vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   4 december

De heilige Barbara‚ maagd en groot-martelares. Er is niets met zekerheid over haar bekend, ofschoon zij hoog in ere wordt gehouden zowel bij de Grieken als bij de Latijnen. Als de plaats van haar marteldood wordt genoemd Toscanië, Heliopolis en Nikomedië. Ook de bijzonderheden daarvan zijn fantastisch en tegenstrijdig. Als jaar van haar dood geldt volgens sommige geleerden het jaar 235, volgens anderen 306; maar ook daarover worden zeer uiteenlopende gegevens vermeld. Bekend is het verhaal dat zij door haar vader in een hoge toren werd opgesloten om haar af te houden van contact met de buitenwereld, en dat zij daarin een derde venster liet uitbreken ter ere van de heilige Drie-eenheid.
De heilige Juliana was getuige van de standvastigheid van Barbara; zij protesteerde verontwaardigd bij de rechter en beleed dat zij ook christin wilde zijn. Zij werd toen eveneens gedood.

De heilige Johannes, bisschop van Polybotum (Frygië), die veel te strijden had tegen de ketterij en het misdadig gedrag van keizer Leo de lsauriër (717-741). Door zijn heilig leven verwierf hij de genade van genezingen. Hij is, ondanks zijn oppositie voeren, in vrede gestorven.

De heilige Serafim, monnik van Studion en bisschop van Fanar. Na de mislukte opstand van de bisschop van Larissa, werd Serafim gevangen genomen. Toen hij weigerde de islam aan te nemen werd hij door de Turken gemarteld. Hij verheugde zich toen hij de grote wonden aan zijn handen en voeten zag, zodat hij een afbeelding werd van de gekruisigde Christus. Tenslotte werd hij op een paal gespietst in 1601.

De heilige God-dragende vader Johannes Damaskenos (Mansoer) was de zoon van een voornaam functionaris, verantwoordelijk voor de onderworpen christenvolkeren, aan het hof van kalief Aboe Achmed te Damaskos. Zijn opvoeding, met die van zijn adoptiefbroer Kosmas, lag in handen van de even vrome als geleerde Kosmas, een Italiaanse monnik. door zijn vader uit Arabische gevangenschap vrijgekocht‚ en die later bisschop van Majuma werd. Na de dood van zijn vader volgde Johannes hem op in zijn ambt. Toen in het byzantijnse rijk opnieuw de iconenstrijd was uitgebroken, schreef Johannes een theologisch sterk gefundeerde verdediging van de verering der iconen.
Om hem buiten gevecht te stellen deed keizer Leo de lsauriër aan de kalief een vervalste brief van Johannes in handen spelen, waaruit zou blijken dat Johannes Damascus in de handen der Grieken wilde overleveren. De kalief kon aan de ene kant niet geloven dat zijn vertrouweling zulk een hoogverraad zou plegen (dan had hij hem eenvoudig weggevaagd)‚ maar bleef er toch niet geheel door onberoerd. Het resultaat was dat hij Johannes de rechterhand die deze brief geschreven had, deed afhakken.
Johannes bleef de hele nacht bidden voor de icoon van de heilige Moeder Gods, terwijl hij de afgehouwen hand tegen de armstomp gedrukt hield, en smeekte haar het hem mogelijk te maken de lof te schrijven van haar en van haar Zoon. Afgemat door pijn sliep hij in en hij zag in een droom de Moeder Gods die hem beloofde dat zijn hand genezen was. Bij het ontwaken bleek de hand vastgegroeid; slechts een ringvormig litteken verried wat er was gebeurd. Als dank voor zijn genezing liet hij een zilveren hand aanbrengen op de icoon. Deze wordt nog op de Athos bewaard als de ‘Driehandige Moeder Gods’.
Johannes trad toen in het klooster van Sabbas de Gewijde, in de woestijn van Palestina. Daar schreef hij zijn theologische werken, een systematische uiteenzetting van het orthodox geloof. Maar hij was tevens een groot dichter en hij schreef een groot deel van de nog steeds gebruikte liturgische gezangen: de Zondags-Oktoïch, de jubelende Opstandingscanon en diensten voor veel andere feesten, en de diep doorvoelde zangen van de Dodendienst. Hij is gestorven in 777, in de ouderdom van 104 jaar. (Ook wordt wel aangegeven dat Johannes leefde van 675-749.)

De heilige Gennadios, aartsbisschop van Novgorod. Hij was een leerling van de heilige Sabbatios van Solovjets toen deze nog in het Warlaam- klooster was. In 1430 werd hij zelf kluizenaar op het SoIovjetski-eiland maar in 1447 werd hij tot hegoumen benoemd van het Tsjoedov-klooster in Moskou, en in 1484 aartsbisschop van Novgorod. Hij kreeg te maken met een succesrijke Judaïserende sekte. Deze had de verwachting verspreid dat in het jaar 1492, of het jaar 7000 van de schepping der wereld volgens de joodse kalender, het einde van de wereld zou komen. Gennadios riep daar de raad over in van de heilige Nil Sorski, en het kwam toen tot het concilie van 1490 waarop deze sekte veroordeeld werd. Gennadios zorgde voor beter onderricht van het volk en van de geestelijkheid. Daartoe richtte hij scholen en seminaries op, waar hij ook zelf les gaf. Bij dit werk werd veel overhoop gehaald en er ontstonden vijandschappen. Er gingen klachten naar Moskou en in 1504 werd Gennadios daarom naar Moskou teruggeroepen en uit zijn ambt ontzet. Een jaar later is hij daar gestorven in zijn oude klooster.

De heilige Petros Chrysologos, aartsbisschop van Ravenna, was afkomstig uit Imola in Midden-Italië. Hij was geboren in het jaar 400, en van jongsaf diaken in de kathedraal van Ravenna. Nauwelijks volwassen werd hij monnik en leefde als kluizenaar tot hij in 430 tot bisschop van Ravenna gekozen werd, dat toen nog geheel tot de byzantijnse cultuurwereld behoorde. Na zijn wijding in Rome, werd hij met een geweldige vreugde door het volk ingehaald.
Veel van zijn preken zijn bewaard gebleven. Petros had practisch didactisch talent. Zijn preken waren kort, met mooie taal (‘guldenwoord’ is zijn bijnaam), maar eenvoudig en vloeiend. Meer leerzaam dan meeslepend. Hij sprak vaak over veelvuldige Communie: het Lichaam van Jezus Christus, dus Jezus Christus Zelf, moet het dagelijks voedsel worden van onze ziel. Een geliefd onderwerp was ook de noodzaak van vasten en te zorgen voor anderen die minder hebben dan wij. En als we te zwak zijn om te vasten, dat we dan des te overvloediger aalmoezen moeten geven.
Tegen het einde van zijn leven verlangde hij terug naar zijn geboortestad, Imola. Daar is hij ook gestorven, 2 december 450, en hij ligt begraven in de kerk van de heilige Cassianus, waar ook de kelk en de disk bewaard worden die hij aan die kerk geschonken had. Wel heeft men een arm van het lichaam gehaald, die in Ravenna wordt bewaard.

De heilige Meletios, bisschop van Pontus. Zijn naam “de Honing-vloeiende”, werd ook in verband gebracht met zijn geleerdheid en welsprekendheid. Tijdens de vervolging van Diokletiaan trok hij zich 7 jaar in Palestina terug, maar daarna nam hij zijn zetel weer in. Hij is gestorven rond 320.

De heilige Ciran (Cyran, Siran, Sigiran), abt van Lonrey. Hij leefde aan het hof van koning Clotarius II, terwijl zijn vader bisschop van Tours geworden was. Toen er een huwelijk voor hem gearrangeerd werd, nam Ciran zijn ontslag en werd geestelijke in Tours, onder de opvolger van zijn vader. Hij volbracht als aartsdiaken diplomatieke diensten maar droeg vooral op hartelijke wijze zorg voor de armen. Een wisseling in fortuin bracht hem in de gevangenis, en nadat zijn onschuld was aangetoond, gaf hij zijn ambt op en vergezelde de heilige Ierse bisschop Fulvius naar Rome.
ln 641 ontving Ciran grondbezit in het diocees van Bourges waar hij twee kloosters bouwde: Meaube en Lonrey (dat later naar hem genoemd is). Daar is hij ook gestorven in 657.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Christodoulos en Chriatodoula; en Theofanes met zijn mede-martelaren te Constantinopel.

Eveneens op deze dag de heilige Maroethas, bisschop van Tagritis (Mesopotamië) (zie 16 februari); de abdissen Bertoara en Ada (Adrehilde, Adnatte), 7e eeuw; Felix, bisschop van Bologna, vroeger diaken van de heilige Ambrosius; en Anno, bisschop van Keulen.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.