vastklemden en hem smeekten hen toch niet te verlaten en zich te onderwerpen aan het keizerlijk edict. Maar Ireneos zei: ‘Onze Heer Jezus Christus heeft ons geleerd dat wie vader, moeder, vrouw of kinderen meer bemint dan Hem, dat die Hem niet waardig is. Daarom vergeet ik dat ik vader ben en man en zoon’. Toen werd hij veroordeeld om onthoofd te worden, in 304.

De heilige Barontius en Desiderius, kluizenaars in het gebied van Toscane. Barontius was een gehuwd edelman van het geslacht Berry. Toen hij op middelbare leeftijd was gekomen, werd hij gegrepen door het verlangen om zijn leven op meer volkomen wijze te wijden aan de dienst van God. Met zijn zoon trad hij daarom in de abdij van Lonrey, gesticht door de heilige Cyran. Maar dit goed geregelde leven voldeed niet aan zijn dorst naar het absolute, en na lang aandringen gaf zijn abt hem de zegen om als kluizenaar te gaan leven. Hij trok nu naar Italië om te bidden op het graf van de heilige apostelen en om bevestigd te worden in zijn roeping. Toen trok hij zich terug in een verlaten gebied in Toscane waar hij een kluis bouwde in een bergdal.
Maar hoezeer hij ook de eenzaamheid zocht, hij bleef niet verborgen. Een in de buurt levende kluizenaar, Desiderius, verhuisde naar hem toe om zich in zijn nabijheid te vestigen en deel te hebben aan zijn vurig gebedsleven. Een viertal anderen sloot zich bij hen aan, en zij bouwden een gezamenlijk kerkje voor de diensten. Zo dienden zij God in boete en aanschouwing, rond het midden van de 7e eeuw. Langzamerhand zijn allen daar gestorven en begraven. Op hun graven geschiedden vele wonderen, en enkele eeuwen later werd er op die plaats een nieuw klooster gesticht.

De heilige Humbert van Marolles, geboren te Malzières aan de Oise in een adellijk gezin, was van kind af bijzonder geïnteresseerd in godsdienstige zaken. Zijn ouders stuurden hem daarom naar een klooster in Laon, waar hij ook priester werd gewijd. Hij bleef daar tot aan de dood van zijn ouders, maar moest toen vertrekken om de aanzienlijke erfenis te regelen. Met de zegen van de bisschop en de abt ging hij naar Maizières terug, waar hij een teruggetrokken leven leidde.
Daar kreeg hij bezoek van de heilige Amandus die juist de bisschopszetel van Maastricht had opgegeven en hij vergezelde hem op zijn reis naar Rome. ln overleg met hem ging hij nu naar het nieuw opgericht klooster Marolles in Henegouwen, aan een zij-riviertje van de Samber. Omdat hij daar de rest van zijn leven wilde blijven, schonk hij het heel zijn bezit. De armelijke kluis werd nu een machtig instituut.
Humbert verliet zelden het klooster, maar af en toe bezocht hij de heilige Aldegonda, abdis van Maubeuge, met wie hij door een diepe geestelijke vriendschap was verbonden. Hij wordt soms de abt van Marolles genoemd; in ieder geval waren er leerlingen die zich aan zijn persoon hadden verbonden, en in wier armen hij is gestorven in 680, op het feest van de verkondiging.

De heilige Erbland (Hermelandus), geboren te Noyons, leefde aan het hof van Clotarius III als opperschenker. Toen men hem wilde uithuwelijken gaf hij te kennen monnik te willen worden. Met toestemming van de koning trad hij in 668 in het klooster van de heilige Wandril te Fontenelle, in die tijd bestuurd door de heilige Lambertus. Daar onderscheidde hij zich spoedig door zijn grote vroomheid, zodat hij priester werd gewijd. Sindsdien vierde hij dagelijks de heilige Mysteriën, waarop hij zich voorbereidde door voortdurende versterving.
Later werd hij uitgezonden, aan het hoofd van twaalf monniken, om een nieuw klooster te stichten op het eiland Aindres, in de buurt van Nantes. De nieuwe abdij stond onder bescherming van Childebert III, en kwam tot grote bloei als een centrum van geestelijk leven, van waaruit vele andere stichtingen zijn gedaan. Tijdens de grote vasten trok hj zich als kluizenaar terug op een ander eiland, om zich voor te bereiden op het grote Paasfeest. Voor zijn monniken was hij zorgzaam in hun zwakheden, maar voor zichzelf handhaafde hij zijn strenge ascese tot in zijn laatste ouderdom. Hij is gestorven tussen 710 en 715.

De heilige Camin, abt van lniskeltra, stamde uit een koninklijk geslacht in Ierland. Hij had zich in de eenzaamheid teruggetroken op het eiland Iniskeltra, waar hij een uiterst ascetisch leven leidde. Maar juist daardoor kwamen er zoveel leerlingen bij hem, dat hij genoodzaakt was een klooster te bouwen, dat een der beroemdste werd van de 7e eeuw. Hoewel hij zwak van gestel was, verdiepte hij zich met grote energie in de studie en hij schreef een commentaar op de psalmen in hun Hebreeuwse tekst. Hij is gestorven in 653.

De heilige Doula was een slavin, gekocht door een Griekse soldaat in Nikomedië. Zij weerstond aan al zijn pogingen om haar te misbruiken en werd in een aanval van woede door hem gedood.

De heilige Quirinus werd in 269 in de gevangenis met het zwaard afgemaakt, waarna zijn lichaam in de Tiber werd geworpen. Daaruit werd het gered door de priester Pastor, die het begroet op het Pontiani-kerkhof.

Ook nog op deze dag de heilige maagd-martelaressen: Pelagia en Theodosia, ter dood gebracht met het zwaard, na marteling en gevangenschap, te Nikomedië; en daar ook 260 martelaren.

Eveneens op deze dag de heilige Pelagios, bisschop van Laodicea, in ballingschap onder Valens, maar daarna op zijn zetel hersteld.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.