vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   13 juli

Op de zondag die valt tussen 13 en 19 juli wordt volgens de Slavische traditie het feest gevierd ter ere van de heilige Vaders die deelgenomen hebben aan de eerste 6 grote oecumenische Concilies. Het 1e, van Nicea, 325, ging over de Godheid van Christus. Het 2e, van Konstantinopel, 381, stelde de Geloofsbelijdenis op. Het 3e, van Efese, 431, leerde dat Christus in één Persoon volkomen God is en volkomen mens, en daarom de Maagd Maria de titel Moeder Gods toekomt. Het 4e, van Chalcedon‚ 451, verkondigde dat de goddelijke natuur van Christus één van Wezen is met de Vader (homo-ousios). Het 5e, van Konstantinopel, 553, was een vervolg op het 3e: wanneer we kunnen zeggen dat God geboren werd in de wereld, kunnen we ook zeggen dat God stierf, of, zoals de uitspraak luidde: ‘Een van de Drie-eenheid heeft geleden in het vlees’. Zo was het 6e, van Konstantinopel, 681, een vervolg op het 4e en verklaarde dat juist omdat er in Christus twee volwaardige naturen zijn, we ook moeten spreken over een goddelijke en een menselijke wil in Hem. De kerken van de Griekse traditie vereren deze zondag de vaders van het 4e Concilie.

De heilige Eugenios, bisschop van Carthago. De ariaanse Vandalenkoning in Afrika had alle orthodoxe bisschoppen van hun zetel verdreven en zo was de Kerk van Carthago 24 jaar zonder bisschop gebleven. Toen huwde Hunseric een orthodoxe prinses, zodat hij een zwager werd van de keizer, en zij kwamen overeen vrede te sluiten tussen de beide Kerken. Er mochten weer orthodoxe priesters in Afrika komen als er ariaanse leraars mochten optreden in het oost-romeinse rijk.
Dit edikt werd voorgelezen op 18 juni 481 voor de in Carthago bijeengekomen bisschoppen, en na enige aarzeling aanvaard. Toen werd Eugenios tot bisschop gekozen en gewijd, tot grote vreugde van het volk, waarvan de jongeren nog nooit een bisschopsdienst hadden meegemaakt.
Eugenios won de harten van het volk van Carthago door de goedheid die van hem uitstraalde, en door zijn overtuigende welsprekendheid. Zelfs vele Vandalen kwamen naar hem luisteren en kwamen dikwijls tot de overtuiging dat de waarheid in de Orthodoxie gelegen was. Er werden zelfs dwangmaatregelen vaardigd om hen te beletten de Diensten in de kathedraal te bezoeken, en zij die toch bleven komen, werden aan wrede mishandelingen onderworpen. Spoedig begon de vervolging opnieuw. Onder voorwendsel van een gemeenschappelijke synode waren de bisschoppen naar Carthago gekomen op verzoek van de koning, maar toen zij bleven vasthouden aan de Orthodoxie werden zij afgezet en op allerlei manieren gestraft. Zij die hadden toegegeven werden als dwangarbelders naar de landerijen van de koning gezonden. De anderen werden naar Corsica verbannen om te werken in de scheepsbouw. Onder hen bevond zich ook Eugenios. Dit gebeurde in 484.
Er werden 486 bisschoppen in ballingschap gezonden, van wie er reeds spoedig 88 waren gestorven. Onder een volgende koning werd Eugenios teruggeroepen, maar in 488 werd hij nog verder weg verbannen. Hij werd nu naar Gallië gezonden en in 505 is hij gestorven in Albi in de Provence, waar zijn relieken nog worden vereerd.

De heilige Maura en Brigida leefden tegen het einde van de 5e eeuw in de streek van Beauvais. Zij hadden hun maagdelijkheid gewijd aan de Heer en leefden teruggetrokken, sober en in gebed. Bij een inval van nog heidense Galliërs weigerden zij de afgoden te vereren en werden gedood. Er gebeurden veel wonderbare gebedsverhoringen bij hun graf en daaruit is hun verering ontsproten.

De heilige Mildred was de dochter van een engels stamhoofd bij de grens van Wales in het begin van de achtste eeuw. Zij was opgevoed in de benedictinessen abdij van Chelles in Frankrijk. Daar had zij de waarde van het monastieke leven leren inzien en toen zij thuis kwam wilde ze niet het huwelijk aanvaarden dat voor haar was gearrangeerd, maar trad in het klooster dat haar moeder had gesticht. Later werd zij daar abdis en in haar nagedachtenis wordt zij geroemd om haar heilig leven, om haar zachtheid en vriendelijkheid en om haar grote vermogen om troost te geven aan wie bedroefd en in nood waren.

De heilige Turiaf, bisschop van Dol (Bretagne), waar hij ook was opgevoed. In 733 werd hij daar de opvolger van de heilige bisschop Thiarmail, wiens vicaris hij reeds was geweest. Hij leefde in strenge askese; toonde een grote liefde tot de gelovigen die hem waren toevertrouwd, volbracht met grote ijver alle plichten van zijn verantwoordelijk ambt, was een voorbeeld voor allen in zijn volhardend en vurig gebed en bezat een grote overtuigingskracht in zijn woorden. Hij wist ook op te treden tegen machtige bestuurdersmdie zich misdroegen, die hij vaak tot erkenning van hun schuld en tot echte boetedoening bracht. Na een bestuur van 16 jaar is hij gestorven, in 749.

De heilige Sara (amma Sarra) leefde als kluizenares in de Sketiwoestijn in Lybië, in de steile rotswand langs de Nijl. Een levensgevaarlijk pad leidde omhoog naar haar cel, en elke keer dat ze dit beklom werd ze van doodsschrik vervuld, en bad ze alsof haar laatste uur geslagen had.
Heel haar verlangen ging uit naar de reine aanschouwing van God, maar Hij liet toe dat zij dertien jaar lang hevig bekoord werd door de geest van wellust. Toch bad zij nooit tot God dat Hij die beproeving van haar zou wegnemen, doch ze zei alleen: “God, geef me kracht”.
Ze is gestorven tegen het einde van de vierde eeuw.

De heilige Silas, metgezel van de heilige Paulos‚ die hem ook Silvanos noemt in zijn brieven. Deze namen maken het aannemelijk dat hij een hellenistische jood was met romeins burgerrecht. Hij was een der aanzienlijken in de oergemeente in Jeruzalem, en werd daarom na de eerste kerkvergadering met de Apostel Paulos naar Antiochië gezonden om de genomen besluiten toe te lichten. Ook al omdat hij een begenadigd prediker was, een ‘profeet’. In verschillende brieven wordt zijn aanwezigheid in Korinthe vermeld, en daaruit is de conclusie getrokken dat hij de eerste bisschop was van die stad.

De heilige Stefanos de Sabbaïet was een neef van de heilige Joannes Damaskenos. Hij was vroeg rijp, reeds als jongen van tien jaar leidde hij een bewust monniksleven in het beroemde klooster van Sabbas de Gewijde‚ waar hij opgevoed werd door zijn oom. Toen hij 15 jaar oud was, mocht hij de monnikswijding ontvangen en tot zijn 23ste oefende hij zich in het asketische leven in het Sabbasklooster. Toen mocht hij zich terugtrekken in een kluis in de wildernis om alleen nog met God te leven. Hij was ook een begaafd dichter. Samen met zijn oom heeft hij een grootse liturgische poëzie tot stand gebracht en daardoor op bijzondere wijze heel de kek gediend. Meer dan tachtig haar oud is hij gestorven in 807.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Serapion, verbrand in 205; Markianos‚ die velen tot Christus had bekeerd, werd na een standvastig gedragen lijden onthoofd te Kappadocië, in 258; Marina, de koningsdochter die door de heilige Georgios uit de macht van de draak was bevrijd en onder Diokletiaan gedood is in 307; Anacletus, opvolger van de heilige Clemens, derde bisschop van Rome en na negen jaar ter dood gebracht onder Trajanus‚ in 107; Myropes, werd onder Decius met stokken doodgeslagen op het eiland Chios; de diaken Muritta en de aartsdiaken Salutaris van de heilige bisschop van Carthago Eugenios, die met volharding onder de martelingen getuigenis hebben afgelegd; en Antiochus, arts te Sebaste in Armenië‚ onder Hadrianus onthoofd.

Eveneens op deze dag de heilige Julianos, leerling van de apostel Petros, bisschop van Cenomamum in Gallië; Dagila, de vrouw van de schenker van de Vandalenvorst Huneric, moest vele kwellingen doorstaan en is in ballingschap gestorven tegen het einde van de vijfde eeuw; de profeten Joël en Esdras in Palestina; en Athanasius, bisschop van Napels, in ballingschap gestorven in Veroli, 8e eeuw.

Synax van de aartsengel Gabriël, wiens feest op 26 maart niet geheel tot zijn recht komt door de Grote Vasten.
Er wordt in de Evangeliën vele malen over engelen gesproken, doch slechts één wordt bij naam genoemd: Gabriël, die tot de Maagd gezonden wordt om de Blijde Boodschap van Gods menswording aan te kondigen. Om deze verkondiging ziet de Kerk hem als de bijzondere vriend der mensen, en in de loop der tijd zijn er veel wonderen door hem verricht. Uit dankbaarheid daarvoor wordt sinds de 9e eeuw op deze dag zijn feest gevierd.

Gedachtenis van de beroemdste ikoon van de Heilige Berg, genoemd naar de meest gebeden Moeder Gods-hymne: ‘Waarlijk, het is waardig u zalig te prijzen, Moeder Gods’ (Axion Estin).


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.