vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   15 september

De heilige grootmartelaar Niketas de Goth, afkomstig uit het gebied van de Donau-monding, gedood in 378, behoort tot de beroemdste heiligen onder de Gothen. Niettegenstaande zijn afstamming werd hij orthodox opgevoed, en zijn ouders vertrouwden hem toe aan de school van bisschop Theofilos, een der lichten van het Concilie van Nicea, in 325. Maar al had hij een Griekse opvoeding, Niketas was de eerste die schreef in de Gothische taal en die daarin ook de Heilige Schrift vertaalde, waardoor velen tot Christus werden gebracht. Het land was in twee, elkaar heftig bestrijdende partijen verdeeld. Nadat de christenen eerst de overwinning hadden behaald, met hulp van de Romeinse keizer, kwam er later een bloedige terugslag. In 370 brak een hevige vervolging uit‚ waarbij de christenen meestal met hun gezinnen werden verbrand in hun eigen huis, of gezamenlijk in de kerk. Er werden ontelbare slachtoffers gemaakt, en Niketas is een van de weinigen waarvan de naam is behouden gebleven. Hij was priester en een begaafd prediker, en werd door de heidense troepen overvallen terwijl hij het geloof verkondigde. Hij werd hevig geslagen en toen in het vuur geworpen, maar bleef de heilige hymnen zingen totdat de dood zijn tong deed zwijgen.

De heilige Filotheos, priester van het dorp Mrawin in Klein-Azië in de 10e eeuw. Hij was getrouwd en had een kind, maar leidde zulk een intensief gebedsleven dat God hem de gave van wonderen schonk, vooral om te voorzien in de nood der armen, 10e eeuw.

De heilige Porfyrios de Toneelspeler. Tijdens de vervolging van Juliaan de Afvallige werd hij in het circus in een spot-scène gedoopt, maar hij kwam met de overtuiging van een christen uit het water naar boven. Toen hij tegen de verbaasde keizer aanmerkingen maakte over diens afval van de waarheid, werd hij onthoofd in 362.

De heilige martelaren Asklepiodotos, Maximos en Theodotos waren burgers van Markianopolis, en werden onder harde folteringen in Filippopolis ter dood gebracht in 311, tijdens de vervolging van Maximiaan.

De heilige Bessarion I en Bessarion II, beiden aartsbisschop van Larissa, in het tijdperk van 1490 tot 1541. De laatste stichtte het klooster van Doussikon, dat een grote groeide vertoonde onder zijn opvolgers.

De heilige Gerasimos stichtte het klooster van de heilige Drie-eenheid bij Makrinitsa, in Mysië, en is in vrede gestorven tegen 1740.

De heilige Josef van Alawerdsk, een leerling van de heilige Johannes Sedasniki, die het geloof verbreidde in Georgië. Hij grondvestte het klooster van de grootmartelaar Georgios. Daar is hij ook gestorven in 570.

De heilige Nieuwe martelaar Johannes van Kreta, door de Turken ter dood gebracht te Efese in 1811. Hij was een boerenjongen uit Kreta, en op het Zomerfeest van de heilige Johannes de Doper, op 29 augustus, hield hij in een dorp feest met een stel kameraden. Opgewonden door het feest en de wijn, werden zij overmoedig toen een troepje Turkse soldaten de vreemdelingenbelasting kwam opeisen. In het handgemeen dat ontstond na hun weigering, tuigden de forse boeren de Turkse soldaten af, waarbij er zelfs een gedood werd.
Na een paar dagen werd Johannes opgehaald door een legertroep en enkele weken opgesloten, met slechts enkele etensresten om in leven te blijven. Toen hij standvastig bleef, werd hij door de rechter, de broer van de verongelukte soldaat, veroordeeld tot de strop. Op weg naar de galg maakte Johannes een grote kniel-buiging voor elke christen onderweg, en vroeg vergeving en gebed.

De heilige Simeon, aartsbisschop van Thessalonika van 1416 tot 1429. De stad doorleefde een moeilijke periode toen er een einde kwam aan de bezetting door der Latijnen (1204-1430), maar deze vervangen werd door het nog veel zwaardere Turkse juk (1430-1912). De voortdurende Turkse aanvallen maakten het leven in de stad tot een zware beproeving. Er heerste hongersnood en de bevolking werd geteisterd door verschillende epidemieën van besmettelijke ziekten. Daarbij nog stadsbestuurders die verraad pleegden en zich lieten omkopen door de Turken. Toen Simeon daartegen protesteerde vanaf de kansel, werd hij het mikpunt van een lastercampagne.
De heilige monnik Simeon werd geacht de juiste man te zijn om zijn gelovigen bij te staan in deze ellenden. Toen hij ongeveer 30 jaar oud was, werd hij priester gewijd. Eind 1415 werd hij tot aartsbisschop gekozen van Thessalonika. Hij bezat in hoge mate de gave van het onderricht en was daarbij door zijn warme openheid een aantrekkelijke persoonlijkheid. Alle inwoners van de stad, tot welke partij ze ook behoorden, beschouwden hem als hun eigen vader.
Maar door alles wat hij verduren moest, samen met het voedselgebrek dat hij volledig wilde delen met zijn gelovigen, had zijn gezondheid zwaar te lijden. Bijna de helft van zijn tijd moest hij leiding geven vanaf zijn ziekbed, waarbij hij vaak zweefde tussen leven en dood.
Zijn behendig diplomatiek optreden bewerkte de aftocht der troepen van Venetië, die in 1423 de stad veroverd hadden. Simeon wekte de bevolking op hun vertrouwen op God te stellen en de hulp van de heilige Demetrios af te smeken, maar zich niet over te geven en in slavernij te leven. Zo wist hij de Turkse bezetting een tijdlang op afstand te houden, temidden van allerlei bedreigingen en pogingen tot omkopen. Kort voordat de Turkse bezetting toch gekomen was, is hij ontslapen, in 1429. Zijn toch nog onverwachte dood bracht algemene verslagenheid teweeg. Simeon was een der laatste leerlingen van de heilige Gregorios Palamas, en eveneens een bestrijder der ketterij door zijn machtig woord. Zijn theologische werken brengen op levendige wijze de leer der Vaders in hernieuwd verband, en werpen daardoor vaak ook nieuw licht op allerlei kwesties. Hij ontplooide ook een grote activiteit op liturgisch gebied. De Goddelijke Liturgie in zijn kerk van de heilige Wijsheid (Sofia) werd met grote luister gevierd. Van zijn hand stammen ook vele hymnen en gebeden, en hij schreef een rijk commentaar over de symbolen en riten van het kerkelijk leven. Door zijn geschriften zijn kostbare liturgische schatten behouden gebleven na de ondergang van het christelijk imperium. Door die onrust der tijden werd ook zijn heiligverklaring eeuw na eeuw uitgesteld, al werd hij direct na zijn dood als een heilige vereerd; en deze is pas uitgesproken na 550 jaren in 1981.
De hymnen-dichter van de Grote Kerk van Christus, de monnik Gerasimos (Mikrayannitis) van de Athos, heeft het officie voor Simeons gedachtenis samengesteld.

De heilige Johannes de Kleine, woestijnvader in de Sketis, behoort tot tot de oude generatie der woestijn-heiligen. Samen met zijn broer was hij naar Sketis gekomen, en zij hadden zich aangesloten bij een heilige kluizenaar. Deze beval aan Johannes zijn reisstok in de grond te planten en die elke dag water te geven totdat hij vrucht zou dragen. Zonder bedenken volvoerde Johannes de opdracht, en ondernam elke ochtend de lange tocht naar de rivier om water te halen voor zijn stok. Toen hij dit drie jaar lang had volgehouden, had de stok inderdaad wortel geschoten, er kwamen bladeren aan en zelfs een vrucht. Deze werd door de kluizenaar de volgende zondag meegenomen naar de Eucharistie-viering, en aan de broeders aangeboden met de woorden: “Neem en eet van de vrucht der gehoorzaamheid”.
Met evenveel ijver legde hij zich toe op het voortdurende gebed, en hij zou zich daar graag geheel en al overgeven. Hij sprak dus met zijn broer af dat hij alleen de woestijn zou ingaan om aan niets anders meer te moeten denken dan aan God, net zoals de engelen die voor Gods troon staan.
Hij liet nu zelfs zijn mantel achter en trok de woestijn in. Een week lang ging dat goed, maar toen was hij aan het einde van zijn kracht door gebrek aan voedsel en water. Hij sleepte zich naar hun gemeenschappelijke kluis terug, het was al avond. Toen hij aan de deur klopte, vroeg zijn broer wie daar was. “Ik ben het, Johannes, je broer”. “Dat kan niet,” zei de ander, “mijn broer is een engel geworden, die leeft niet meer onder de mensen”. En hij liet hem buiten staan tot de volgende morgen. Toen vroeg Johannes vergeving en nam opnieuw zijn plaats in onder de mensen.
Later werd hij zelf een bekende Oudvader en verschillende van zijn spreuken zijn bewaard gebleven.
“Wanneer een wild dier op ons afkomt, dan vluchten we in een boom. Zo moeten we ook doen wanneer slechte gedachten ons aanvallen: dan moeten we met alle kracht omhoogklimmen tot God in een vurig gebed.”
“Wanneer een legeraanvoerder een stad belegert, dan snijdt hij de toevoer af van voedsel en water, om zo de stad tot overgave te dwingen. Zo moeten wij ook strijden tegen onze huis-vijand, ons lichaam temmen door soberheid, en aan onze hartstochten hun voedsel ontnemen.”

Zelf ontvluchtte hij ogenblikkelijk iedere gelegenheid tot ergernis, en hij bracht zich in veiligheid wanneer hij ergens hoorde twisten. Dan bleef hij buiten tot zijn verontrusting gekalmeerd was, en eerst dan ging hij zijn cel binnen, opdat deze niet verontreinigd zou worden door onrustige gedachten. Over de omgang met de broeders zei het het volgende:
“Wanneer je een huis wilt bouwen, kun je niet beginnen met het dak. En wanneer je je broeder wilt onderrichten, moet je eerst zijn hart winnen, daarna pas kun je hem van nut zijn.”
Wanneer iemand hem een of andere zaak kwam vertellen, dan ging hij daar niet rechtstreeks op in, maar gebruikte het als een aanloop om iets over het geestelijk leven te zeggen. En wanneer hij met iemand over God kon spreken, dan raakte hij zo in vuur dat elk besef van tijd verdween. Toen hij op sterven lag, vroegen de broeders hem naar zijn levens-devies. Hij vroeg vergeving en zei: “Ik heb nooit mijn eigen wil gedaan. En ik heb nooit iets aan anderen geleerd wat ik niet eerst zelf ten uitvoer heb gebracht.” Zo is Johannes gestorven op het einde van de 4e eeuw.

De heilige Evrius (Aprus), bisschop van Toul (Lotharingen), 5e eeuw. Hij was geboren in de omgeving van Tours en werd een beroemd stadsbestuurder‚ die in briefwisseling stond met de grote mannen van die tijd. Later trok hij zich terug uit het openbare leven om zich toe te leggen op het gebed. Toen werd hij tot bisschop gekozen van Toul, waar hij een voorbeeld was van vurig gebed en een bijzondere liefde aan de dag legde voor de armen. Een kerk, waarvoor hij de fundamenten had gelegd, werd later afgebouwd op zijn naam, waaruit blijkt hoe spoedig zijn verering als heilige begonnen is. In 626 werd een grote kerk tot zijn eer gebouwd in Laon.

De heilige Josef de Jongere, bisschop van Temisvar. Hij was geboren in Dubrovnik en werd opgevoed in het klooster van de heilige Moeder Gods van Ochrid. Op jonge leeftijd vertrok hij naar de Athos en werd monnik van Pantokrator-klooster. Daarna leefde hij nog als monnik in Vatopedi, Chilandari, de Grote Laura en Xeropotamou, tot hij tenslotte hegoumen werd van Koutloumousiou.
ln 1650 werd hij bisschop van Temisvar (in het tegenwoordige Roemenië). Daar toonde hij bijzondere bestuurderstalenten; hij reisde veel in zijn diocees, onderrichtte het volk en kwam tussenbeide als er moeilijkheden waren met de Turkse bezetters. Hij wijdde en bezielde de priesters en stichtte ook een seminarie.
De laatste drie levensjaren trok Josef zich terug in het klooster van Paros, maar zijn vroegere gelovigen kwamen steeds weer naar zijn cel voor raad en hulp en zegen. Daar gebeurden ook vele wonderen. Zo is hij gestorven in 1656, bijna 90 jaar oud.

De heilige martelaar Nicomedes is in Rome een beroemde naam. Een van de catacomben aan de Via Nomentana en een oude kerk zijn naar hem genoemd, maar verder is er niets met zekerheid over hem bekend. De verschillende levensbeschrijvingen zijn volkomen tegenstrijdig, en ook de tijd loopt uiteen van de 1e tot de 3e eeuw. Hij zou als priester ter dood zijn gebracht omdat hij de martelares Felicula begraven had.

De heilige Aichard, abt van Jumièges, gestorven in 687. Hij was geboren uit adellijke ouders te Poitiers in 624, en werd opgevoed in het klooster van de heilige Hilarion in die stad, vanaf zijn 10e jaar tot zijn 16e. Hij werd een voorbeeldig monnik in de abdij van Jouin. ln 684 werd hij aan het hoofd gesteld van de abdij van Jumièges, welke in die tijd 900 monniken telde. Door zijn woord en zijn voorbeeld wist Aichard hen te brengen tot liefde voor elkander, tot liefde voor het gebed, en tot liefde voor de studie. Drie jaar later stierf hij in heiligheid, in de ouderdom van 63 jaar. Zijn laatste toespraak luidde:
“Mijn lieve kinderen, vergeet toch nooit wat ik nu ga zeggen, het is het testament van je vader die jullie werkelijk liefheeft. Ik bezweer jullie, in de Naam van Jezus Christus, houdt toch van elkander. Laat in je hart geen bitterheid opkomen tegen een van je broeders, want dat is volstrekt onverenigbaar met de liefde, die toch het merkteken is van wie door de Heer is uitverkoren. Het is volstrekt nutteloos om jezelf uit te putten in ascese en monastieke oefeningen wanneer je geen oprechte liefde hebt voor elkaar. Zonder die liefde is zelfs het martelaarschap niet aangenaam aan God. Alleen de onderlinge liefde kan de ziel zijn van een geestelijk tehuis.”
Na deze woorden hief Aichard zijn handen en zijn ogen naar de hemel en ontsliep kalm en rustig in de Heer, in het jaar 687.

De heilige martelaren Emilias en Jeremias, Spanjaarden uit Cordova, in hun jeugd opgevoed in het Arabisch, in het christendom onderricht in de basilica van de heilige Kyprianos. Emilias was diaken en beiden maakten van hun kennis van het Arabisch gebruik om de waarheid te prediken onder de moslims. Zij werden daarvoor onthoofd in 852.

De heilige Eutropia, weduwe in Auvergne. Zij leefde in de 5e eeuw, en na de dood van haar man wijdde zij zich geheel aan het gebed en aan goede werken. Zij had zware beproevingen te doorstaan, de dood van haar kind en kleinkinderen, en de aanvallen van familieleden die op haar bezittingen aasden.

Ook nog op deze dag de heilige martelaar Valerianus, in de streek van Chalons-sur-Saône, na langdurige martelingen onthoofd, 3e eeuw.

Eveneens op deze dag de heilige Alpinus (Albinus), bisschop van Lyon, 6e eeuw; Lubin (Leboïnus), bisschop van Chartres, gestorven tegen 557 (zie 14 maart); en Ribertus, abt in de 7e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.