vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   17 oktober

De heilige profeet Hosea uit de stam Issachar was de eerste der zgn. Kleine Profeten. Hij volbracht zijn opdracht vanaf ongeveer het jaar 750 onder de koningen van Juda, Achaz en Ezechias‚ terwijl Jeroboam II koning over lsraël was. Hij is gestorven in 725 vóór Christus. Zijn prediking was vooral een aanklacht over de ontrouw van het volk dat niet wilde beantwoorden aan de trouwe en tedere liefde van God. Zoals Hosea ook in zijn eigen leven moest ervaren hoe bitter het is om de ontrouw te verduren van zijn eigen vrouw.

De heilige Lazaros, bisschop van Cyprus, wordt vereenzelvigd met Lazaros, de broeder van Martha en Maria, die door de Heer uit de dood werd opgewekt toen hij reeds vier dagen in het graf verbleef. Zijn grafopschrift luidde: “Lazaros Tetraimeros, dwz. de Vierdaagse. Toen de aan hem gewijde kapel in zijn bisschopsstad Kition vervallen raakte, werd deze in 891 vervangen door een schitterende kathedraal.

De heilige martelaar Andreas van Kreta, waar hij leefde als monnik. Hij hoorde hoe de keizer, Konstantinos Kopronymos (741-775), met sadistisch geweld de verering van de iconen wilde uitroeien. Diep getroffen ging hij op reis naar Constantinopel om de waarheid hierover te weten te komen. Hij kwam aan het paleis ‘Heilige Mamas’‚ buiten de stadspoort, waar de keizer juist bezig was met het laten folteren van zijn slachtoffers. Andreas drong naar voren tot de troon, waar de keizer in zijn prachtgewaden zich verlustigde in het bloedbad, en in woedende verontwaardiging riep hij hem toe: “Gij keizer, durft ge uzelf een christen te noemen?” En tot het volk riep hij: “Kijk naar die verminkte en bloedende lichamen: dat zijn de ware strijders van Christus, de trouwe zielen, vervuld van liefde en toewijding voor hun Heer!” Nu werd Andreas gegrepen en verscheurd, en met ingeslagen gezicht door de stad gesleept, tot een visser met zijn speer een einde aan zijn leven en zijn lijden maakte in 767.

De heilige Susanna (Shushanik - lelie), die leefde van 409 tot 460, was de Armenische vrouw van een Georgische prins die door de Perzen was aangesteld als consul over Gruzië. Zij hadden drie zoons en een dochter. Terwille van zijn positie verloochende de prins zijn geloof, ging over tot het Mazadaïsme en nam een Perzische vrouw. Hij beloofde aan de sjah dat ook zijn eerste vrouw en zijn kinderen tot dit geloof zouden overgaan. Toen Susanna dit vernam, vluchtte zij met de kinderen naar de kerk. Na valse beloften keerde zij naar het paleis terug maar werd mishandeld toen zij aan Christus trouw wilde blijven. Bij afwezigheid van de koning, werd zij opgesloten in het paleis van de bisschop, en na zijn terugkomst werd zij met ruw geweld teruggesleept en zwaar geboeid, zonder enige kleding, gevangen gehouden op water en brood. In het zevende jaar van haar mishandelingen is zij gestorven, nadat zij op het laatst de heilige Communie had ontvangen uit de handen van de bisschop. Haar laatste woorden waren: “Heer Jezus, ontvang de geest van Uw dienstmaagd.”

De heilige martelaar Hero, bisschop van Antiochië. Hij was de diaken van de heilige Ignatios, en zijn opvolger na diens marteldood. Hij heeft de zetel van Antiochië 20 jaar gediend en is gestorven in 128. Over zijn dood is echter niets nader bekend.

De heilige Nothelm, aartsbisschop van Canterbury. Hij was een vrome priester van de kerk van Londen, met een bijzondere aanleg voor geschiedschrijving. De grote Beda maakte veel gebruik van zijn hulp.
In 736 werd hij tot aartsbisschop gewijd van Canterbury‚ en ontving het pallium uit de hand van Gregorius III van Rome. Hij stond in contact met de grote missionaris Bonifacius, aan wie hij op zijn verzoek historisch materiaal toezond. Hij roemt hem dat hij zich met hart en ziel op het bekeringswerk onder de Saksen toelegt, en daarmee het heil verwerft voor zijn eigen ziel. En hij belooft dat hij hem zal steunen door zijn gebed, en hem zal gedenken aan het Altaar. Nothelm is gestorven in 741.

De heilige bisschop Regulus. Zijn levensbeschrijving is grotendeels legende. Hij zou, onder gevaarlijke omstandigheden, belangrijke relieken van de apostel Andreas vanuit Patras meegenomen hebben op een zwerftocht door heel Europa, tot hij ze tenslotte bracht in het nog heidense Schotland. Daar vestigde hij zich en begon zijn missiewerk onder de daar wonende Picten en Schotten. Hij wist de koning Hung voor het geloof te winnen, die zijn werk met alle kracht steunde. Na verloop van tijd werd Regulus daar de eerste bisschop van de kathedraal van de heilige Andreas. Hij is gestorven in 788.

De heilige koning Ethelbert van Kent, 560-616. Hij verwelkomde de heilige Augustinus van Canterbury toen deze met zijn monniken vanuit Rome in Kent aan land kwam in 597. Hij was gehuwd met de Frankische prinses Bertha die reeds christen was, en ook zijn bekering volgde spoedig. Hij toonde niet de neiging van veel pas christen geworden monarchen om het volk te dwingen hun voorbeeld te volgen, maar hij gaf de predikers steun en bemoediging voor een vreedzaam verkondigen van het Evangelie. Wel wendde hij zijn invloed aan bij de bekering van zijn koninklijke buurman Sabert van de Oost-Saksers, en op diens gebied bouwde Ethelbert de eerste Sint-Pauls-kathedraal van Londen. Voor zijn eigen land bouwde hij de Andreas-kathedraal in Rochester.
De heilige Ethelbert was de invloedrijkste vorst van zijn tijd in Engeland. Het door hem uitgegeven Wetboek voor Kent is het eerste geschreven juridisch document in een Germaanse taal.

De heilige martelaren Ethelred en Ethelbert, kleinzonen van Ethelbert, koning van Kent. Zij werden als kind in 670 vermoord op last van hun oom en in het geheim begraven. Een zuil van licht straalde boven het verborgen graf, en zo kwam de moord letterlijk aan het licht. Als boetedoening schonk de moordenaar het vruchtbare eiland Thanet aan hun zuster Ermenburga, de vrouw van de koning van Wessex. Zij stichtte een daarop een klooster, een Minster, en na de dood van haar man werd zij daar abdis. Het klooster telde weldra 70 monialen.

De heilige abdis Etheldreda (Audrey), had zich als meisje geheel aan God willen toewijden, maar op aandrang van haar familie huwde zij toch eerst een Saksische prins en na diens dood de prins van Northumbrië. Doch vastbesloten handhaafde zij haar maagdelijkheid. Na 12 jaar van verzet stemde de prins toe in een scheiding, zodat zij naar een klooster kon vertrekken.
Zij zocht eerst haar toevlucht in de grote abdij van Coldingham‚ maar toen de vorst, die spijt had van zijn toestemming, haar achterna kwam, vluchtte Etheldreda in armelijke kleding door de onherbergzame streken van Northumbrië naar haar eigen vaderland, Oost-Anglia. Deze barre tocht sprak tot de verbeelding van het volk en de legende verhaalt vele wonderbare avonturen over deze reis. Toen zij dan op haar bezittingen op het eiland Ely een dubbelklooster stichtte, kwamen van alle kanten vrouwen en mannen, prinsessen en priesters, om zich onder haar leiding te scharen. Gedurende de zeven jaar van haar bestuur was zij een levend voorbeeld van monastieke deugden, vooral van ijver in vasten en gebed. Na de nachtdienst bleef zij bidden in de kerk tot de ochtend, en zij at slechts één maaltijd per dag.
Etheldreda stierf jong, als slachtoffer van een besmettelijke ziekte, waarschijnlijk difteritis, want drie dagen voor haar dood werd haar keel opengesneden om haar lucht te geven. Zij stierf op de 23e juni van het jaar 679, omringd door haar talrijke geestelijke kinderen. Toen 16 jaar later, op deze dag, haar lichaam werd opgegraven om het in een mausoleum te plaatsen, bleek het volkomen onaangetast door bederf. Zij lag daar alsof zij slechts sliep. De over haar graf gebouwde kathedraal werd een van de bekendste bedevaartsoorden in Engeland en overal bevinden zich kerken die aan Etheldreda’s gedachtenis zijn gewijd.

De heilige Luchtighern (Louthiern, Ludgran), abt van Inistymon in Cornwall. Hij is misschien afkomstig uit Ierland en leefde in de 6e eeuw. Er is weinig over hem bekend, maar zijn relieken werden zeer vereerd en zijn in 965 plechtig overgebracht naar Parijs.

De heilige abdis Anstruda (Austruda), geboren in 645, weigerde als 12-jarig meisje de hand van een jonge edelman, die haar met rijke geschenken ten, huwelijk kwam vragen. Zij sprak tot hem met zoveel overtuiging over de weldaad van de geestelijke staat, dat hij zijn goederen wegschonk aan de Kerk en priester werd. Na de dood van haar vader volgde Anstruda haar moeder in het klooster van Laon, waar zij op 20-jarige leeftijd tot abdis gekozen werd.
De abdij lag in een gebied dat door verschillende partijen betwist werd, maar Anstruda overleefde de vaak levensgevaarlijke moeilijkheden, waar zij soms op wonderbare wijze uit werd gered. Zo werd zij eens door een zwaar bewapende groep gevangen genomen, maar op het ogenblik dat zij de poort van het klooster werd uitgesleept, verscheen er zulk een stralende meteoor dat zij van schrik losgelaten werd. En er worden meer van zulke voorvallen gemeld.
Anstruda stond altijd op ver voor het aanbreken van de morgen, om reeds te gaan bidden in de kerk, en zij was vol ijver bij het zingen van de heilige diensten. Daarbij at zij nooit eerder dan na de Vespers, of na het Negende Uur wanneer het geen vastentijd was. Dagelijks bezocht zij de zieken en verzorgde hen vaak eigenhandig. Zij is gestorven in het eerste deel van de 8e eeuw.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren, de onzelfzuchtige artsen Kosmas en zijn broeder Damianos uit Arabië, met hun mede-martelaren Leontios, Anthimos en Eutropios, die te Kilikië geleden hebben en tenslotte gekruisigd zijn onder Diokletiaan; de aartsdiaken Boudewijn, gedood tegen 680; lsidora en Neofyta; Antigone, Lukianos, Terentios, Nikomedios en Theofanes; de maagdelijke Solina uit Aquitanië, was na haar doop weggevlucht van haar heidense ouders, maar zij werd gegrepen en stierf de marteldood in Chartres‚ 3e eeuw; Viktor, Alexander en Marianus; en Kosmas in Georgië.

Eveneens op deze dag de heilige hegoumen en kloosterstichter Antonios Leochnowski, gestorven in 1611; Florentinus, bisschop van Orange, 6e eeuw; Rorik, bisschop van Limoges, 6e eeuw; Lupus, bisschop van Angers, 7e eeuw; en Martinianos van Belozersk, leerling van de heilige Kyrillos van het Witte Meer en hegoumen van het klooster van de heilige Therapont, eind 14e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.