vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   12 oktober

De heilige martelaren Probos, Tarachos en Andronikos‚ ter dood gemarteld in het jaar 304, onder Diokletiaan en Maximiaan. Eerst in Tarsos, en later in Mopsuestia en Anazarbos, waar zij tenslotte in het circus werden afgemaakt, toen de wilde dieren weigerden hen verder kwaad te doen. De uitvoerige notariële akten (14 gedrukte pagina's) zijn bewaard gebleven en tonen de onmenselijke wreedheid van steeds nieuwe martelingen en de ongebroken moed van de belijders.
Hun lichamen werden bewaakt, maar tijdens het nachtelijk duister en onder geweldig noodweer slaagden drie christenen erin de lichamen weg te nemen en in een grot te begraven. Zij hebben het relaas van de akten aangevuld en geven als hun plan te kennen dat zij de rest van hun leven in deze grot wilden verblijven.

De heilige Kosmas (-sieraad) hymnendichter. (Volgens Slavisch gebruik vandaag, 12 oktober, maar volgens Grieks gebruik: zie 14 oktober).

De heilige monniken Amfilochios, Makarios, Tarasios en Theodosios van het Gloesjitsa-klooster. Amfilochios was hegoumen vanaf 1452. Zijn opvolger was Makarios die sinds zijn 12e jaar in het klooster had geleefd. Taraslos was hegoumen van een klooster in Perm maar leefde van 1430 tot aan zijn dood in 1440 in Gloesjitsa met zijn leerling Theodosios.

De heilige martelares Anastasia leefde tijdens de regering van Decius (rond 250). Zij was geboren in Rome en leefde in een kleine gemeenschap van 4 maagden onder leiding van Sofia. Anastasia werd beschuldigd in het publiek de goden te hebben beledigd en de mensen te hebben opgewekt hun afgoden te verlaten en zich bij de christenen te voegen. Zij werd op perverse wijze gemarteld en tenslotte onthoofd.

De heilige Symeon de Nieuwe Theoloog, op deze dag gevierd, omdat zijn feestdag (zie 12 maart) in de Grote Vasten valt.

De heilige God-dragende vader Theosebios van Arsinoë had enige jaren als broer en zus geleefd met zijn vrouw en trok zich toen terug in een grot om te leven in vasten en gebed. Het noodzakelijke levensonderhoud verschafte hij zich door het hoeden van schapen; wat hij daarbij meer verdiende gaf hij weg. En wanneer hij geen arme vond, dan schonk hij het overtollige brood aan de vogels. Hij is in zijn grot gestorven tijdens het gebed. Na drie dagen werd hij gevonden, toen zijn herdershonden alarm hadden gemaakt.

De heilige bisschop-martelaren Cyprianus en Felix behoorden tot de slachtoffers van de grote vervolging van de Vandalen-koning Hunerik. Bisschoppen en priesters werden toen bij duizenden opgedreven naar een concentratiekamp in de woestijn, waar zij die niet onderweg gestorven waren, op ellendige wijze aan hun einde kwamen.
Cyprianus, bisschop van Uniziba‚ een plaats waar de stoet doortrok, gaf alles wat hij bezat om hun hulp te bieden. Kort daarna werd hij eveneens gearresteerd en met de anderen in ballingschap gezonden.
Felix was 40 jaar bisschop geweest van Abbirita, en in zijn ouderdom volkomen verlamd geraakt. Ook hij mocht niet achterblijven, en werd als een zak meel dwars over de rug van een muilezel gebonden en zo meegevoerd.
Onderweg moesten allen overwinteren, opeengeperst in een veel te kleine gevangenis, zonder enige hygiënische voorzieningen, zodat men kniediep door het vuil moest waden. Hun verdere tocht kwam als een bevrijding, en zij werden begeleid door de gelovigen uit de omgeving, die toestroomden met brandende kaarsen in de handen, om de processie der martelaren te eren. Sommigen trokken mee naar het oord van hun ballingschap en wilden niet van hen scheiden, welk lot hun ook wachtte. Want zij waren verzekerd van de eeuwige heerlijkheid die zou volgen na de ellende van deze aardse tijd.

De heilige Fiëch, bisschop van Sletty‚ 5e/6e eeuw. Hij was katechumeen, weduwnaar met één zoon, en volgeling van de hoofd-bard Dubtach, de vriend van de heilige Patrick. De barden waren de priesterlijke zangers van het oude Ierland en zij herkenden al spoedig de heilige Patrick als een der hunnen. Zij kwamen tot het christendom “en toen werd hun zang zo lieflijk‚ dat de engelen zich over de rand van de hemel bogen om ernaar te luisteren”‚ zegt de oude kroniek. Ook de bescheiden, God-vrezende Fiëch werd door de heilige Patrick ondervraagd, en gereed geacht voor de doop. Niet lang daarna wijdde hij hem bisschop. Hij stond ook aan het hoofd van het klooster Domnach-Fiëch, en van het klooster dat hij gesticht had in Sletty‚ waar ook zijn bisschopszetel was.
De heilige Fiëch behaalde een uitzonderlijk hoge leeftijd, zodat hij 60 van zijn leerlingen overleefde. Zijn leven beslaat daarom praktisch de gehele 5e eeuw, en hij is dan gestorven in het begin van de 6e.

De heilige martelaar Maximiliaan, bisschop van Lorch in Stiermarken‚ het huidige Slovenië. Hij was door paus Sixtus ll (257-258) als missionaris naar Pannonië gezonden en had een groot zendingswerk tot stand gebracht. Hij bouwde de kerk van Lorch, waar hij ook bisschop werd en gestorven of te Cilli gedood is, tegen het einde van de 3e eeuw.

De heilige Wilfrid‚ (Walfridus) bisschop van York, was monnik van Lindisfarne maar voltooide zijn studie in Lyon en Rome. Hij was als bisschop naar York gezonden maar hij toonde weinig begrip voor de Keltische gebruiken van de Engelse Kerk. Met grote energie bevorderde hij de romanisering maar stiet daarbij op sterke weerstand, zodat hij zelfs een tijd het land moest verlaten. ln die tijd heeft hij missiearbeid verricht onder de Friezen, waar hij als stamverwant Angelsaks meer gehoor vond dan de van de vijandige Franken afkomstige missionarissen. Tenslotte kwam hij toch weer in York terecht en is daar gestorven in 709.

De heilige martelaren Juventinos en Maximos waren schilddragers in het leger van Juliaan de Afvallige (360-363). Toen zij zich beklaagden over de maatregelen van de keizer om de christenen het leven onmogelijk te maken - zij mochten o.a. geen enkel ambt uitoefenen - werden zij aangebracht en moesten voor de keizer verschijnen. Toen zij zich beriepen op de garanties van keizer Konstantijn‚ werden zij gedegradeerd, van al hun bezit vervallen verklaard, en in de gevangenis geworpen. Daar kwamen zoveel christenen hen bezoeken, met hen bidden en naar hen luisteren, dat de gevangenis wel een kerk geleek. Toen liet de keizer hen ‘s nachts heimelijk onthoofden.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Dominika te Anasarba in de gevangenis gestorven in 286 tijdens de vervolging van Diokletiaan; Malfethos, doorboord met pijlen, en Anthea, verbrand in een gloeiende koperen stier; de priester Opilio (Opio), 4e eeuw; zeventig martelaren, gedood met het zwaard; Edistius, gedood te Ravenna; Domnina uit Cilicië, tijdens de venrolging van Diokletiaan. Tijdens de foltering waren ook haar voeten verbrand en haar ledematen gebroken. Zij stierf van uitputting in de gevangenis, in 304; Andromachos en Diodoros die levend zijn verbrand; en Evagrius, Priscianus en hun medemartelaren te Rome.

Eveneens op deze dag de heilige Martinus de barmhartige, bisschop van Tours (zie 11 november); Theodotos, bisschop van Efese, gestorven in vrede; Jason, bisschop van Damaskos, gestorven in vrede; Monas, bisschop van Milaan; Salvinus, bisschop van Verona; Eustachios, priester in Syrië; en Exuperia (Speria) een maagd, leefde te Cahors, waarschijnlijk in de 8e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.