vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   28 november

De heilige Sosthenes was de Jood uit Corinthe die afgeranseld werd bij de rechtszaak van de Joden tegen de heilige Paulos (Hand. 18: 17). Hij was de overste van de synagoge en had blijkbaar deze rechtszaak aan de gang gebracht.
Later ontmoeten wij hem weer, nu als belangrijkste gezel van de heilige Paulos (1 Kor. 1: 1), die zich blijkbaar verantwoordelijk voelt voor de gemeente in Corinthe. In volgende eeuwen wordt hij ook beschreven als bisschop van Colofon.

De heilige priester Akakios, met lrenarchos, 7 vrouwen en 2 kinderen gedood te Sebaste. Tijdens de vervolging van Maximiaan werden in Sebaste 7 vrouwen voor de rechter gebracht op beschuldiging hun mannen verleid te hebben christen te worden. Toen lrenarchos‚ een van de beulen‚ hun standvastigheid zag, sloot hij zich bij hen aan. Hij werd door de priester Akakios gedoopt. Allen werden na martelingen gedood, met het zwaard of op de brandstapel.

De heilige Stefanos de Nieuwe, geboren te Constantinopel in 714, werd reeds voor zijn geboorte voor het monastieke leven bestemd, om het erfdeel van zijn oudere broer onverdeeld te laten. Hij werd dan ook van kind af in een klooster opgevoed, en toen hij 16 jaar was, legde hij de geloften af in het klooster van de heilige Auxentios, bij Chalcedon. Het klooster was een laura, een aantal cellen, verspreid over de berg, waar de monniken leefden als kluizenaar. Zij hadden zich geheel aan de armoede gewijd, dus dit klooster vormde geen bedreiging voor het familiebezit.
Stefanos was een strenge asceet. Hij droeg alleen een schapenvacht, om zijn Iendenen bijeengehouden met een ijzeren ketting als gordel. Toen hij 30 jaar oud was, werd hij tot abt gekozen en hij diende het klooster zo twaalf jaar. Onder zijn leiding groeide het aantal monniken tot 20 en werd de laura een gemeenschapsklooster, een kenobion. Daarna legde hij het ambt neer en bouwde voor zichzelf zulk een kleine cel dat hij er niet rechtuit kon liggen noch staan. Daarin sloot hij zich op, in voortdurend contemplatief gebed. Hoezeer hij zich ook had afgescheiden, er kwamen steeds meer bezoekers om raad te vragen in geestelijke aangelegenheden.
In die tijd riep de iconoclastische keizer Constantinos Copronymos een concilie bijeen tegen het vereren van de iconen. De daartoe uitgezochte willige bisschoppen wilden het gezag van hun uitspraak versterken door de instemming te vragen van de beroemde asceet, die zelf immers geen enkele icoon bezat. Zijn antwoord was echter volkomen tegen hun verwachting: Stefanos weigerde het gezag te erkennen van een synode die niet door een patriarch was bijeengeroepen. Om Stefanos te compromitteren verspreidde nu de tegenpartij het verzinsel dat hij een verhouding had met een geliefde van de keizer, en dat hij haar had gedwongen in een klooster te treden.
De woedende keizer liet hem met geweld naar Constantinopel brengen, waarbij alle monniken werden verjaagd, en het klooster met de kerk werd verbrand. Stefanos werd verbannen naar het eiland Proconnesos, waarheen reeds vele monniken waren gezonden. Steeds meer werd allerwegen Stefanos’ heiligheid geprezen, en na twee jaar liet de tiran hem weer voor zich brengen. De keizer vroeg hem of hij nu werkelijk geloofde dat men op Christus’ gelaat zou trappen wanneer Zijn icoon vertrapt werd. Stefanos haalde een geldstuk tevoorschijn en vroeg wat de keizer met hem zou doen wanneer hij minachtend op die afbeelding van de keizer zou trappen. En zou het dan geen misdaad zijn om de beeltenis van de Koning van de Hemel in het vuur te werpen?
De keizer veroordeelde hem toen op halfslachtige wijze ter dood. Stefanos werd in elkaar geslagen, halfdood in de kerker geworpen, daarna aan de voeten door de straten gesleept en door een opgehitste menigte doodgeslagen in het jaar 764. Hij was toen 53 jaar oud.

De heilige Anna was door de heilige Stefanos de Nieuwe moniale gewijd. Zij stierf van ontbering in de gevangenis, op de valse beschuldiging een verhouding met hem te hebben.

De heilige Theodoros, aartsbisschop van Rostov, was vanaf zijn 12e jaar monnik in het klooster van zijn oom, de heilige Sergios van Radonesj. Hij stichtte aan de oever van de Moskwa het Simon-klooster, in het gelijknamige dorp. Wat later stichtte hij op enige afstand een tweede klooster, Simonovo‚ dat vaak werd bezocht door de heilige Sergios van Radonesj, en dat grote bekendheid kreeg als geestelijk centrum.
Theodoros zelf werd herhaaldelijk met een officiële opdracht naar Constantinopel gezonden, en daar werd hij in 1388 tot bisschop van Rostov gewijd. Hij stond in hoog aanzien bij het volk, dat hem een grote liefde toedroeg. Hij stichtte in Rostov ook nog een klooster voor monialen. In 1394 is hij in vrede gestorven.

De heilige Secundinus kwam in 439 als bisschop naar Ierland om de heilige Patrick te helpen bij diens apostolaat. Hij behoorde waarschijnlijk tot de leerlingen van de heilige Patrick die hij naar Gallië had gezonden om de bisschopswijding te ontvangen. Secundinus vestigde zich in Meath en vormde tegen 443 zijn vaste standplaats in Dunshaglin. Hij is gestorven in 448.

De heilige Oda was een Schotse prinses. Nadat zij door ziekte blind was geworden, ging zij op bedevaart naar het graf van de bisschop-martelaar Lambertus in Maastricht. Daar kreeg zij op wonderbare wijze het licht van haar ogen terug. Uit dankbaarheid wijdde zij haar leven aan de dienst van God, en omdat haar vader, de koning van Schotland, dat niet wilde accepteren, ontvluchtte zij haar vaderland. Allereerst ondernam zij een pelgrimstocht naar Rome, daarna kwam zij naar ons land en vestigde zich als boetelinge, eerst in de Peel nabij Weert, later in het Brabantse Rhode. Sinds haar dood in 726, toen zij 36 jaar oud was, wordt dit Sint-Oedenrode genoemd. Bij haar graf geschiedden vele wonderbare tekenen, zodat daar al spoedig een kerk tot haar eer werd gebouwd, die grote aantallen bedevaartgangers trok. Eerst in 1731 kwam hieraan een einde door een nadrukkelijk verbod van de Staten van Holland. De relieken van de H. Oda bevinden zich in de (RK-) kerk van St-Oedenrode, een klein deel daarvan is geschonken aan de orthodoxe Parochie in Eindhoven en het klooster in Asten.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Andreas, monnik van het Blacherna-klooster, de monnik Basilios, die blind werd gemaakt en afgeslacht, Gregorios, nog een Gregorios, Johannes, Petros en Stefanos, verbannen naar Sougda, en samen met Stefanos de nieuwe omwille van de iconen ter dood gebracht in Chalcedon, onder Konstantinos Kopronymos; de bisschoppen Theodoros en Timotheos, de priesters Johannes, Nikeforos, Petros, Sergios enTheodoros, de diakens Basilios en Thomas, de monniken Chariton, Daniël, Eusebios, Hierotheos, Komasioa en Sokrates, en Etymasios, die allen onthoofd zijn te Tiberiopolis, onder Juliaan de Afvallige‚ 361; de bisschoppen Mansuetus en Papianus, onder de ariaanse koning Genserik in Noord-Afrika; 9 andere bisschoppen: Crescens, Crescentianus, Cresconius, Eustachius, Felix, Florentianus, Hortulanus, Valerianus en Urbanus zijn in ballingschap gestorven.

Eveneens op deze dag de heilige Gregorius III, paus van Rome van 731 tot 741; Philippus, bisschop van Vienne, 6e eeuw; en Hilarion met zijn vrouw Quieta.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.