vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   11 oktober

Zondag na 10 oktober Gedachtenis der 367 heilige vaders van het zevende oecumenische concilie te Nicea, van 24 september tot 13 oktober 787, waar op grond van de Heilige Schrift en het getuigenis van de vaders werd vastgesteld dat het goed is de iconen, evenals het heilig Kruis, op de juiste wijze te vereren.

De heilige Filippus, apostel uit de zeventig. Hij behoorde tot de zeven diakens die door de apostelen waren aangesteld (Hnd.6:5).
Hij kwam uit Caesarea in Palestina en had vier dochters die de gave van profetie verkregen hadden.
Filippos predikte in Samaria. Tot degenen die hij bekeerd heeft behoorden Simon Magus en de eunuch van de koningin van Ethiopië, Kandake.
Hij werd aangesteld tot bisschop van Tralies in Lidië. Daar heeft hij een kerk gebouwd en is hij in vrede ontslapen.

De heilige Theofanes de Getekende, de jongere broer van de heilige Theodoros de Getekende (27 december) met wie hij veel geleden heeft tijdens de iconenstrijd. Hij was geboren in 778 in Palestina en hun ouders leerden hun vooral de deugd der gastvrijheid. De beide broeders werden monnik in het klooster van de heilige Sabbas, waar zij ook priester werden gewijd. Tijdens de vervolging die Griekenland innerlijk verdeelde, vielen de Saracenen Palestina binnen en ook het Sabbas-klooster kwam onder Arabisch bewind. De beide broers werden, samen met hun geestelijke vader, de heilige Michaël Synkellarios, naar Rome, en vervolgens naar Constantinopel gezonden, om hulp te vragen bij de keizer, Leo de Armeniër (813-820).
Deze bewonderde hun moed en hun wijsheid en poogde hen over te halen tot zijn partij. Toen dit niet lukte liet hij hen folteren en in ballingschap zenden, waarbij het aan iedereen op doodstraf verboden werd hen ook maar met het geringste te hulp te komen.
Korte tijd daarna werd de keizer echter vermoord, en de vervolging flauwde af, maar vlamde onder Theofilos (829-842) weer op met nog grotere hevigheid. Theodoros en Theofanes werden opnieuw en telkens weer gefolterd en tenslotte op hun voorhoofd gebrandmerkt met de tekst van hun vonnis: vandaar hun bijnaam. Zij werden nu verbannen naar Apamea in Bithynië, waar Theodoros stierf aan de gevolgen van de mishandelingen. Zijn lichaam werd weggeworpen en mocht niet begraven worden.
Toen onder keizerin Theodora en haar zoon Michaëi op het 7e oecumenische concilie de iconenverering tot geloofsgoed was verklaard, werden de bannelingen teruggeroepen. Theofanes werd in 842 bisschop van Nicea, en daar is hij gestorven in 847. Hij was ook een groot hymnen-dichter en hij heeft meer dan 140 canons op zijn naam staan.

De heilige Zenaida en Filonilia, twee zusters uit Tarsos en bekeerlingen van de apostel Paulos. ln Demetrias verpleegden zij de arme zieken en schenken hun vaak genezing. Daarbij verkondigden zij Christus, de Arts van zielen en lichamen; daarom werden zij door steniging ter dood gebracht.

De heilige Nektarios, Arsakios en Sisinios, patriarchen van Constantinopel.
Nektarios uit Tarsos was lid van de senaat en algemeen geacht om zijn grote wijsheid en zijn ingetogen levenswandel. Op bezoek in Constantinopel om een kwestie te bespreken met zijn bisschop, die daar aanwezig was voor het tweede oecumenische concilie, werd hij aangewezen als opvolger van de heilige Gregorios van Nazianze. Nektarios was nog slechts catechumeen: hij werd gedoopt, en direct daarna bisschop gewijd in 382. Gedurende 16 jaar heeft hij de kerk bestuurd. Hij zette zich in voor het in feite invoeren van de volledige Geloofsbelijdenis welke op het concilie tot stand was gekomen, en bestreed daartoe vooral de partij van Makedonios die zich verzette tegen het God-zijn van de Heilige Geest Onder zijn bestuur kwam de naam “het tweede (of nieuwe) Rome” op voor Constantinopel. Hij is in vrede ontslapen; zijn opvolger was de heilige Johannes Chrysostomos.
Arsakios was de broer van Nektarios en door hem tot bisschop van Tarsos gewijd. ln 404 werd hij, op hoge leeftijd, tot patriarch gekozen na de verbanning van de heilige Johannes Chrysostomos. De vrienden van Johannes Chrysostomos wilden hem niet erkennen en werden daarom door de regering vervolgd. Reeds het volgende jaar is Arsakios gestorven.
Sisinios, die geliefd was om zijn vroomheid en liefde voor de armen, werd onder aandrang van het volk in 425 tot patriarch gekozen, nadat regering en bisschoppen al geruime tijd niet tot overeenstemming hadden kunnen komen wie de opvolger zou worden van de overleden patriarch Attikos. Twee jaar later is hij in vrede ontslapen. Zijn opvolger werd de beruchte ketter Nestorios die het God-zijn van Jezus Christus ontkende.

De heilige Filotheos Kokkinos, patriarch van Constantinopel. Hij was tegen het einde van de 13e eeuw te Thessalonica geboren als zoon van een joodse moeder, die zich tot het christendom had bekeerd. Hij was een briljant student die vooral bedreven was in de speculatieve theologie en een grote naam verwierf door zijn welsprekendheid. Maar hij verliet de wereld en werd monnik, eerst op de Sinaï, later in de Grote Laura van de Athos, toen de heilige Gregorios Palamas zijn grote strijd voerde ter verdediging van het hesychasme.
Filotheos werd een van diens voornaamste medewerkers en hij was ook de opsteller van het beroemde manifest van de Athos-monniken over de Goddelijke Energieën. Hij nam deel aan het hesychasten-concilie van 1351 als redacteur van de betreffende acten.
ln 1354 werd hij patriarch van Constantinopel maar een jaar later ging hij terug naar zijn eerste bisschopszetel: Heraklea. Eerst in 1364 besteeg hij definitief de patriarchale troon. Hij stelde alles in het werk om tot overeenstemming te komen met de Kerk van Rome, want hij verlangde met heel zijn ziel naar het einde van de scheuring die de Kerk van God zo wreed verdeelde. Maar de legaten van Rome waren niet in staat tot een evenwichtige behandeling van de bestaande kwesties te komen. Daarnaast componeerde Filotheos een groot aantal liturgische diensten, o.a. het officie van de heilige Gregorios Palamas, en publiceerde hij vele heiligenlevens.

De heilige martelaren Nicasius, bisschop van Rouen; de priester Quirinus, de diaken Scubiculus en de maagd Piëntia zijn ter dood gebracht in Ecos in de streek van Rouen, Le Vexin, in 286.

De heilige abt Kenny (Cainec, Canix, Cainnech, Kenneth) was afkomstig uit Noord-Ierland, in 516 geboren als de zoon van de beroemde bard Laidec, een van de zeven van Mocudalan. Hij wilde een geleerde monnik worden en ging daarom naar Brittannië om in de leer te gaan bij de vereerde abt Docus. Later treffen we hem aan in de school van de heilige Finnian.
Hij predikte op de westelijke eilanden en in het gebied van Schotland, waar nog veel plaatsnamen getuigen van zijn werkzaamheid, in het bijzonder het eiland Inch Kenneth in Mull. Hij is waarschijnlijk met de heilige Columba naar de missie onder de Picten getrokken. Daarna keerde hij naar Ierland terug waar hij het klooster heeft gesticht van Achad-Bho in Ossory, in 577, terwijl tevens de stichting van Kilkenny op zijn naam staat. Toen Columbanus eens in nood verkeerde op zee zei hij tot zijn angstige leerlingen dat zij gered zouden worden door de gebeden van abt Kenny. Deze was juist in de refter van het door hem gestichte klooster bezig de eulogia te breken die overgebleven waren van de heilige Liturgie, toen hij plotseling zijn vriend Columbanus hoorde roepen hem te helpen daar hij in groot gevaar verkeerde.
Kenny sprong op van tafel en riep zijn monniken toe mee te gaan naar de kerk. In de haast verloor hij een schoen, maar hij rende verder en viel neer voor het Altaar om voor de afwezige Columbanus te bidden. En deze zei tegen zijn lotgenoten: “Wees maar niet bang, want God verhoort Kenny die met zulk een vurige ijver op slechts één schoen naar de kerk is gesneld.”
Kenny genoot ook nog bekendheid als schrijver. Van hem stamt nog een van de oudste manuscripten van de Bijbel, de Glass-Kinnîch, een doorlopend commentaar op de vier Evangeliën. Hij is gestorven toen hij 84 jaar oud was, in 600.

De heilige abdis Julia, 8e eeuw. Zij was een slavin te Pavilly in Normandië, en had een vurig verlangen om in te treden in de abdij aldaar, bestuurd door Benedicta, de opvolgster van de stichteres, Austreberta. Maar toen zij verzocht om de sluier te mogen ontvangen, ontstak Benedicta in woede over deze onbeschaamdheid, want Julia was niet van adel en had bovendien geen geld. Wenend viel zij neer op de graftombe van de heilige Austreberta. Toen Benedicta haar daar met geweld wilde laten verwijderen, werd zij op datzelfde ogenblik door zware koorts overvallen en werd doodziek: zij kon zich niet overeind houden en haar hart klopte angstwekkend zwak. Doodsbang beloofde zij Julia op te nemen, en was toen even plotseling genezen als zij ziek geworden was.
Julia's zichtbare Gods-nabijheid was als een stralend licht in het klooster. De zusters noemden haar liefdevol: “het zusje van Jezus”, en toen Benedicta gestorven was, werd Julia eenstemmig gekozen tot haar opvolgster, ondanks de voor die dagen niet voor mogelijk gehouden situatie dat een voormalige slavin aan het hoofd kwam te staan van een adellijk klooster.

De heilige Gunmar (Gummar) was geboren in 717 op het kasteel bij Lier (België). Hij diende in het leger van koning Pepijn en huwde Grimnaira. Dit was geen gelukkig huwelijk: Grimnaira heerste op hebzuchtige wijze wanneer haar echtgenoot voor de dienst afwezig was, en bracht de kleine boeren tot diepe armoede. En wanneer Gunmar bij zijn thuiskomst dit onrecht wilde herstellen, werkte zij op alle manieren tegen. Gunmar nam daarom afscheid van haar en trok als pelgrim naar Rome. Hij kwam terug maar vestigde zich als kluizenaar in het woud van Nives-Donck. Daar is hij gestorven in het jaar 774. Zijn lichaam werd overgebracht naar de kerk van Lier, en zijn feest trekt jaarlijks een menigte pelgrims. Hij wordt aangeroepen om hulp tegen hernia.

De heilige abdis Ethelburga, 7e eeuw. Zij was de dochter van een heidense vader, die zich hevig verzette tegen de godsdienstige plannen van zijn kinderen, maar zijn zoon Earconwald werd bisschop van Londen. Deze bouwde ook het eerste vrouwenklooster van Engeland in Barking, en zijn zuster Ethelburga werd daar abdis, nadat zij eerst haar kloosterlijke opleiding had verkregen van Hildelitha, die in een Frans klooster was opgevoed. Onvermoeid droeg zij zorg voor wie onder haar hoede waren gesteld, en kwam vaak door wonderen hun noden te hulp. In 664 verloor het klooster een groot deel van de zusters, en ook de priester, door de pest. Ethelburga overleefde deze epidemie en stierf in vrede, diep betreurd door haar zusters, in het jaar 676.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Germanus, bisschop van Besancon; de monnik Sarmatas, een leerling van de heilige Antonios, vermoord in Opper Egypte; en Anastasios, priester, met Placidus, Genesios en nog anderen.

Eveneens op deze dag de heilige Theofanes de Vaster van het Holenklooster, 12e eeuw; Agilbertus, bisschop van Parijs, 7e eeuw; Bruno, aartsbisschop van Keulen van 953 tot 961; Firminus, bisschop van Uzès in Zuid-Frankrijk; Gradus, bisschop van Oloron, 6e eeuw; Placidia, moniale te Verona; Susanna, een weduwe, 4e eeuw; Emilianus te Rennes in Frankrijk; Guenardus (Vinard); en Ansillon, 7e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.