vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   11 juli

De heilige Nikodemos uit Albanië was overgegaan naar de Islam om zijn positie te verbeteren. Hij wilde zijn zoon overhalen om hetzelfde te doen, maar deze wees dit heftig verontwaardigd van de hand. Toen zijn vader bleef aandringen, ontvluchtte de jongen het ouderlijk huis en werd monnik op de Athos. Nikodemos ging hem daar achterna om hem terug te halen, maar op de Athos werd hij door de bekende monnik Akakios onder handen genomen.
Nikodemos begreep toen eindelijk hoe lichtzinnig hij had gehandeld en hoe hij zijn eeuwige toestand op het spel had gezet ter wille van een zo kortstondig gewin op deze aarde. Hij werd nu christen uit volle overtuiging en op de terugreis naar huis gedroeg hij zich in Belgrado zo zelfbewust, dat hij door de Turken gevangen genomen en onthoofd werd, 1722.

De heilige Nikodemos van het Watopediklooster op de Athos was de geestelijke vader van de heilige Gregorios Palamas.

De heilige Nektarios was afkomstig uit Bryullos in Klein-Azië, uit een christelijk gezin. Hij was vijftien jaar toen zijn vader overleed en uit onverschilligheid tegenover de Kerk gaf hij zich op als islamiet om een betere betrekking te bemachtigen. Toen zijn moeder hem niet meer als haar kind wilde ontvangen, begon hij te begrijpen welk een afschuwelijke zonde hij had begaan. Hij nam toen de vlucht naar de Athos waar hij boete deed in de skite van de heilige Anna.
Toen hij eens met zijn gerondas op reis was in Smyrna, werd hij herkend door Turken uit zijn geboorteplaats, die daar ook aanwezig waren. Hij werd gegrepen en na vele martelingen onthoofd in 1820.

De heilige Sigisbert en Placidus, kluizenaars. Sigisbert was met de heilige Columbanus en Gall op hun missiereis naar Zwitserland gekomen, en daar gebleven toen de anderen naar Bobio teruggingen. Hij vestigde zich in de nabijheid van de Rijn-bronnen in het Iange dal tussen de Todi en de Scopi, onherbergzame grond, omringd door ondoordringbare wouden en steile rotsen, die hij zijn “woestijn” noemde. In 613 bouwde hij daar een kleine kapel met een kluis voor zichzelf, maar langzamerhand kwamen er meerdere monniken, zodat in 621 de grondslag werd gelegd voor de toekomstige abdij van Disentis. Onder deze monniken bevond zich ook Placidus, uit een van de aanzienlijkste geslachten. Door zijn invloed en rijke geschenken kwam het klooster weldra tot bloei.
De machtigste persoon in die buurt achtte zich om een of andere reden door hem beledigd en sloeg hem het hoofd af. Diens kleinzoon werd bisschop van Chur, en als eerherstel voor de wandaad van zijn grootvader, propageerde hij sterk de verering van de heilige Placidus.
Sigisbert leefde nog tot 636 en wordt beschouwd als de apostel van de Grison-vallei. Dit heiligenpaar behoort tot de in Zwitserland meest vereerde heiligen.

De heilige Eufemia was een jonge vrouw die omwille van Christus in Chalcedon ter dood was gebracht. Op haar graf was al spoedig een kerkje opgericht dat duizenden pelgrims trok omdat haar wonderfaam door heel het byzantijnse rijk verbreid was. Toen anderhalve eeuw later, in 451, in dezelfde stad het 4e Oecumenisch Concilie werd gehouden betreffende de twee naturen van Christus, werd Eufemia gevraagd om nog na haar dood een lichamelijk teken te geven betreffende de juiste geloofsbelijdenis. De orthodoxe en de ariaanse versie werden in haar graftombe geplaatst, waarin zich het onbedorven lichaam van de heilige bevond. Nadat men gezamenlijk bij het graf de Vigilie had gevierd en de tombe weder geopend werd, lag de ariaanse versie onder haar voeten, terwijl zij de orthodoxe geloofsbelijdenis in haar handen hield. Deze gebeurtenis maakte diepe indruk en droeg bij tot het voorspoedig verloop van het Concilie.

De heilige Arkadii leefde in de elfde eeuw en was waarschijnlijk de eerste russische heilige die de askese van dwaas zijn om Christus op zich heeft genomen. Enkele tientallen jaren na de bekering van Rusland (988) zwierf door Wjasma, een van de oudste russische steden, een vreemde jongeman, zonder onderdak: hij sliep waar hij zich toevallig bevond, op straat of in een portiek, nagejouwd en soms mishandeld door kinderen, geminacht door de ouderen, als aanhanger van de nieuwe christen-God. Medelijdende zielen gaven hem wat te eten want het voorbeeld van de lijdende helden Boris en Gleb begon zijn invloed uit te oefenen.
Er was bij Wjasma zelfs een klooster opgericht ter ere van deze heiligen en Arkadii was daar monnik geworden. Hij werkte aan de opbouw ervan en leefde er verscheidene jaren het stille leven van de communauteit. Maar de levensverhalen van de griekse dwazen om Christus, die in die tijd juist in het russisch waren vertaald, maakten zulk een diepe indruk op hem dat hij hen meer letterlijk wilde navolgen. Zo begon hij zijn zwervend leven. Overdag beledigingen, des nachts voortdurend gebed. In zijn optreden de pure eenvoud van een kind, een onverstoorbare vriendelijkheid, een volkomen verwaarlozen van eigenbelang, en voor wie werkelijk naar hem keken: een gelaat, stralend als van een engel, vooral wanneer hij in diep gebed verzonken was.
Men begon acht op hem te slaan, want het was duidelijk dat hij niet gek was. Er werd ontdekt hoe hij buiten de stad een lievelingsplek had, een grote steen op de top van een heuvel in het woud, waar hij nachtenlang stond, in verrukking opziend naar de stralende sterrenhemel. Bij hem geen uitingen van sociaal protest zoals bij latere russische Dwazen om Christus; hij ging geheel op in het aanschouwen van Gods heerlijkheid. Bij de grote feesten, wanneer een processie buiten de kerk gehouden werd, was hij al dagen tevoren bezig de straten te vegen en schoon te maken, die van de kathedraal naar de betreffende kerk leidden. Het was alsof er een bezoeker uit de hemel op aarde verdwaald was geraakt.
Er werd ook opgemerkt hoe zinvol de soms vreemde woorden uit zijn mond waren, vaak waren het voorspellingen van een nabije toekomst. Eveneens waren er opvallende verhoringen wanneer om zijn gebed gevraagd was. Een opzienbarend wonder geschiedde toen op zijn gebed een aan een adder-beet stervende kleine jongen plotseling genezen was. Nu werd hij te bekend in Wjasma, daaraan wilde hij zich onttrekken en zo kwam er een volgende fase in zijn leven.
Drie Hongaren waren in 1030 in dienst getreden van prins Boris (de zoon van de heilige Wladimir). Nadat deze vermoord was, trok één van hen, Efraïm, naar de bovenloop van de Wolga, waar hij zijn verdere leven wilde wijden aan de dienst van reizigers en pelgrims. Daarvoor was hij ook vaak op reis, en zo had hij kennis gemaakt met Arkadii en diens volle vertrouwen gewonnen. Toen Efraïm in 1038 een klooster ging stichten, waarvan hij de abt werd, vroeg hij Arkadii hem daarbij te helpen. Zo werd Arkadii opnieuw monnik in een klooster, en nu legde hij zich toe op volkomen en ogenblikkelijke gehoorzaamheid, zonder het minste rekening te houden met eigen verlangens of gemak, en zo voltooide hij zijn weg naar heiligheid.
De heilige Efraïm stierf hoogbejaard in 1053 en enkele jaren later is ook de heilige Arkadii in vrede heengegaan.

De heilige Olga, de apostelgelijke, bestuurde het vorstendom Kiev als regentes voor haar minderjarige zoon, nadat haar man, na zijn nederlaag tegen Griekenland, op de terugweg door de Dreulanen was gedood. Olga besloot hem te wreken, zij stelde zich aan het hoofd van het leger en bracht de Dreulanen een zware nederlaag toe. Maar haar bestuur kenmerkte zich door een grote gematigdheid en wijs staatsmanschap. Zij hoorde spreken over het christendom dat het kenmerk was van de cultuur van het stralende byzantijnse rijk, en nadat zij op middelbare leeftijd het bestuur had overgedragen aan haar zoon, begaf zij zich naar Konstantinopel om er nader kennis van te nemen. Daar raakte zij ten volle overtuigd en zij werd gedoopt rond 955. Zij ontving toen de naam Helena, die zij de rest van haar leven gebruikte.
Terug in Rusland begon zij gunstige voorwaarden te scheppen voor de verbreiding van het christelijk geloof en zij had veel invloed op haar kleinzoon Wladimir, onder wie zich de definitieve bekering van Rusland voltrok. Zij wordt daarom wel genoemd “het morgenrood dat voorafging aan de geestelijke zon” en wordt geëerd met de titel van “gelijke der apostelen”. De bouw van de Sofia-kathedraal in Kiev is door haar in gang gezet. Zij is gestorven in 969.

De heilige Kyndeos was priester te Sida in Pamfilië. Tijdens de vervolging van Diokletiaan werd hij gevangen genomen, en na foltering ter dood veroordeeld. Van de gevangenis naar het executie-terrein moest hij met spijkers doorboorde martelschoenen dragen. Onderweg kochten de beulen een last brandhout, laadden die hem op de schouders en zo moest hij het verder dragen. Op de strafplaats maakte hij zelf de brandstapel gereed, stak die aan en stortte zich in de vlammen, einde 3e eeuw.

De heilige Hidulfus, bisschop van Trier en abt van Moyen-Moustier. Hij stamde uit een adellijke familie in Beieren en werd opgevoed in Ratisbon, bij zijn broer Erard. Daar werd hij ook tot priester gewijd. Om de oprechtheid van zijn geestelijk leven en zijn zorg voor anderen was hij geliefd bij de mensen, en toen de heilige bisschop van Trier, Numerianus, in 666 gestorven was, ging er het gerucht dat Hidulfus als zijn opvolger gekozen zou worden.
De schrik sloeg hem om het hart en hij vluchtte naar een gehuchtje aan de Donau. Maar zijn schuilplaats werd ontdekt, hij werd opgehaald en naar Trier gebracht, waar hij eenstemmig tot bisschop gekozen werd, terwijl de koning zijn toestemming gaf. Hij nam met grote ernst de taak op zich: steeds was hij in gebed voor de aan hem toevertrouwde kudde, en om zijn gebed meer kracht te geven, legde hij zichzelf een uiterst strenge askese op, zodat zijn lichaam volkomen uitgemergeld raakte.
Maar hij was niet bestand tegen de eindeloze dagelijkse zorgen, al die wrijvingen en ruzies die bijgelegd moesten worden, al die onderlinge aanklachten, de moeite die het kost om de rijken redelijk voor de armen te laten zorgen. Steeds vaker begon hij erover te spreken dat hij zijn ambt wilde neerleggen en na vijf jaar konden alle smeekbeden om te blijven hem niet meer weerhouden: in 671 nam hij afscheid en trok de Vogezen in om alleen met God te leven, temidden van de woeste natuur. Hij vond een plek die ongeveer even ver af lag van de verschillende bestaande kloosters, en noemde de plaats daarom Moyen-Moustier.
Hij onderhield een warme vriendschap met een van die kloosters, onder de abt Deodatus (St. Dié) en er ontwikkelde zich de gewoonte dat de monniken eens per jaar bij elkaar kwamen. Toen Deodatus zijn einde voelde naderen, vroeg hij Hidulfus om ook zijn abdij te komen besturen, zodat deze later twee kloosters onder zijn beheer had, tot aan zijn dood in 707.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Martyrokles, met pijlen doorboord; Arsenios, patriarch van Alexandrië, afgeslacht als een stuk vee; Berthevinus, martelaar uit de 9e eeuw; Pius I, bisschop van Rome, ter dood gebracht onder Marcus Aurelius; Joannes, bisschop van Bergamo‚ gedood door de Arianen; Abundius, priester te Cordova in Spanie, door de Arabieren gedood; Januarios en Pelagia, vier dagen lang gemarteld tot aan hun dood, te Nikopolis in Armenië; Sidronlus, die de dood heeft ondergaan bij Sens in Frankrijk; Markianos, die na langdurige martelingen gedood is te Ikonië in Lycaonië; en Savinus en Cyprianus te Brescia.

Eveneens op deze dag het zomerfeest van de heilige Benedictus ( zie 14 maart ); Leo, monnik te Mandra; Sabinus, monnik in Poitou‚ 6e eeuw; Alethus, bisschop van Cahors, 5e eeuw; en Leontios‚ bisschop van Bordeaux, 6e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.