vorige dag           volgende dag

Heiligenjaar   -   14 juli

De heilige Akylas, apostel uit de zeventig, was een te Rome gevestigde leerlooier uit Pontus. Toen de Joden uit Rome verdreven werden, ging hij met zijn vrouw Priscilla naar Korinthe, waar hij een der belangrijkste medewerkers werd van de heilige apostel Paulos. Volgens de overlevering werd hij later bisschop van Heraklea en hij stierf als martelaar. Zijn vrouw stierf eveneens de marteldood.

De heilige Liebert is geboren te Mechelen‚ op het gebed van de heilige Rumbold, nadat de ouders reeds wanhoopten nog ooit kinderen te kunnen krijgen. Het jongetje werd daarom aan God beloofd en reeds als kind in handen gegeven van bisschop Rumbold, die voor zijn opvoeding zorgde.
Eens was Liebert met andere kinderen aan het spelen op de oever van de modderige Dyle; hij viel in het water en zonk omlaag en kwam niet meer boven. Op het geschreeuw kwam Rumbold aanlopen, hij knielde aan de waterkant, bad tot God en plotseling kwam het hoofdje weer boven water. Hij greep het jongetje in de haren en trok hem op het droge. Weldra huppelde Liebert door de zorgen van zijn ouders weer rond alsof er niets gebeurd was.
Toen hij opgegroeid was, trad Liebert in het klooster dat de heilige Rumbold had gesticht. Hij ontwikkelde zich tot een voorbeeldige monnik en werd op den duur tot abt gekozen. Een invasie van Noormannen noodzaakte hem te vluchten en hij zocht een toevlucht in Hesbain. Een groep heidenen kwam hem achterna, zij drongen de kerk binnen en doodden Liebert aan de voet van het altaar van Sint Tron, in 835.

De heilige Marcellinus, bisschop van Deventer in de achtste eeuw. Hij was een angelsaksische opstandeling die door de Romeinen krijgsgevangen was gemaakt en als slaaf werd verkocht. Vanuit Rome werd hij naar Utrecht meegenomen door bisschop Gregorius. Deze bekeerde hem onderweg en zond hem naar de kloosterschool van Willibrord, waar hij priester werd gewijd. Toen werd hij medewerker van Gregorius bij het bekeringswerk onder de Friezen, en later met Lebuïnus in Twente en Drente, vooral bij Oldenzaal en Coevorden. Door de inval der Saksen moest hij, als een uit het vijandige Frankrijk afkomstige missionaris, terug naar Utrecht, waar hij de Sint Salvatorkerk beheerde en vriendschap sloot met de heilige Ludger.
Hij is gestorven in Oldenzaal, maar zijn graf bevindt zich in de Lebuïnuskerk in Deventer.

De heilige Madelgaire was geboren te Strepy in 615. Hij was de echtgenoot van de eveneens heilige Waudru. Zij hadden verschillende kloosters gesticht en na de geboorte van zijn vierde zoon trok Madelgaire zich in zijn kloosters terug. Toen hij ook uitblonk in het monastieke leven, werd hij tot abt gekozen van het klooster te Soignies. Daar is hij ook gestorven, in 677.

De heilige Ragnulf(a) uit het geslacht van Pepijn van Herstal werd opgevoed aan het hof van koning Dagobert. Als opgegroeid meisje werd ze verloofd aan een jonge edelman, met toestemming van de koning. De huwelijksdag was reeds vastgesteld, maar de avond ervoor bleek de bruid verdwenen. Ze was teruggeschrokken voor alle verplichtingen die het huwelijk meebrachten voelde zich aangetrokken tot een maagdelijk leven om God te dienen, en daarom had ze de vlucht genomen en een schuilplaats gezocht in het woud.
Zij was echter niet in staat dit ruwe leven te verduren, en spoedig lag ze doodziek in een vluchthut van houthakkers, naast een bron. Iemand die haar daar vond liet zij haar ouders roepen. Toen zij kwamen was ze brandend van koorts en had ze heftige krampen. Onder hun liefdevolle aanraking kwam zij tot bewustzijn, doch slechts om gerustgesteld haar laatste adem uit te blazen. Zij leefde in de zevende eeuw. Haar relieken bevinden zich in Aincourt, bij Leuven, en worden daar meegedragen in de Pinksterprocessie.

De heilige Jozef de Belijder, aartsbisschop van Thessaloniki, was geboren in Konstantinopel in de tweede helft van de zevende eeuw. Hij werd opgevoed bij zijn oom Plato, de hegoemen van het Studionklooster, waar ook zijn broer Theodoor monnik was. Tijdens de ikonenstrijd werden beiden gevangen genomen en verbannen.
Daar hij bekend was om zijn heiligheid, werd hij tot metropoliet van Thessaloniki gekozen, waar hij met grote ijver bepaalde misstanden te lijf ging. Daarmee maakte hij zich machtige vijanden, die bewerkten dat hij in 809 door een synodale beslissing van de zetel vervallen verklaard werd en ook daar verbannen werd. Onder een volgende keizer werd hij weer op zijn zetel hersteld, maar onder diens opvolger opnieuw verbannen. Tijdens deze ballingschap is hij gestorven in 832. Twaalf jaar later werd hij posthuum in eer hersteld en werden zijn relieken plechtig in het Studionklooster bijgezet.

De heilige Justus was een romeins soldaat, in Numera onder tribuun Claudius. Na een veldtocht keerde de troep naar Rome terug, maar onderweg raakte Justus -die waarschijnlijk inderdaad een gerechte was, die innerlijk hongerde naar een zinvol bestaan- in extase. Hij zag een kruis, stralend als kristal, en hoorde een stem die hem deed begrijpen dat er slechts één God is, de Schepper van hemel en aarde, Die al Zijn schepselen bemint en Zijn Zoon als losprijs gegeven had voor de slechtheid der mensen. Hij zocht toen contact met de christenen en werd gedoopt. Toen dit bekend werd, smeekte de tribuun hem om toch aan zijn jeugd en zijn toekomst te denken, maar toen Justus vasthield aan zijn nieuw veroverd inzicht, kon de tribuun niet anders doen dan hem doorzenden naar de rechter. Ook daar wilde Justus Christus, Die hij zozeer had liefgekregen, niet verloochenen, ook niet na de heftigste folteringen. Daarom werd hij tenslotte onthoofd.

De heilige Nikodemos de Hagioriet, d.w.z. Monnik van de Heilige Berg, de Athos, Hij was geboren op Naxos in 1749 en toen hij 27 jaar oud was, werd hij monnik in het Dionyssiouklooster op de Athos. Daar hoorde hij spreken over de russische abt Païssii Velitsjkovski, die in Roemenië een duizendtal broeders onder zijn leiding had en aan wie hij het geestelijk gebed leerde. Hij ging op weg om hem te bezoeken en bij hem te leren, maar kwam door een storm op het eiland Thasos terecht. Dit vatte hij op als een hemels teken dat dit niet zijn weg was, en hij keerde naar de Athos terug. Nu echter ging hij wonen in een cel van de Skite Pantokrator. Daar werd hij onderricht door Arsenios van de PeIeponnesos.
In 1782 vertrokken zij naar een verlaten eiland om er in volkomen afzondering te leven, maar het volgend jaar keerde Nikodemos naar de Athos terug, en bleef daar verder tot aan het einde van zijn leven.
Maar op het eiland was hij wel zijn schrijversleven begonnen met het ‘Handboek’ over de reiniging van het hart. Terug op de Athos had hij veel verblijfplaatsen en daarom heeft hij de algemene naam van Hagioriet, en niet, zoals de gewoonte is, van een bepaald klooster.
Tenslotte, toen zijn gezondheid geheel gebroken was, leefde hij bij Karyes met enkele broeders die hem dienden tot aan zijn dood in 1809.
Hij is een van de grootste religieuze schrijvers van zijn tijd en bewoog zich op het gebied van canoniek recht, heiligenlevens, liturgie, askese en mystiek. Hij vertaalde een Italiaans werk (enigszins jezuïtisch geïnspireerd) in het Grieks: ‘De Onzichtbare Strijd’ van L. Scupoli. Maar hij is vooral bekend door de grote bloemlezing over het Jezusgebed, die hij uitgaf samen met de heilige Makarios van Korinthe, de ‘Filokalia’. Dit boek behoort nog steeds tot de invloedrijkste geestelijke werken van de Orthodoxie. Verder werkte hij aan de uitgave van de verzamelde werken van de heilige Symeon de Nieuwe Theoloog, en schreef hij over de biecht, over geestelijke oefeningen en over de veelvuldige communie. Een groot werk over de heilige Gregorios Palamas werd voor het drukken door de oostenrijkse regering in beslag genomen en vernietigd, omdat men dacht met een oproep tot griekse onafhankelijkheid te maken te hebben. Een ander beroemd werk van hem, ‘Peda|ion’ (het Roer), is een bundeling van het Canoniek Recht in de Orthodoxe Kerk, met commentaren daarop. Het werd helaas door de uitgever aan allerlei veranderingen onderworpen. Hij bleef echter doorgaan met schrijven en publiceerde nog uitgebreide commentaren op de Brieven van Paulos en de Algemene Brieven van het Nieuwe Testament; een commentaar op de Oden van de Metten; een grote verzameling van Heiligenlevens; een uitleg van de Twaalf Grote Feesten; en ‘De Nieuwe Ladder’, over de Acht Tonen van de Zondagsmetten; naast talloze kleinere geschriften.

De heilige Stefanos uit Kiev deed askese in het Holenklooster. Later trok hij naar Machristsje, waar hij het Drie-eenheidsklooster stichtte. Er ontstond onenigheid met een naburige grondbezitter, zodat Stefanos uit moest wijken naar de Avnesjrivier, samen met zijn cellenmonnik Gregorii, en door zijn aanwezigheid ontstond ook daar een klooster. Tenslotte werd hij weer naar zijn eerste stichting teruggeroepen, waar hij bleef tot aan zijn dood in 1406.

De heilige Onesimos, afkomstig uit het dorpje Karina in Palestina, verliet op jeugdige leeftijd zijn ouders en ging naar Efese, waar een aantal christenen bij elkander steun zocht voor het leiden van een asketisch leven. Tijdens de vervolging van Diokletiaan viel deze gemeenschap uiteen. Onesimos wilde eerst naar zijn ouderlijk huis terug, maar toen hij bemerkte dat ook in Palestina de vervolging woedde, liet hij zich daar niet zien, om zijn ouders geen moeilijkheden te bezorgen. Hij trok verder naar Magnesia, waar het nog rustig was, en begon opnieuw asketisch te leven, waarbij zich weldra een kring andere vurige christenen om hem heen verzamelde. Hij liet ook zijn ouders overkomen en leefde daar verder in vrede.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Petros, de nieuwe martelaar van Kreta, gestorven nadat hem de voeten waren afgehakt; Heraklios, met knuppels doodgeslagen; Akylos en Hilarion, ter dood gestenigd; Reinolfa, te Namen door heidenen om het leven gebracht, toen zij niet wilde trouwen omdat zij een gelofte van maagdelijkheid had afgelegd; en Phokas, bisschop van Synope in Pontus, met zwaard en vuur omgebracht onder Trajanus.

Eveneens op deze dag de heilige Ellios, askeet in Egypte‚ 4e eeuw; Stefanos van Machra, een oude beroemde monnik, die toch naar de heilige Sergios van Radonesj ging voor onderricht, gestorven in 1406; Vincentius, abt, 687; Eberhard, monnik in de 8e eeuw; Herakles, bisschop van Alexandrië; Cyrus, bisschop van Carthago‚ wiens lof verkondigd werd door Augustinus; Felix, de eerste bisschop van Como; en Optatianus, bisschop van Brescia.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.