vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   21 oktober

De heilige Hilarion de schimonach, metropoliet van Kiev. Als priester van het dorp Berestowa was hij als monnik aangenomen door de heilige Antonios, de stichter van het Holenklooster. ln 1051 werd hij metropoliet van Kiev; hij is gestorven in 1066.

De heilige Johannes van Monembasia in de Peloponnesos, werd als kind geroofd door invallende Albanezen, en als slaaf verkocht aan een Turk te Larissa in Thessalië. Deze had zelf geen kinderen en wilde de 15-jarige Johannes adopteren. Deze moest dan natuurlijk wel zijn geloof afzweren. Toen hij weigerde de islam aan te nemen werd hij door zijn meester eerst uitgehongerd en daarna in woede met een zwaard doorsteken, zodat hij na enkele dagen stierf in 1773. Er bevindt zich een reliek van deze heilige in het klooster in Asten.

De heilige woestijnvader Hilarion, volgens de levensbeschrijving door de heilige Hiëronymos. Hilarion was geboren in het jaar 291 in het dorp Thabatha in Palestina, nog geen 10 km ten zuiden van Gaza, tegen de grens van Egypte. Zijn ouders waren heidenen en zonden hem naar Alexandrië voor zijn studie. Hij was bijzonder begaafd en blonk uit in welsprekendheid. Maar hij won aller harten door zijn beminnelijke persoonlijkheid. Hij was in aanraking gekomen met het christendom en werd daar onweerstaanbaar door aangetrokken, zodat hij zelf ook christen werd.
Toen hij hoorde spreken over de in heel Egypte beroemde Antonios, trok hij de woestijn in om hem op te zoeken. Hij bleef daar verschillende maanden en nam in zich op hoe Antonios bad en leefde en met welk een nederigheid hij omging met de broeders. Maar op den duur werd hij afgestoten door de menigten die zich rond Antonios verzamelden, om van hun ziekten genezen of van de duivel bevrijd te worden. Hij vond dat hij niet naar de woestijn was gegaan om daar hetzelfde gedrang te beleven als midden in een stad. Antonios was een volleerde strijder, maar hijzelf stond nog maar aan het begin, en dan wilde hij ook alleen beginnen, zoals Antonios begonnen was. Antonios zelf trok dieper de Egyptische woestijn in; aan de 15-jarige Hilarion schonk hij zijn haren tuniek en zijn mantia van dierenhuid en hij zond hem naar de woestijn bij Majuma.
Hilarion keerde dus in 307 met een paar broeders naar zijn geboortegrond terug. Hij vond zijn ouders gestorven en deelde toen zijn bezittingen uit. Een deel gaf hij aan de broeders, de rest aan de armen, zonder ook maar iets voor zichzelf te houden, om niet in het lot te delen van Ananias en Safira uit de Handelingen.
Zo, gekleed in een oude zak en een leren boerenjas die hij van Antonios gekregen had, trok hij de woestijn onder Gaza in, een moerassige streek, onveilig door zeerovers. Om de aandriften van zijn lichaam te bedwingen gunde hij zich slechts een minimum aan eten, en deed tegelijk zwaar grondwerk. Onder het bidden vlocht hij biezen manden volgens het Egyptische voorbeeld. Zijn enige voedsel bestond uit 15 vijgen na zonsondergang.
In de nacht werd hij wakker gehouden door duivelse visioenen die hem grote vrees aanjoegen, maar hij overwon de angst door het aanroepen van de Heer Jezus Christus. Van zijn 16e tot 20ste jaar was hij slechts beschermd door wat biezen matten. Later bouwde hij een hutje waar hij niet rechtop in kon staan noch liggen. Hij kende heel de Heilige Schrift uit het hoofd, en wanneer hij klaar was met zijn psalmen, zegde hij ze op in Gods tegenwoordigheid.
Zijn voorbeeld inspireerde vele anderen tot een dergelijk leven, en overal in Palestina ontstonden monniken-kolonies van zijn leerlingen. In zijn latere jaren trok hij regelmatig rond om hen te bezoeken. Ook de heidense bevolking betoonde hem veel eerbied, want hij had hun zieken genezen en hun bezetenen van de duivel verlost. Soms bekeerde zich een heel dorp, opdat hij hen maar zou blijven bezoeken.
Na verloop van tijd was er bij zijn hutje een groot klooster gegroeid, en het volk kwam in scharen naar hem toe om van allerlei ziekten genezen te worden, en om hem te horen en te zien. Maar dit gezicht vervulde hem met droefheid wanneer hij aan het begin van zijn woestijnleven dacht: “|k ben in de wereld teruggekeerd”, zei hij dan, “ik heb mijn beloning reeds ontvangen. Heel Palestina denkt dat ik iets waard ben; ik bezit een boerderij en allerlei huisraad onder voorwendsel daarmee mijn broeders te dienen”. En toen de vrouw van de prefect hem verzocht haar naar de grote Antonios te begeleiden, begon hij te wenen en zei dat hij de gevangene was van dit klooster, en dat het bovendien geen zin had omdat de wereld sinds twee dagen dit grote licht verloren had. Inderdaad kwam na enkele dagen het bericht dat de heilige Antonios gestorven was.
Het volgend jaar trok Hilarion die niet meer lopen kon, ondanks alle smeekbeden van de hem omringende menigte,per ezel naar de woestijn van Antonios om hem te gedenken, want hij wilde niet de ellende zien die over het land zou komen. Hij vestigde zich daar in de woestijn van Egypte, en opnieuw voltrok zich de kringloop van eenzaamheid naar steeds grotere aantallen bezoekers. Intussen was het klooster te Gaza verwoest door het optreden van Juliaan de Afvallige. Toen deze in Perzië de dood had gevonden, kwamen broeders uit Gaza Hilarion terugroepen, maar hij had zulk een afschuw voor de menigte, die hem nu ook in Egypte steeds meer begon te omringen, dat hij de zee op vluchtte, slechts vergezeld van één broeder, op zoek naar een eenzaam eiland. Op Sicilië vond hij in het binnenland een verlaten boerderij. Daar zamelde hij dagelijks brandhout in, dat Zazanas, zijn leerling, naar de stad bracht om te ruilen voor brood. Maar zoals Christus zegt: “Een stad op de berg kan niet verborgen blijven”, ook hier kwamen al spoedig de mensen naar hem toe omdat zijn medelijdend hart hun zieken genas. Intussen trok Hesychios, een leerling van Hilarion, door heel het nabije Oosten, op zoek naar zijn geestelijke vader. Na drie jaar vond hij hem op Sicilië, juist toen Hilarion op het punt stond weer te vertrekken om eindelijk eenzaamheid te vinden in een land waar niemand hem kende en waar men hem zelfs niet zou kunnen verstaan. Hesychios nam hem toen mee naar Epidauros, waar hij eveneens een boerderijtje vond. Toen hij daar ook bekend werd door zijn wonderen, vluchtte hij opnieuw, nu naar Cyprus, waar hij, op een bijna ontoegankelijke plaats, de ruïne van een oude heidense tempel vond, waar hij nu rechtstreeks de strijd aanbond met de demonen. Hier leefde Hilarion verschillende jaren, en ondanks de moeilijke bereikbaarheid wisten ook hier de mensen hem te vinden. Maar nu behoefde hij niet meer te vluchten, want hij ging op naar zijn Heer in het jaar 371, in de ouderdom van 80 jaar, nadat hij bijna 70 jaar Christus had gediend. Zijn lichaam werd na verloop van tijd door Hesychios in een avontuurlijke tocht naar Gaza gebracht, opdat hij zou rusten temidden van zijn leerlingen.

De heilige monnik Filotheos uit Chrysopolis in Macedonië (dicht bij het tegenwoordige Kavalla)‚ in de 14e eeuw. Zijn vader, afkomstig uit Klein-Azië, stierf toen hij nog een kind was, en met zijn broer bleef hij alleen met hun moeder. Bij een razzia werden zij door de Turken gevangen genomen toen dezen weer een groep Griekse kinderen roofden. Een groot deel verloochende het geloof en werd ingelijfd bij het Janitsaren-legioen. Filotheos en zijn broer bleven standvastig en dus in de gevangenis. Daar verscheen hun korte tijd later de heilige Moeder Gods die hen wonderdadig bevrijdde en de opdracht gaf monnik te worden in het aan haar gewijde klooster in Neapolis.
De twee jongens slaagden daarin: zij vonden het klooster zonder aangehouden te worden, en werden gastvrij opgenomen. Zij toonden zich zo ijverig dat ze weldra het monnikskleed ontvingen met als opdracht de zorg voor de kerk. Intussen was de moeder in haar verdriet eveneens moniale geworden in Neapolis, en ter gelegenheid van een gemeenschappelijk kerkfeest vond er een grote ontmoeting plaats, en met verdubbelde vreugde hervatten alle drie hun monastiek leven.
Dit contact met een vrouwenklooster bracht voor de jongere mensen toch bepaalde moeilijkheden mee: een van de zusters drong‚ zich bij Filotheos op en hij voelde zich genoodzaakt uit te wijken. Hij ging nu naar de Athos en werd aanvaard in het klooster Dionissiou.
Nadat hij daar verschillende jaren in volstrekte gehoorzaamheid aan iedereen had geleefd, kreeg hij zegen om als kluizenaar te gaan wonen. Maar het duurde niet lang of hij ging met drie anderen samenleven in een kleine skite. Daar leidde hij een leven van mystiek gebed totdat hij ontsliep in de ouderdom van 84 jaar.
Filotheos had zijn leerlingen opdracht gegeven zijn dode lichaam ergens in het bos te laten liggen, opdat het onbekend door de dieren verteerd zou worden, maar een monnik van Dionissiou‚ die langs de kust aan het vissen was, zag licht als van een brand tussen de bomen schijnen en vond het lichaam. Toen werd het plechtig naar het klooster gebracht en door allen vereerd.

De heilige Bessarion (Vissarion, Sarai), Sofronios en Oprea in Roemenië.
Bessarion was geboren te Madian in Bosnië, 1714, en werd Nikolaas gedoopt. Met zijn 18e jaar ging hij op pelgrimstocht naar het Heilig Land, werd monnik in het Sabbas-klooster en kreeg de naam Bessarion. Maar hij reisde verder en langs de Athos kwam hij weer in zijn land terug waar hij in het klooster trad van Pakrou in Slavonië. Daar diende hij 7 jaar als diaken en toen werd hij priester en een geliefde volkspredikant.
ln 1742 werd hij daarom door de patriarch uitgezonden naar Banat en Transsylvanië, die onder Oostenrijkse heerschappij stonden en waar vooral onder Maria Theresia een sterke druk op de bevolking werd uitgeoefend om uniaat te worden. Bessarion trok rond van dorp tot dorp en wist de mensen moed in te spreken door zijn vlammend woord. Vaak werd hij, onder klokgelui, ingehaald door heel de bevolking.
Hij werd toen gearresteerd, mishandeld en van de ene gevangenis naar de andere overgebracht tot hij tenslotte in Kufstein (Tirol) bezweek. In 1950 werd hij door de Roemeense Kerk in de lijst der heiligen opgenomen.
Sofronios was monnik in Walachië en stichtte een skite in zijn geboortestreek Alba, in 1756. Dit werd een brandpunt van verzet tegen het uniatisme. De skite werd daarop verwoest, terwijl Sofronios gedwongen werd het gebied te verlaten. Talloze malen werd hij gearresteerd maar tenslotte weer vrijgelaten, waarna hij zijn werk voortzette. Tenslotte is hij in vrede ontslapen in het klooster van Arghes.
Oprea Miklaouch was een boer met gezin uit de omgeving van Sibiu. Hij was verontwaardigd over de wijze waarop orthodoxe wezen behandeld werden en kwam tussenbeide bij de autoriteiten. ln 1748 ging hij zelfs naar Wenen om vrijheid van godsdienst te vragen voor de Orthodoxen in Arad. Hij werd daarop gearresteerd en tot dwangarbeid veroordeeld in de gevangenis van Kufstein, waar hij ook zijn leven beëindigd heeft

De heilige martelares Theodota, die samen met de priester Sokrates werd gedood tijdens het bewind van Alexander Severus (222-235). Sokrates was priester te Ankyra, in hoog aanzien door zijn vroomheid en kennis. Toen een heidense viering met stuitende feestelijkheden werd omgeven, drong hij verontwaardigd door de menigte heen en wierp het afgodsbeeld omver. Daarop werd hij onthoofd, op dezelfde dag als de heilige Theodota.

De heilige abt Fintan Munnu, uit een adellijke familie in Noord-Ierland. Hij kwam naar het monniken-eiland Iona‚ kort na de dood van de heilige Columbanus, en ging toen weer terug naar Ierland. Daar stichtte hij de abdij van Thagmon, waar weldra 152 monniken bijeen waren. Hij verzette zich heftig tegen het invoeren van de Romeinse kalender, een kwestie die toen christelijk Engeland verdeelde. De heilige Fintan is gestorven in 635, na een langdurig lijden aan melaatsheid.

De heilige Ursula en haar elfduizend maagden, die geleden hebben in 451. Er is aan hen een kerk gewijd in Keulen‚ waarvan de muren geheel gepleisterd zijn met doodsbeenderen; en er zijn vele relieken over Europa verspreid te vinden, waarbij vaak de schedel met een pijl is doorboord. Maar de bijzonderheden in de verschillende kronieken, waar zij voor het eerst genoemd wordt in 847, zijn volkomen tegenstrijdig, zodat er niets met zekerheid over hen bekend is.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Dasios, Gaios en Zotikos, hofbeambten van keizer Diokletiaan, als christen aangeklaagd en in zee verdronken; Andreas, Stefanos, Paulos en Petros; de monnik Eukrates, gedood met het zwaard; de monnik Zacharia, die verdronken werd; Azes (Azis) die de vuurdood gestorven is; en de priester Asterius. Hij was priester in Rome en werd verdronken in de Tiber in het jaar 222. De getuigen van zijn verering gaan terug tot de 4e eeuw.

Eveneens op deze dag de heilige Hilarion, bisschop van Meglin in Bulgarije; de monniken Theofilos en Jakobos van het door hen gestichte klooster aan de Omoetsj op het eiland Konewets (district Pskov), waar zij ook gestorven zijn in 1412; Hilarion, hegoumen van het klooster aan het Pskov-meer, 15e eeuw; Hilarion van het Holenklooster in Kiev‚ 13e-14e eeuw; de monnik Baruch, gestorven in vrede; Anatolius, bisschop van Cahors; Maurontius, bisschop van Marseille, 780; Justus, aartsdiaken te Clermont, 4e eeuw; de kluizenaar Condé‚ 7e eeuw; de monnik Domnolenus, 7e eeuw; de kluizenaar Asterius; de asceten lrene en Plantinos; Jakobos, econoom van het klooster van Christus- Verlosser aan de Diepe Beek, bij de Olympos in Bithynië; de monnik Walfridus (Walfroy), 6e eeuw; Viator, met de heilige bisschop Justus van Lyon in ballingschap in Egypte gestorven, rond 390; Wendelin, een vrome schaapherder die leefde in de omgeving van Trier, in de 7e eeuw. Na zijn dood gebeurden veel wonderen bij zijn graf; en Cilinia (Céline) te Laon, de moeder van de heilige Remigius, 5e eeuw.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.