vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   18 mei

De heilige Theodotos van Ankyra‚ met zijn medemartelaren de maagden: Tekousa, zijn tante, met Alexandra en Fauna (evenals Tekousa gewijde maagden); Klaudia, Eufrasia‚ Matrona, Theodota en Julitta. Hij was een herbergier in de buurt van Ankyra (Galatië), en tijdens de vervolging verborg hij vele christenen in zijn huis. Nilos, een vriend van Theodotos, heeft de gebeurtenissen van hun marteldood uitvoerig beschreven.
De zeven maagden waren als christenen aangebracht en voor het gerecht gedaagd. De rechter kon hen door zijn bedreigingen niet aan het wankelen brengen, en gaf hen ter bespotting over aan een stel brooddronken jongelui, die zich vol geestdrift van deze taak kweten. Toen wendde Tekousa zich tot de onbeschaamdste van de troep, rukte haar sluier af en zei: “Jongen‚ hou op met die brutaliteit! Kijk naar mijn rimpels en witte haar. Denk aan je oude moeder met haar grijze hoofd, en eerbiedig haar hoofd in het mijne.”
Haar edele waardigheid maakte indruk op de blijkbaar nog niet echt bedorven jongelieden en zij lieten hen verder met rust. De rechter was echter niet geïmponeerd en hij beraamde een nieuwe streek om zijn perversiteit te botvieren.
Het was de vooravond van het feest van de godin Diana. Dit feest bestond in het plechtig baden van het afgodsbeeld in een ondiepe poel bij de stad. Daarbij moesten zij die priesteres wilden worden samen baden met het beeld. De volgende dag gaf de rechter daarom de opdracht de zeven maagden van hun kleding te ontdoen, hun handen op de rug te binden, en hen zo op de wagen van de godin in processie door de stad te rijden, om samen met het beeld te baden, zodat zij, tegen wil en dank, tot priesteressen van Diana zouden worden.
Theodotos en enkele andere christenen hielden zich schuil in een in de nabijheid gelegen hut. Zij hoorden de muziek van de processie en het gejoel van de volksmenigte, tot plotseling alles stil werd. Tekousa en haar maagden hadden de witte kleding van het priesterschap verontwaardigd weggeworpen‚ en werden toen, met een zware steen aan de hals, in de poel verdronken.
Gedurende twee dagen konden de christenen de poel niet bereiken wegens uitgezette wachtposten. De volgende nacht was het aardedonker, terwijl een zwaar noodweer de soldaten naar een schuilplaats gedreven had. Theodotos en zijn groep raakten de weg kwijt, maar na gebeden te hebben zagen zij twee lantarens die hen voorgingen naar het meertje. Zij waden het water in en wisten de lichamen los te snijden en uit het water te halen.
De volgende dag werd de diefstal van de lichamen ontdekt en de woedende rechter zette heel de stad in rep en roer. Een van de groep werd gevangen genomen en uit angst voor de martelingen verried hij de anderen. Theodotos werd na dagenlange martelingen onthoofd in 304.

De heilige martelaren: de begaafde student Petros, de edelman Dionysios, de soldaten Andreas en Paulos‚ de 16-jarige Christina, met Heraklios, Paulinos en Benedimos, die in 250 de vuurdood hebben ondergaan onder Decius, te Lampsakos en Athene.

De heilige martelaren David met zijn broer Taritsjan uit Grusië, die in 693 geleden hebben onder het perzisch bewind, toen zij weigerden de islam aan te nemen.

De heilige martelaar Joannes l, Paus van Rome, die onder valse voorwendsels door de ariaanse koning Theoderic naar Ravenna was gelokt, en daar aan de hongerdood werd prijsgegeven.

De heilige martelaar Potamon, bisschop van Heraklea in Egypte, die te strijden had, zowel met de heidenen als met de fanatieke volgelingen van Arios. Hij werd gearresteerd in 310 en had veel folteringen te verduren, waarbij hem een oog werd uitgerukt en een knie-pees doorgesneden.
Hij overleefde het echter en nam deel aan het grote Concilie van Nicea als getuige tegen Arios. Om zijn martelingen kreeg hij daar een ereplaats.
Ook later trok hij nog mee met de heilige Athanasios om hem te verdedigen tegen de over hem uitgebrachte beschuldigingen.
ln 341 werd Potamon door aanhangers van Arios met stokken doodgeslagen.

De heilige martelaar Felix, bisschop van Spalato. Nadat Diokletiaan zich in het paleis aldaar had gevestigd, werd het stadsbestuur gemaand zich met meer ijver aan de christenvervolging te wijden. Toen werd Felix ontdekt, voor het gerecht gebracht, met vuur gefolterd en onthoofd in 304.

De heilige Elfgyva, koningin van Engeland van 940 tot 971. Zij spande zich steeds weer in om het ongeluk te verzachten van hen die door ongerechte vonnissen in nood waren; haar kostbare kleding schonk zij weg aan de armen opdat deze ze te gelde konden maken. De latere jaren van haar leven trok zij zich terug in het klooster van Shaftesbury, en daar is zij ook gestorven, in 971.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Simeon‚ lsaäk en Bachtisios, die in Perzië hebben geleden onder Sapor ll, in de 4e eeuw; Eufrasia uit Nicea, in zee verdronken onder Diokletiaan en Maximiaan: Julianos; Stefanos de Nieuwe, monnik zie 28 november; Theodoros paus van Rome; Dioskoros een lektor in Egypte, moest de ene marteling na de andere ondergaan tot hij tenslotte gestorven was; en de 15-jarige Venantius, een martelaar te Camerino, met 10 anderen onthoofd in 259.

Eveneens op deze dag de heilige Anastaso van Lukada; en de monnik Martinianos van Areovinthos.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.