vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   13 oktober

De heilige Karpos (Carpus), bisschop van Thyatira, met zijn diaken Papilas, diens zuster Agathonike, en Agathodoros die zich vrijwillig bij hen had gevoegd. Karpos had geweigerd om de heilige altaarvaten in te leveren, zoals bij keizerlijk edict door Decius bevolen was. Hij werd met zijn diaken gearresteerd en voor het gerecht gebracht. Toen zij Christus niet wilden verloochenen werden zij op allerlei manieren gefolterd en tenslotte in Troas gedood op de brandstapel. Agathodoros werd door de beulen doodgeslagen. Agathonike wierp zich bij haar broeder in het vuur om deel te hebben aan zijn heerlijkheid die zij in een visioen had aanschouwd. Zij hebben geleden in Sardes en zijn tenslotte gedood in Pergamon, in 251.

De heilige martelaar, de diaken Benjamin die voor het geloof geleden heeft in Perzië, tijdens de regering van koning Jezdegerd (399-420). Deze wilde een einde maken aan het christendom in zijn gebied en liet alle leidinggevende personen gevangen nemen. Benjamin, een succesrijk prediker, was een der eerste slachtoffers. Na heftig gegeseld te zijn werd hij in de gevangenis geworpen.
Twee jaar later vroeg een gezant van de byzantijnse keizer zijn vrijlating. Dit werd verleend op voorwaarde dat Benjamin zich van alle bekeringsactiviteit zou onthouden, maar deze hervatte onmiddellijk zijn prediking.
Enkele jaren werd hij met rust gelaten, maar toen werd hij opnieuw gearresteerd en onder sadistische folteringen ter dood gebracht.

De heilige Niketas uit Paflagonië in Klein-Azië, was geboren in 763. Zijn ouders zonden hem op zeventienjarige leeftijd naar Constantinopel om als eunuch dienst te doen aan het hof. De regentes, de keizerin-weduwe, had oog voor zijn bekwaamheden en verhief hem in de adelstand, patriciër, en benoemde hem tot generaal over het leger in Sicilië.
Maar Niketas was door dit alles niet werkelijk geboeid: zijn diepste verlangen was om monnik te worden, een eenvoudig leven te leiden met een helder doel: in rechtstreekse verhouding staan tot God; en heel de gecompliceerdheid van de wereldse verhoudingen te verlaten. Hij vroeg dan ook telkens weer verlof om zich uit zijn ambten terug te mogen trekken, maar de opeenvolgende keizers hadden zijn talenten te hard nodig en hielden hem vast. Eerst keizer Michaël (811-813) stond hem toe monnik te worden mits hij Constantinopel niet zou verlaten, zodat hij beschikbaar zou blijven als raadsman in moeilijke kwesties.
Op 50-jarige leeftijd werd hij monnik en belast met de leiding van het klooster aan de Gouden Poort. Onder Leo de Armeniër nam de vervolging omwille van de iconen weer in hevigheid toe. Om niemand in moeilijkheden te brengen trok Niketas zich met enkele monniken terug in het door hem gestichte kloostertje een eind buiten de stad. Hij werd echter toch aangebracht en werd veroordeeld tot verbanning met het uitdrukkelijk verbod dat iemand hem zou helpen, zodat hun groepje voortdurend op de vlucht was van de ene plaats naar de andere.
In Katissia, diep in de binnenlanden, vonden ze eindelijk een plek om een kerkje en een onderkomen te bouwen. Daar is Niketas in vrede ontslapen in 848, in de ouderdom van 75 jaar. Bij zijn relieken gebeurden vele wonderen.

De heilige martelares Chryse in het dorpje Zlatina in Bulgarije. Zij was een knappe verschijning en een van de Turkse overheersers wilde haar tot vrouw hebben. Toen zij weigerde de islam aan te nemen, werd zij, na langdurig gemarteld te zijn, in stukken gehouwen in 1795.

De heilige TheofiIos‚ bisschop van Antiochië sinds 168, gestorven in 180 of 181‚ nadat hij de kerk ongeveer 12 jaar had bestuurd. Hij was een heidens geleerde, belast met de bestrijding der christenen. Daartoe bestudeerde hij hun geschriften, maar hij werd zo getroffen door de vele voorzeggingen uit het Oude Testament welke door Christus in vervulling gieren gegaan, dat hij overtuigd werd van de waarheid ervan. Hij werd zelf christen en schreef nu om het geloof te verdedigen, zowel tegen de heidenen als tegen bepaalde ketterijen.

De heilige Simpert‚ bisschop van Augsburg, Hij was misschien een neef van Karel de Grote, maar trad al vroeg in de abdij van Murbach bij Colmar. ln 778 werd hij bisschop van Augsburg, op voordracht van de keizer. Vervolgens werd hij ook abt van het grote klooster van Murbach. Hij herbouwde de kerk van de heilige Afra te Augsburg en schonk veel bezittingen aan de abdij van Fuessen. Hij is gestorven in 809.

De heilige priester Lubentius werd als klein kind door zijn ouders overgedragen aan de heilige Martinus van Tours, die hem als zijn zoon aannam en later toevertrouwde aan de heilige Maximinus, bisschop van Trier, ter verdere opleiding. Door hem werd Lubentius ook priester gewijd en hij kreeg de parochie van Cobern toegewezen. Daar was hij een ware herder voor zijn volk en vanaf zijn sterfbed werd hij als een heilige aangeroepen. Om onbekende redenen is zijn lichaam overgebracht naar Dietkirchen in Duitsland, in de tweede helft van de vierde eeuw.

De heilige Congan, prins van Leinster in Ierland. Nadat hij in de oorlog was verslagen, en gewond de vlucht moest nemen, trok hij met zijn zuster, haar zoon, en zeven geestelijken naar Locheln, waar zij een streng ascetisch leven leidden. Na zijn dood werd Congan begraven op het monnikeneiland Iona.

De heilige Gerald, graaf van Aurillac, 855-909. Hij was geëerd om zijn rechtvaardig en weldadig bestuur maar zijn roem is waarschijnlijk vooral te danken aan het feit dat het door hem gebouwde klooster werd overgenomen door de de Cluniacenzen. De heilige Odo van Cluny schreef zijn levensverhaal dat gretig gelezen werd in het middeleeuwse Frankrijk.

De heilige Colman (Colomanus) was een prins uit Schotland op bedevaart naar Jeruzalem. In Oostenrijk meende men in hem een landverrader te herkennen en hij werd in 1012 door de boeren opgehangen. Door de wonderen die bij het lichaam gebeurden zag men in dat het een heilige was geweest en op 13 oktober 1014 werd het lichaam overgebracht naar het klooster Melk aan de Donau. Tot in de 17e eeuw was hij de landspatroon van Oostenrijk.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Florentios van Thessalonika, werd nadat hij tot stervens toe op de pijnbank gemarteld was, verbrand, in de 4e eeuw; Dioskoros, de belastingontvanger, werd na allerlei martelingen onthoofd te Kynopolis in Egypte‚ onder Diokletiaan; Antigone, stierf de vuurdood; en Faustus, Januarius, Martialus en 15 anderen, die na geleden te hebben de vuurdood zijn gestorven te Cordova in Spanje, rond het jaar 310.

Eveneens op deze dag de heilige Benjamin van het Holenklooster te Kiev, 14e eeuw; Vannatius (Venantius)‚ abt van Poitiers, overleden in Tours; Bertoald, bisschop van Kamerijk, 7e eeuw; Leobon, kluizenaar in de 6e eeuw; Fyncana en Findocha, maagden, twee van de negen dochters van de heilige Donevald uit Rorfarshire, 8e eeuw; en Chelidonia, maagd te Subiaco.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.