vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   16 juni

De heilige Tychon, de zoon van een broodhandelaar, was om de reinheid van zijn leven en de vurigheid van zijn orthodoxie gekozen tot bisschop van Amathus op Cyprus. Hij spande zich in om het geloof te brengen aan de vele eilandbewoners die nog heiden waren. Na lange jaren van apostolisch werk en askese, is hij gestorven in 425. Zijn leven is beschreven door de heilige Joannes de Barmhartige.

De heilige Tychon Loegski (Kostroma) uit Litauen was soldaat in Klein-Rusland, bij vorst Theodoor Loegski. Met hem in Moskou gekomen, verliet hij de dienst, deelde zijn bezit uit, werd monnik met de naam Tychon, en leefde als kluizenaar aan de Loega-rivier, waar rond hem een klooster ontstond. Hij kopieerde de heilige boeken en daarnaast was hij een begaafd schrijnwerker. Tychon is gestorvenin 1503.

De heilige Tychon van Kaluga (Tychon Medinski), die als kind het verlangen koesterde om monnik te worden in het beroemde Holenklooster, was, als vele anderen, uit Kiev naar Moskou gevlucht voor de inval der Tataren. Moskou was toen nog een vrij en christelijk gebied, waar een orthodoxe samenleving werd gebouwd naar het model van het orthodoxe Byzantium. Daar trad hij in het Tsjudow-klooster, in 1365 gebouwd door de heilige Alexios, de vriend van de heilige Sergios van Radonesj. Hij bleef er niet lang want hij werd reeds beschouwd als rijp voor het kluizenaarsleven, en hij trok hij naar het woeste gebied van Kaluga en Medin. Het was een schitterend natuurgebied met dichte wouden. Daar vond hij een onderkomen in een holle eik, waar hij leefde van de planten die er groeiden, ten prooi aan alle uitersten van het ongastvrije Iandklimaat, met zijn barse winters en hete zomers. Een woestijnmonnik is geen stille contemplatief, maar een soldaat van Christus, die rechtstreeks ten aanval trekt tegen Diens vijand, de duivel, waarbij het van de wereld afgesloten zijn en het doorstaan van allerlei ontberingen wapens vormen in de strijd. Langzamerhand werd hij door de bevolking ontdekt, er kwamen volgelingen voor wie hij moest zorgen. Maar de eigenaar van dit land, kwam Tychon bevelen te vertrekken en hief zelfs de rijzweep tegen hem op. Toen verstijfde zijn arm en deze bleef omhoogsteken in de lucht. Daardoor kwam de man tot zichzelf en begreep dat Tychon een vriend van God was. Nu viel hij de heilige te voet en smeekte hem om voor altijd te blijven en daar een klooster te bouwen, waarvoor hij zijn hulp aanbood. Om het land te ontginnen spande de oersterke Tychon, bij gebrek aan een lastdier, zichzelf voor de ploeg die door zijn leerlingen bestuurd werd. Zo kwam het bekende klooster van de Ontslaping van de heilige Moeder Gods tot stand. Daar gaf hij leiding in deemoed en wijsheid, met grote zachtmoedigheid. Hij betoonde grote gastvrijheid, hielp de armen en was een voorspraak voor de verdrukten. Tychon is als schimonach op hoge leeftijd gestorven in 1492.

De heilige martelaren, de priester Tigrios met zijn lektor Eutropios van Konstantinopel. Zij behoorden tot de geestelijkheid van de heilige Joannes Chrysostomos, en toen deze in ballingschap was gezonden, werd de kathedraal in brand gestoken. Het vuur breidde zich uit en verbrandde een stuk van de stad, waarbij ook bezittingen van de vervolgers in vlammen opgingen. Het volk zag hierin de straffende hand van God, en dat wakkerde de woede van de tegenstanders natuurlijk aan. Zij wreekten zich op de priesters van Joannes Chrysostomos, waaronder Tigrios en Eutropios. Zij werden gevangen genomen en gefolterd. Eutropios stierf tijdens de marteling, en Tigrios in de gevangenis te Mesopotamië, waarheen hij verbannen was.

De heilige Aurelianus, bisschop van Arles, vanaf 546. Hij stond in hoge eer bij koning Childebert en deze steunde hem bij het stichten van abdijen, zowel voor mannen als voor vrouwen, waar een strenge levensregel gevolgd werd, grotendeels gegrond op de Regels van de heilige Caesarius en Benedictus, maar met zwaardere askese: veel meer psalmen voor de gebedsuren; rigoureus slot, zodat niemand het klooster ooit mocht verlaten; geen enkele leek mocht ooit het klooster betreden, zelfs niet de kerk; het spreken met een van de monniken mocht slechts gebeuren in een spreekkamer bij de poort, en altijd in aanwezigheid van de abt of van zijn gemachtigde; geen enkel contact met vrouwen was de monniken toegestaan, zelfs niet met hun eigen moeder.
Allen moesten leren lezen en zich met geestelijke lectuur bezig houden tussen het Eerste en het Derde uur. Tijdens de lange lezingen van de Metten van de weekdagen moet ieder bezig zijn met een of ander handwerk zoals schoenen maken of hennep bereiden, om niet door slaap overmand te worden. Wanneer iemand op zon- of feestdagen teveel slaap kreeg, moest men maar recht overeind gaan staan, zonder ergens tegen te leunen.
De Grote Vasten werd gehouden vanaf Theofanie, behalve op grote feestdagen, zaterdag en zondag. Wie voor een fout gegeseld werd, mocht niet meer dan 39 slagen ontvangen, zoals voorgeschreven is in de Wet van Mozes.
Voor de vrouwenkloosters kende de Regel enkele verzachtingen: zij mochten wel met hun ouders spreken, en leken mochten in de kerk komen mits het vrouwenkoor zo afgesloten was dat zij niet konden zien of gezien worden vanuit het kerkschip.
Aurelianus is volgens zijn grafschrift gestorven in 551.

De heilige martelaren Ferreolus (Fargeau), eerste bisschop van Besan- con, en zijn diaken Fergeux (Fargeon, Ferrutio). Zii waren tegen het jaar 180 door de heilige Ireneos daarheen gezonden om het Evangelie te verkondigen. Zij dienden daar 32 jaar, tot aan hun marteldood in 212.

De heilige martelaren Julitta met haar 3-jarig zoontje Kerykos (Cyricus, Quiricus). Zij was een inwoonster van Iconium en toen daar de vervolging met uiterste wreedheid werd doorgevoerd, vluchtte zij met haar zoontje en twee dienstmeisjes naar Tarsos. De vervolger kwam echter vrijwel tegelijk met haar de stad binnen; zij werd herkend, gearresteerd en voor het tribunaal gebracht. Haar enige antwoord op alle vragen was: “lk ben christen”. De woedende rechter liet het kind uit haar armen rukken en gaf opdracht haar af te ranselen. Toen Kerykos zag hoe zijn moeder met zweepslagen verscheurd werd, begon hij onbedaarlijk te huilen. De rechter nam het kereltje op schoot, maar deze verzette zich uit alle macht en krabde en spuwde hem in het gezicht en riep: “lk ben ook christen!” In zijn woede greep de rechter het kind bij een been en slingerde het de trappen af van de tribune op de stenen vloer, waar het dood bleef liggen. Julitta uitte geen klacht maar jubelde dat haar zoon een martelaar was, en met nog meer moed onderging zij de folterdood, onder Diokletiaan, 304. De beide dienst- meisjes, die zich eerst verborgen hadden gehouden, wisten in de nacht de lichamen te bergen en te begraven in het open veld. Na de kerkvrede onder Konstantijn maakte een van hen de plaats bekend, en de gebeurtenis vond een geweldige weerklank in heel de christenheid. Hun geschiedenis was reeds beroemd in de vroege middeleeuwen, en in Frankrijk zijn veel plaatsen genoemd naar Saint-Cyr ( zie ook 15 juli ).

De heilige Mauros met zijn zoon Felix. Hij was priester in Caesarea van Palestina, in de zesde eeuw. Om een onbekende reden liet hij zijn vrouw achter en nam zijn zoontje met diens verzorgster mee naar Rome. Na het vereren van de graven van de apostelen en martelaren, vestigde hij zich in een stadje dat nu San Felice heet. Daar bouwde hij een huis voor hun drieën. Ook Felix groeide op tot een heilige; er wordt van hem gezegd dat hij een dode ten leven heeft gewekt.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Aureus, bisschop van Mainz‚ met zijn diaken Justinus en zijn zuster Justina, door de Hunnen gedood tijdens het vieren van de Goddelijke Liturgie, in 451; en Ilpidius te Mende, 3e eeuw.

Eveneens op deze dag de heilige Tychon van Krestogorsk (Wologda); de monniken Bertadus en Amandus, 6e eeuw; de abt Euspicius, 6e eeuw; de monnik Vorles, tegen 600; Lutgardis, van het klooster van Aywières in Brabant; Markos de rechtevaardige van Apollonias, een neef van de apostel Barnabas; Menno, bisschop van Meissen in Duitsland; en Similianus bisschop van Nantes, 4e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.