vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   14 juni

De heilige profeet Elisa was de zoon van Safat uit de stam Ruben, te Abelmaum aan de Jordaan. Nadat hij bekleed werd met de uit de hemel gevallen mantel van Elia‚ was hij 65 jaar profeet, onder zes israelische koningen, van Achaz tot Joas. Hij had bij het afscheid van zijn geestelijke vader Elia, toen deze in een vurige wagen ten hemel werd opgenomen, een dubbel aandeel in diens geest gevraagd. En inderdaad werkte de goddelijke genade door hem met grote kracht. De ongewisse loop van toekomstige gebeurtenissen heeft hij vaak met grote nauwkeurigheid voorspeld. Op zijn woord geschiedden opvallende wondertekenen: het verdorstende leger van Israël in de woestijn werd door een plotselinge watervloed gered; uit een klein vat kwam zoveel olie dat een weduwe daarmee al de schulden van haar overleden man kon inlossen; het gestorven zoontje van de vrouw die hem onderdak verschafte, werd ten leven gewekt; een beperkte voorraad brood werd vermenigvuldigd om heel de profetenschaar te voeden tijdens de hongersnood. En zelfs na zijn dood werd door de aanraking met zijn gebeente een dode opgewekt. Elisa leefde in de 9e eeuw voor Christus.

De heilige priestermonnik Nifont van de Athos, was een priesterzoon uit het gehucht Lukowo. Hij was daar priester maar van jongsaf bezielde hem een honger naar het gebed in eenzaamheid. Tenslotte dreef zijn verlangen hem naar de Athos, waar hij eerst leefde in de grot van Petros de Athoniet, en later in de woestijn van de heilige Anna. Hij aanvaardde geen brood, maar voedde zich met wilde planten en wortels. Hij raakte zeer bevriend met de heilige Maximos de Kavsokalyviet.
God schonk hem de gave van genezingen door de zalving met ziekenolie en gebed. Eveneens bezat hij profetische gaven die hem deden schouwen in verleden en toekomst. Hij voorzegde ook dat hij gedurende de Petros en Paulos-vasten zou sterven. Dit gebeurde op 14 juni 1411.

De heilige Methodios, patriarch van Konstantinopel. Hij was afkomstig van Syracuse (Sicilië) en na zijn studies, waar hij was opgevallen door zijn briljante resultaten, werd hij monnik op het eiland Chios, waar hij ook een klooster oprichtte. Tijdens de vervolging onder de ikonoklastische keizer Leo de Armeniër vluchtte hij naar Rome. De paus zond hem naar Michaël, de nieuwe keizer, om de door Leo verbannen patriarch terug te roepen, doch zonder succes: Michaël was eerder erger dan minder in zijn wreedheid.
Hij liet Methodios gevangen zetten, samen met twee misdadigers, in een donker rotshol, waar nauwelijks plaats was om zich te bewegen. Toen de ene rover gestorven was, liet men de beide anderen opgesloten met het rottende lichaam.
Eerst na 9 jaar kwam Methodios vrij onder keizerin Theodora; hij was volkomen uitgemergeld, lijkbleek en kaal, gehuld in rottende lompen. Opnieuw werd hij om de verering van de ikonen mishandeld onder Theofilos, waarbij hem de onderkaak werd verbrijzeld. Om de afschuwelijke littekens te bedekken maakte hij insnijdingen tot aan de schouder in zijn sluier, en bond de slippen onder zijn kin bijeen. Daarom is nog steeds de sluier van monniken ingesneden.
Na de dood van Theofilos in 842 werd hij door keizerin Theodora teruggeroepen als patriarch, en tot voorzitter gekozen van het Concilie van Konstantinopel dat hij direct na zijn terugkomst bijeengeroepen had. Daar werd het vereren van de Ikonen opnieuw erkend. Gedurende de eerste week van de Grote Vasten bracht Methodios plechtig de ikonen terug naar de Kerk, wat eindigde met een groot feest op de eerste Zondag van de Vasten. Het feest van de Orthodoxie werd ingesteld op de eerste Zondag van de Vasten, om dit telkens opnieuw in de gedachtenis terug te roepen. Methodios heeft daarvoor de hymnen gedicht, evenals voor een aantal andere feesten. Hij is gestorven aan een nierziekte in 847.

De heilige Basilios de Grote. Zijn grote feest is op 1 januari, maar hij wordt ook herdacht aan het begin van de zomer. De heilige Gregorios van Nazianze schrjft over hun gezamenlijke studietijd in Athene:
“We waren serieuze studenten: we wilden niet omgaan met de schuinsmarcheerders of met hen die hun minachting voor elke godsdienst tentoon spreidden, maar alleen met hen die ernstig werk van hun studie maakten. Er werd wel gezegd dat je juist met die anderen moest meedoen om ze zo te kunnen bekeren, maar het leek ons veel waarschijnlijker dat zij ons zouden aansteken met hun lichtzinnigheid.
Eigenlijk kenden we maar twee straten van de stad: de weg naar de kerk en naar de verschillende priesters die daar dienden; en de weg naar de universteitsgebouwen. De weg naar het theaters de overige amuse- mentsgelegenheden lieten we aan de anderen over.”
Zij kozen bijzonder zorgvuldig hun studiemateriaal volgens een vast plan, altijd met het oog op het nut dat het zou kunnen opleveren bij hun werk voor de Kerk: wel breed opgevat, want zij wilden op elke gebied een ruime algemene ontwikkeling bezitten, ook b.v. van natuurwetenschappen (onderdeel van de filosofie) en medische studie. Vooral Basilios met zijn sterk verstand en diep inzicht, toonde zich hierin een meester, zegt Gregorios vol bewondering. Hij gold dan ook na enkele jaren als een orakel, en hij werd niet alleen geraadpleegd door de studenten, maar ook door de leraren, wanneer die op hun niveau wilden spreken over moeilijke punten in hun vak. Op allerlei manieren werd dan ook beproefd hem in de stad te houden, maar Basilios vond dat hij aan zijn verre vaderland verplicht was om daar de talenten te werk te stellen die God hem verleend had.
Hij liet dan ook Gregorios in Athene achter, ging terug naar Caesarea in Kappadocië in 355, en opende daar een college in rhetorica, waar veel uiteenlopende wetenschappen werden bestudeerd. Tegelijk was hij pleiter aan het gerechtshof, bij de vele rechtszaken die de Grieken elkaar in die tijd aandeden. Maar ook al stond hij zichzelf geen enkele onregelmatigheid in zijn leven toe, toch werd in hem het besef steeds sterker dat de algemene eer welke hem ten deel viel, niet gunstig was voor de ontplooiing van zijn geestelijk leven. Onder invloed van zijn zuster Macrina, en van zijn vriend Gregorios, besloot hij radicaal afstand te doen van het wereldlijk leven. Het grootste deel van zijn bezittingen schonk hij weg aan de armen en hij begon het monastieke leven.
Ook hierin ging hij eigenlijk op wetenschappelijke wijze te werk. Hij wilde de grondslagen van dat leven kennen en in 357 begaf hij zich daarom op reis om de plaatsen te bezoeken waar het monnikdom ontstaan was en nog in zijn puurheid aanwezig was: Syrië, Mesopotamië en Egypte. Na een jaar kwam hij terug in Kappadocië en werd lector gewijd. Vervolgens trok hij zich terug in het klooster van zijn zuster Macrina, in het huis van zijn grootmoeder, aan de oever van de Iris-rivier. Hij bouwde daar op de andere oever een mannenklooster, waarvan hij gedurende 4 jaar de leiding had, tot hij die overdroeg aan zijn broer, de eveneens heilig verklaarde Petros van Sebaste.
Maar hoezeer hij ook streefde naar een teruggetrokken leven, zijn organisatietalent en leidersgaven brachten vanzelf met zich mee dat allerlei mensen zich onder zijn leiding stelden, en hij stichtte een aantal kloosters, zowel voor vrouwen als voor mannen, in de hele Pontus-provincie, waarover hij een soort oppertoezicht uitoefende. In allerlei zaken werd zijn raad gevraagd, en uit de correspondentie welke daaruit volgde, ontstonden de verzamelingen van voorschriften en raadgevingen, die de Regels van de heilige Basilios worden genoemd.
Vaak scherpt hij in dat de monnik de geheimste gedachten van de ziel moet blootleggen voor de overste, en zich aan al diens beslissingen moet onderwerpen, want het gemeenschappelijk leven is de veiligste weg tot vooruitgang voor wie zich aan God toewijdt.
Basilios behandelde zichzelf met grote gestrengheid, zodat hij vaak ziek en geheel verzwakt was. Maar ten opzichte van anderen ging zijn optreden gepaard met grote zachtheid en geduld, ook in de allermoeilijkste omstandigheden, wat reeds de bewondering opwekte van zijn heidense leermeester Libanios. Naast de studie en het gebed wijdde hij zich ook aan de handenarbeid: hout aandragen, stenen kappen, bomen planten, sloten graven.
Tijdens de grote hongersnood van 359 verkocht hij ook de rest van zijn bezittingen, om de armen te kunnen bijstaan, terwijl hijzelf in de grootst mogelijke armoede leefde.
In 362 kwam een einde aan dit geconcentreerde leven. Juliaan de Afvallige, die hem nog kende uit zijn studententijd, was keizer geworden en schreef hem een honingzoete brief met vleierijen, waarin hij hem vervolgens opdroeg duizend goudstukken te betalen aan de schatkist want dat hij anders Caesarea met de grond gelijk zou laten maken. Basilios schreef koelbloedig dat hij zelfs niet genoeg geld bezat om maar een enkele dag van te leven. Vervolgens ging hij tot de aanval over en schreef hoezeer hij zich verwonderde te zien, hoe de vorst zijn keizerlijke plichten verwaarloosde, en dat hij de toorn van de hemel over zich afriep door de minachting die hij aan de dag legde voor de Dienst van de Heer. Juliaan voelde zich hevig gekwetst en zwoer dat hij Basilios en Gregorios wel te pakken zou nemen wanneer hij terugkwam van de veldtocht tegen Perzië. Hij wist niet dat hij daar het volgend jaar zou sneuvelen.
Bijna met geweld werd Basilios toen priester gewijd. Hij bleef zijn gewone monastieke levenswijze volgen, maar voegde aan zijn werk de prediking toe. In 364 werd Valens keizer, die het arianisme sterk bevoordeelde. In 366 kwam deze naar Caesarea, met de bedoeling dit belangrijke bisdom in handen van de Arianen te geven. Bisschop Eusebios, die Basilios gewijd had, zond een nood-oproep. Nu het geloof in gevaar kwam, haastte Basilios zich naar de stad. Hij trad met zoveel wijsheid op dat de Arianen zich moesten terugtrekken. Zijn preken staken het volk weer een hart onder de riem, want hij volstond er niet mee de dwaling bloot te leggen, maar op de eerste plaats riep hij op om te gaan leven volgens het Evangelie. Waar tweedracht heerste, wist hij verzoening tot stand te brengen. Hij bedelde geld bij de rijken en nodigde de hongerigen aan tafel, waarbij hij hen bediende en de voeten waste.
Daarmee won hij ook het hart terug van bisschop Eusebios die hem inschakelde bij het bisschopswerk en in alles zijn raad inwon. Toen Eusebios stierf in 370 werd vanzelfsprekend Basilios gekozen als zijn opvolger. Met nog meer energie nam hij nu het predikambt waar; hij preekte iedere morgen en avond, en altijd was de kerk overstromend vol. Soms was hij zo zwak dat hij zich ternauwernood overeind kon houden, maar hij bleef het Woord verkondigen nu er zulk een duidelijke honger naar was. Basilios voerde verschillende gebruiken in die hij in de Syrische Kerk had waargenomen. Het bijzonderste was het gemeenschappelijke dagelijkse morgengebed in de kerk, met gezongen psalmen. Daarbij ging men te communie op zondag, woensdag, vrijdag en zaterdag, en op alle martelaarsfeesten. Keizer Valens was intussen bezig het arianisme in zijn rijk met geweld in te voeren, en reeds waren verschillende diocesen voor zijn intimidatiemethoden bezweken. Nu zond hij zijn prefect Modestos naar Kappadocië, met de opdracht die vervloekte bisschop klein te krijgen. Maar Basilios was niet iemand die zich liet intimideren door bedreiging met confiscatie, verbanning, foltering of dood. “Bij wie niets bezit, valt niets te confiskeren. Verbannen zal ook moeilijk gaan want de hemel is mijn vaderland, waar ik ook ben. Ook voor foltering ben ik niet bang want er is al zo weinig over van mijn lichaam dat het niet lang zal kunnen lijden. De dood zal me welkom zijn, want die verenigt mij met mijn Schepper, en het is voor Hem dat ik leef”. Verbaasd en verontwaardigd zei de prefect dat er nog nooit iemand zo tegen hem gesproken had waarop Basilios zei: “Dan komt u vandaag zeker voor het eerst in aanraking met een bisschop!”
Het verhoor werd nog eens herhaald in aanwezigheid van de keizer, doch met hetzelfde resultaat. De keizer gaf zich voorlopig gewonnen en liet Basilios met rust. Daarna kwam hij nog tweemaal met een verban- ningsbevel, maar trok ook dat weer in, om verschillende redenen; wel wierp hij allerlei kerkpolitieke hinderpalen op wat betreft de verdeling der bisdommen.
Basilios werd ook tweemaal te hulp geroepen in Armenië bij de kerkelijke ongeregeldheden die zich daar voordeden. In 373 genas hij van een zware ziekte, toen men hem reeds stervende waande. Intussen duurden de ariaanse moeilijkheden voort tot in 378 de keizer stierf. Zijn opvolger, Gratianos liet de kerk met rust. Maar toen werd Basilios opnieuw ernstig ziek, en nu voelde hij dat zijn leven ten einde liep. Het nieuws leidde tot algemene opwinding en van alle kanten kwam men hem opzoeken. Basilios stierf op 1 januari 379, met de woorden: “Heer, in Uw handen leg ik mijn ziel”. Een ontelbare menigte vergezelde hem op zijn laatste tocht. Niet alleen de christenen maar ook de heidenen en de Joden treurden, want allen beschouwden hem als hun gemeenschappelijke vader en als de beroemdste geleerde van de wereld. Er werden lofredenen uitgesproken door de heilige Gregorios van Nazianze, door de heilige Gregorios van Nyssa, door de heilige Amfilochios en door de heilige Efraïm. Op deze dag, 14 juni, vieren we de verjaardag van zijn bisschopswijding.

De heilige Marcus, bisschop van Lucera, was de zoon van rijke christenen in Apulië. Na de dood van zijn vader werd hij priester gewijd. Later werd hij, om zijn heilig leven, tot bisschop gekozen in Lucera. Hij heeft het ambt vervuld tot hij stierf, 70 jaar oud, rond 328.

De heilige Quintianus (Quinctianus), bisschop van Rodez en Auvergne. Hij was een Afrikaan, die het land ontvlucht was wegens de felle vervolgingen door de Arianen. Hij kwam in Frankrijk op het einde van de 5e eeuw en werd tot bisschop gekozen van Rodez, na de dood van de heilige Amandus. Toen na enige tijd de Visigothen de overhand kregen in de stad, beraamden zij een aanslag op Quintianus. Deze vluchtte naar Auvergne, waar hij eervol ontvangen werd door de heilige bisschop Eufrasius. In 515 werd hij gekozen als diens opvolger.
Een van zijn eerste daden was om koning Dirk weer gunstig te stemmen nadat deze gezworen had Auvergne te verwoesten, ook ander onrecht wist hij te verhinderen. Quintianus is gestorven op 13 november 527, maar hij wordt herdacht op 14 juni.

De heilige martelaren Rufinus en Valerius waren twee christenen die toezicht hadden op de keizerlijke bezittingen bij Soissons. Zij vielen op door hun asketische levenswijze en hun weldadigheid voor de armen. Keizer Maximiaan begon met een gewelddadige vervolging en had aan alle magistraten de opdracht gegeven de naam van christen uit te roeien, tot elke prijs. Nadat de christenen in Reims waren uitgeroeid, kwam Soissons aan de beurt. Rufinus en Valerius hadden de stad ontvlucht, maar zij werden achterhaald in het woud waar zij zich schuil hielden. Zij werden toen zwaar gefolterd en gedood in 297.

De heilige Docmael (Toul) in het graafschap Pembroke 6e eeuw. Hij onderscheidde zich door een bijzondere liefde voor het gebed en de boetvaardigheid. Altijd was hij vervuld van levendige dankbaarheid voor wat Christus omwille van ons heeft willen verduren, en hij zou zichzelf een misdadiger vinden als hij zich niet geheel aan Hem geven zou.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Marcianus, bisschop van Syracuse op Sicilië, en aldaar vermoord; en de priester Anastasius; de monnik Felix, en de maagd Digna, allen te Cordova.

Eveneens op deze dag de heilige Aldates (Eldad), bisschop van Gloucester, geroemd om zijn grote wijsheid en vroomheid, gestorven na 490. Elisa Sumski, monnik van het Solovjetski-klooster, 15e/16e eeuw; Etherius, bisschop van Vienne, 7e eeuw; Methodios, hegoumen van Pesjnosja, 1392; de Godminnende vorst Mstislav met de doopnaam Georgios, prins van Novgorod van 1179-1180; Jozef, bisschop van Thessalonika, en Julitta (Julia) van Tabenna in Egypte.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.