vorige dag           volgende dag

Heiligenjaar   -   10 november

De heilige Erastos, Olympos, Rhodion (Herodion), Sosipatros, Quartos en Tertios, apostelen uit de zeventig. Olympos en Rhodion waren gezellen van de heilige Paulos. Zij werden te Rome onthoofd bij de marteldood van de heilige Petros onder Nero. Sosipatros uit Achaia predikte te Ikonië op Korfu. Erastos was eerst econoom van de kerk in Jeruzalem, later bisschop van Paneas. Quartos was bisschop van Beyroet. Hij moest veel kwellingen ondergaan omwille van het geloof, maar vóór zijn dood had hij toch de meeste heidenen daar tot het geloof gebracht. Tertios hielp de heilige Paulos bij het schrijven van zijn brieven en volgde Sosipatros op in Ikonië. Beiden zijn in vrede gestorven.

De heilige Orestes, een arts uit Tyana (Kappadocië), weigerde aan de afgoden te offeren. Hij werd toen, na vele martelingen, doodgesleept achter wilde paarden, onder Diokletiaan (284-305).

De heilige Milles (Milias, Milos), bisschop van Susa, met de priester Abrosimos (Ebor) en Papas, en de diaken Sina (Senoï, Sebor) in Perzië. Milles, die aan het hof was opgegroeid, bekleedde een hoge rang in het Perzische leger. Deze post gaf hij op toen hij christen werd en hij trok zich terug buiten Susa. Niet lang daarna werd hij tot bisschop van Susa gewijd door de Belijder Gennasios. Hij was echter een ongeduldig en impulsief man, en toen zijn inspanning niet veel resultaat boekte, nam hij een Evangelieboek als bagage mee, en trok naar Jeruzalem en Alexandrië. Daar leefde hij twee jaar met Ammonios, de leerling van de heilige Antonios. Hij kreeg ruzie met zijn gastheer, zodat hij Egypte weer overhaast verliet. In Nisibis maakte hij kennis met de heilige bisschop Jakobos; daarna was hij in Assyrië en vervolgens trok hij weer naar zijn vaderland. Nu had zijn prediking meer succes en hij maakte vele bekeerlingen.
In 341 kondigde koning Sapor zijn edicten af tegen de christenen. Deze waren allereerst tegen de kerkelijke leiders gericht, zodat de bisschop met zijn priester en diaken gevangen genomen werd. Bij Milles werd met het zwaard op de schouders ingehakt en hij stierf aan de verwondingen. Abrosimos en Sina werden gestenigd. Dit gebeurde op 5 november, maar vandaag is waarschijnlijk de dag van hun begrafenis.

De heilige Nonnos, bisschop van Heliopolis, was een monnik van Tabenna. In 448 werd hij bisschop van Edessa, en in 451 van Heliopolis waar hij veel Arabieren tot Christus bracht. Hij is gestorven in 471.

De heilige Konstantinos, vorst van Grusië, onderscheidde zich door zijn meelevende liefde voor weduwen, wezen en allen die in nood verkeerden, en vele priesters behoorden tot zijn persoonlijke vrienden. De Turken wilden hem dwingen de islam aan te nemen. Toen hij weigerde werd hij gevangen genomen en toen hij in zijn verzet volhardde werd hij onthoofd, rond 842.

De heilige Justus, aartsbisschop van Canterbury. Hij was een Romein van geboorte en in 601 door de heilige Gregorius naar Engeland gezonden als hulp voor de heilige Augustinus. Hij werd vergezeld door drie andere priesters: Mellitus, Paulinus en Reginianus. Zij hadden alle benodigdheden bij zich voor de diensten in de kerk: kelken, altaarbekleding, gewaden, kerkversiering, liturgische boeken en relieken.
In 604 werd Justus bisschop gewijd voor de Oost-Saksen; ook de anderen werden gewijd en zij konden hun werk verrichten met grote steun van koning Ethelbert. Toen deze in 616 stierf, trad er een sterke heidense reactie op. De nieuwe koning wilde zich niet laten dopen en verleende zeker geen steun aan de prediking. De bisschoppen besloten daarop terug te keren naar Italië. Een van hen echter voelde zijn geweten en bleef. Daardoor won hij de sympathie van de nieuwe koning, die zich daarop bekeerde. Er werd een boodschap gezonden om Justus en Mellitus te doen terugkeren. Justus kwam weer in Rochester en in 624 werd hij aartsbisschop van Canterbury. Hij is echter niet lang daarna gestorven, in 627. Ook Augustinus en Mellitus worden vandaag herdacht.

De heilige Leo de Grote, paus van Rome. Hij was afkomstig uit Toscane en onder paus Celestinus werd hij aartsdiaken van Rome. In 440 werd hij zelf tot paus gekozen. Hij was een scherpzinnig geleerde, stevig gegrond in de door de eeuwen heen overgeleverde leer van Christus. Daarbij verstond hij de Romeinse kunst zich kernachtig en helder uit te drukken, tot in de perfectie. In 449 zond hij de beroemde dogmatische brief aan het Concilie van Chalcedon, waarin hij de dubbele natuur van Christus: geheel goddelijk en tegelijk volkomen menselijk, op voorbeeldige wijze onder woorden bracht, en die ook door het Concilie overgenomen is.
Leo was een krachtige persoonlijkheid met een breed inzicht, ook op staatkundig gebied, die de invloed van de Kerk in Europa sterk wist uit te breiden. Hij was ook grootmoedig van karakter en zeer strikt in het vervullen van zijn plichten. Met recht heeft hij de naam “de Grote” verdiend. Hij is gestorven op 10 november 461; zijn gedachtenis wordt ook gevierd op 11 april.

De heilige Tryphena en Tryphosa waren diakonessen te Rome. Zij worden gegroet door de heilige Paulos in zijn brief aan de Romeinen (16: 12) als ijverige medewerksters, en dat is eigenlijk het enige dat wij van hen weten.

De heilige Tryphon en Respicius waren jonge christenen uit een Frygisch dorp bij Apamea Zij werden als christen gevangen genomen en geboeid naar Nicea gezonden om terecht te staan. Er zijn uitvoerige akten van het proces waarin de prefect hen op allerlei wijzen poogt over te halen het edict van de keizer te gehoorzamen. Zij werden drie uur lang door de beulen mishandeld, en toen met hun gewonde lichaam in de vriesnacht buiten gelegd. Toen de prefect hen na enige tijd opnieuw verhoorde, had hij weliswaar respect voor hun moed, maar toen zij standvastig bleven liet hij hen steeds wreder martelen en tenslotte met het zwaard ombrengen in het jaar 250, tijdens de vervolging van Decius. Met hen stierf de maagd Nympha.

De heilige Tiburtius, Modestus en Florentia in Agde, onder Decius. De jonge Tiburtius was door zijn eigen vader aan de beulen overgeleverd. ln de gevangenis ontmoette hij Modestus. Zij leden gezamenlijk honger, en daarna ondergingen zij verschrikkelijke folteringen. Florentia, die erbij aanwezig was, werd door hun moed tot Christus gebracht en nam deel aan hun martelingen. Op de plaats waar hun bloed vergoten werd, rond het jaar 250, is later een Benedictijns klooster gebouwd.

De heilige Arsenios van Kappadocië, de Wonderdoener. Hij was tegen het jaar 1840 geboren in Kappadocië, dat vanaf de tijd van de grote kerkvaders tot het begin van deze eeuw steeds een opvallend levende christelijke bevolking heeft gehad, ondanks vele eeuwen van Turkse onderdrukking. Na afloop van zijn studie werd Arsenios monnik, maar hij werd priester gewijd en naar zijn geboortestad, Farassa, gezonden voor het onderricht en de opvang van de vele thuisloze kinderen.
Hij begon dit werk nadat hij te voet een pelgrimstocht had gemaakt naar het Heilige Land, een tocht die hij de rest van zijn leven elke 10 jaar zou herhalen. Dat hielp hen om al die jaren een bezielde vader te zijn voor zijn volk. Nog meer dan door zijn woorden bracht zijn persoon iets van Gods aanwezigheid. Hij was een levende genade-bron die genezing verschafte, niet alleen aan de Grieken maar ook aan de Turken: aan ieder die vertrouwen in hem stelde. Voor ieder zocht hij een gebed dat op dat geval van toepassing was. Stond het niet in het Euchologion, dan zocht hij een psalm of las iets uit het Evangelie. Soms legde hij alleen maar het Evangelieboek op het hoofd van de zieke. De genezingen waren zulk een gewoonte geworden, dat er in Farassa geen arts meer woonde.
Hij weigerde daarbij elk, geschenk of lovend woord en zei: “Het geloof is niet te koop!” En: “Het is Christus Die de wonderen doet, ik hef alleen maar mijn handen op om tot Hem te bidden”. Maar de manier waarop hij zijn handen ophief! Het was of zijn hart brak van medelijden en het gaf de indruk dat hij de voeten van Christus vasthield en niet wilde loslaten tot hij kreeg wat hij vroeg.
Hij woonde in een kleine cel op een vloer van aangestampte aarde. Minstens tweemaal per week sloot hij zich de gehele dag op, bekleed met een zak en met as bestrooid, om zich over te geven aan het beschouwend gebed. Maar zo streng als hij tegenover zichzelf was, zo zachtmoedig was hij tegenover de aan hem toevertrouwden, vooral voor hen die hun zonden kwamen biechten. Hij legde geen boete op, hield geen strafpredikaties, maar genas de zielen door hen op te nemen in zijn liefde.
Hij trok ook vaak blootsvoets naar de afgelegen kerkjes van de streek, om daar de Goddelijk Liturgie te vieren.
Hij had de gave van helderziendheid en voorzegde geruime tijd tevoren dat de Grieken uit Klein-Azië zouden worden verdreven. Hij organiseerde daarom het vertrek van de inwoners van Farassa‚ en toen op 14 augustus 1924 het officiële bevel van de uitdrijving afkwam, trok het gehele dorp als een ordelijke groep op een tocht van 300 km naar Griekenland, dwars door uiterst vijandig Turks gebied. Ook onderweg bewees hij zijn wonderwerkende barmhartigheid aan iedereen zonder onderscheid.
Zoals hij ook vooruit had gezegd, zou hij nog maar 40 dagen leven nadat hij zijn mensen in Griekenland had thuisgebracht. Hij had zich volkomen uitgeput en werd opgenomen in het ziekenhuis. Uit sommige van zijn gezegden blijkt een wat macabere humor. Het bezoek zag eens een vlo op zijn bed en wilde die doodslaan. “Waarom misgun je dat beestje zijn hapje vlees? Mogen dan alleen de wormen er maar van eten?” >
En hij vervolgde: “Het gaat om de ziel! Zorg toch allereerst voor jullie ziel! Het vlees komt in de aarde en is voedsel voor de wormen!”
Dit waren zijn laatste woorden en tegelijk zijn testament. Twee dagen later, op 10 november 1924, gaf hij zijn ziel in vrede aan de Heer terug, met het rustige vertrouwen van een trouwe dienstknecht. Hij was 83 jaar oud. In 1970 werden zijn relieken overgebracht naar het klooster Souroti bij Thessalonika. Sinds 1986 wordt zijn verering officieel erkend door het Oecumenisch Patriarchaat.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Kalliopos en Niros, omgebracht met het zwaard; Orion, levend begraven; grootmartelaar Georgios van lberië; Demetrios‚ bisschop van Antiochië, met zijn diaken Anianos, Eustosios en nog 20 anderen; en Spacius‚ gedood in Normandië.

Eveneens op deze dag de heilige Theosteriktos, hegoumen van het klooster Symbola op de Olympos, 11e eeuw; Efraïm de Belijder‚ bisschop van Unia; Probus, bisschop van Ravenna; Monitor, bisschop van Orléans; Leo te Melun; de maagd Theoktista op het eiland Paros; en Georgius, eerste bisschop van Velay.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.