vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   30 december

De heilige martelares Anysia leefde als maagd in Thessalonika. Haar ouders waren gestorven en zij was in het bezit van grote rijkdommen. Volgens de raad van de Heer maakte zij alles te gelde en deelde de opbrengst uit aan de armen. Haar talrijke slaven liet zij vrij en zij stelde hen in het bezit van ruime middelen om zich te vestigen. Vooral trok zij zich het lot van de gevangen geloofsgenoten aan.
Toen zij eens over straat ging werd zij vulgair aangesproken door een militair. Vol schrik bekruiste zij zichzelf en liet zo zien dat zij christen was. Dezen waren vogelvrij verklaard: de ander trok dan ook zijn zwaard en stiet dit in haar lichaam. Anysia bloedde dood ter plaatse in 304.

De heilige Filoteros was de zoon van de prefect van Nikomedië. Hij kwam ongedeerd uit de martelingen die hij tijdens Diokletiaan moest ondergaan, maar Maximiaan liet hem opnieuw pijnigen en beval hem te onthoofden. Toen verlamden de handen van de beide beulen, die daarop Christus' macht erkenden en zelf onthoofd werden. Filoteros werd geboeid naar het eiland Prokonnesos gebracht, maar onderweg gebeurden verschillende wonderen, zodat vele soldaten en de kapitein zich bekeerden. Daardoor kwam Filoteros vrij; hij is in vrede gestorven in het land Sigriana, in 311.

De heilige Theodora van Caesarea. Zij was van kind af aan God toegewijd en werd daarom opgevoed in het klooster van Caesarea. Zij was van adel en de keizer, Leo de Isauriër, dwong haar te trouwen met een van zijn officieren. Voordat het zo ver was, sneuvelde deze in de oorlog tegen de Skythen. Theodora keerde weer naar haar klooster terug en is in vrede ontslapen tegen 755.

De heilige Theodora van Constantinopel werd weduwe en wijdde zich toen geheel aan de dienst van armen en zieken. Onder hen bevond zich ook de visionair begaafde heilige Basilios de Nieuwe, die zag hoe zij na haar dood was opgenomen in het Paradijs. Zij leefde in de 10e eeuw.

De heilige apostel Timon uit de Zeventig. Hij was een van de 7 diakens, en werd bisschop van de Arabische stad Bostra‚ waar hij als martelaar gestorven is.

De heilige Zotikos, de vader der wezen, was afkomstig uit een oud Romeins geslacht. Onder Constantijn de Grote was hij priester in Constantinopel. Hij stichtte er een ziekenhuis en een tehuis voor ouden van dagen, waar hij zelf de zieken en armen diende. Om zijn strijd tegen het Arianisme werd hij onder een volgende keizer achter wilde paarden doodgesleept, tegen het jaar 400.

De heilige nieuwe martelaar Gideon, monnik van Karakallou. Hij was geboren in een arme Griekse familie en moest al vroeg gaan werken. De 12-jarige jongen viel op door zijn intelligentie en werklust, en een welgestelde Turk nam hem min of meer met geweld mee als huisbediende in zijn harem. Het leven daar beviel de jongen wel en hij liet zich overhalen zich te laten besnijden en moslim te worden.
Het duurde echter niet lang of zijn geweten begon hem heftig te kwellen dat hij Christus verloochend had. Hij nam nu heimelijk de vlucht naar zijn verschrikte ouders, die hem naar het verre Kreta wisten te krijgen, om zo aan de achtervolgers te ontsnappen. Na verschillende avonturen vond hij een toevlucht bij een oude priester, die hem als kind aannam en hem leerde wat hij verder moest‚ doen.
Na het overlijden van zijn tweede vader trok Gideon dan ook naar de Athos om daar het leven van een boeteling te leiden. Hij werd monnik van Karakallou en ontving de naam Gideon. Hij kreeg de opdracht om voor de kerk te zorgen. In 35 jaar ontwikkelde hij zich tot een voorbeeldige monnik en werd toen, in 1797, uitgezonden om gedurende 6 jaar het beheer te voeren over een der bezittingen van het klooster op het eiland. Zijn in de grond heldhaftige natuur richtte zijn belangstelling steeds meer op het leven der martelaren, waarover hij las in de vrije uren van zijn werkzaam leven. De liefde tot Christus ontwikkelde zich tot het verlangen naar het martelaarschap om ten koste van eigen leven over Hem te getuigen. Dit verlangen was zo klaarblijkelijk echt dat hij zegen kreeg om deze weg te betreden.
Gideon keerde nu terug naar midden-Griekenland. Hij had zich van top tot teen met bloemen getooid, misschien uit vreugde bij het vooruitzicht van de marteldood, en zo presenteerde hij zich bij zijn oude Turkse werkgever om te vertellen dat hij weer christen was. Gideon werd natuurlijk prompt gearresteerd, maar verder werd de zaak niet ernstig genomen. Pas toen hij zich agressief begon te gedragen werd hij hevig met stokken geslagen en halfdood door de christenen opgehaald.
Nadat hij op de Athos weer op verhaal gekomen was, keerde Gideon terug. Nu werd hij overgeleverd aan de Pasja, en toen hij op heftige wijze de Turken uitgescholden had, werd hij veroordeeld tot een spotprocessie, waarna hem de ledematen zouden worden afgehakt. Daarbij sprak hij de beul moed in omdat deze ervoor terugschrok in te hakken op iemand die zich in het geheel niet verzette. Zonder een kreet te slaken onderging Gideon deze ontzettende marteling. Toen de hulpeloze romp in de avond nog bleek te leven, werden vier christenen gedwongen het lichaam in de afvalput van het paleis te werpen, waar hij de dood vond op 30 december 1818.
De volgende morgen werd zijn lichaam vrijgekocht om het een waardige begrafenis te geven, onder grote toeloop van het volk. Met het bloed dat nog steeds uit het verminkte lichaam vloeide, geschiedden talrijke genezingen. In 1837 werden Gideons relieken naar Karakallou overgebracht.

De heilige Anysios, bisschop van Thessalonika. Tijdens zijn bestuur gebeurde de massamoord van 389. waarvoor de heilige Ambrosius van Milaan de keizer Theodosios tot kerkelijke boete had verplicht. De toedracht was als volgt: Botheric, commandant van de keizerlijke troepen in Illyrië, had een wagenmenner van het circus gevangen gezet wegens een geweldmisdrijf. Ter gelegenheid van het grote jaarfeest eiste het volk zijn vrijlating, en toen Botheric daaraan geen gehoor gaf kwam het volk in opstand. waarbij Botherio en verschillende officieren werden gedood.
Theodosios was razend. Hij gaf opdracht het circusfeest aan te kondigen en dan 7000 personen te doden als boete voor de opstand. Dit bevel werd op barbaarse wijze ten uitvoer gebracht.
Het laatste wat ee van Anysios weten is dat hij met 15 andere bisschoppen in 404 een beroep op de paus heeft gedaan om zijn invloed aan te wenden ten behoeve van de heilige Johannes Chrysostomos, die ernstig ziek was in zijn verre ballingsoord. Anysios is gestorven in 410.

De heilige Makarios (Makari), metropoliet van Moskou en geheel Rusland, 1482-1563, leefde op streng monastieke wijze, zoals hij het geleerd had in het klooster van de heilige Pafnutios in Borovsk. Toen hij 41 jaar was, werd hij archimandriet gewijd voor het Lusjetski-klooster en drie jaar later tot bisschop van Groot-Novgorod en Pskov, de oudste bisschopszetel van het Moskouse diocees.
De stad was 17 jaar zonder bisschop geweest en veel was er in het‚ ongerede geraakt. Hier kwam de grote organisatorische begaafdheid van Makari aan het licht. Ook zond hij missionarissen naar de nog heidense volkeren in het Noorden van Rusland. Door zijn vrome Ievenswandel genoot hij een met liefde aanvaard gezag in de kloosters van zijn eparchie‚ en hij wist hen ertoe te brengen overal het cenobitische leven in te voeren en gemeenschappelijke regels. Er werden kerken en refters gebouw voor de eredienst en de maaltijden.
Ook buiten de kloosters bevorderde Makari het godsdienstig leven. Tijdens zijn bestuur werden in Novgorod 40 kerken gebouwd of hersteld, want vele hadden van vuur te lijden gehad. Hij begon ook met de herziening van de kerkelijke boeken, en hij werkte aan de Minea (de dagelijkse viering van de heiligen met hun leven) van 1528 tot 1540.
Hij toonde grote toewijding bij de ongelukken die de stad troffen, epidemieën en langdurige droogte, leefde mee met ongelukkigen, rijk of arm en bracht geld bijeen om krijgsgevangen stadgenoten vrij te kopen. Zo won hij de genegenheid van zijn gelovigen. Ook de heilige Alexander Svirski had groot vertrouwen in hem, want Makari maakte grote reizen door zijn uitgestrekte diocees om overal een persoonlijk contact te hebben.
In 1542 werd de alom geëerde Makari gekozen tot metropoliet van Moskou en geheel Rusland. Onder zijn leiding begon een grote opbloei van het geestelijk leven. Er werden kerken gebouwd, heiligen gecanoniseerd en hun levens uitgegeven (meer dan in heel de voorafgaande tijd), nieuwe kloosters gesticht en de groei van de oudere aangemoedigd.
In 1547 was het de 65-jarige Makari die de eerste Tsaar van Rusland mocht kronen. Maar dat was ook het jaar van de catastrofale brand die Moskou teisterde. De metropoliet werd door het vuur overvallen in de kathedraal, tijdens de dienst. Het ademen werd al snel onmogelijk en ieder moest vluchten, maar ook buiten was er geen lucht om te ademen, zodat allen die in het altaar hadden gediend de verstikkingsdood stierven. Makari zelf, wiens ene oog verbrand was, kon nog in veiligheid gebracht worden door hem aan een touw naar beneden te laten, ofschoon het touw brak en de deerlijk gekwetste oude man met moeite weer tot bewustzijn gebracht kon worden. Hij werd verder in een van de weinige gespaarde kloosters verpleegd. Er waren 1700 personen in de vlammen omgekomen en nog een veel groter aantal had alles verloren.
Met grote energie nam Makari de wederopbouw ter hand. Maar zijn zorgen strekte hij uit over heel het Russische land. Overal waar nood heerste, wendde men zich tot hem voor hulp. Hij had de gave van een bijzonder scherpzinnig oordeel en tegelijk van wonderbare gebedsverhoringen. Er bestaan hierover nog vele verklaringen van ooggetuigen. Dit gaf hem veel gezag bij het verdedigen van de orthodoxie tegen verschillende ketterijen die in zwang waren. Tevens was Makari een begaafd iconenschilder. Tijdens zijn bestuur werd ook de boekdrukkunst in Rusland ingevoerd. Reeds in 1563, het sterfjaar van Makari, werd met de druk begonnen van de kerkelijk goedgekeurde uitgave van de Heilige Schrift. De eerste drukker was een geestelijke van de Heilige Nikolaas- kerk van het Kremlin.
In december 1563 werd Makari ziek, nadat hij kou had gevat tijdens een processie. Hij had graag naar het klooster van zijn intrede willen terugkeren voor zijn laatste levensdagen, maar liet zich door de tsaar overhalen in Moskou te blijven. Een starets van het Pafnuti-klooster kwam om hem bij te staan. Met Kerstmis ging hij sterk achteruit: hij kon niet langer meer lezen in het Evangelie, zoals hij dagelijks deed, en moest nu voorgelezen worden. In de vroege ochtend van 31 december, terwijl de klok geluid werd voor de Metten, stierf Makari. Tijdens de processie voor de begrafenis, straalde zijn onbedekt gelaat van licht, tot aller verwondering. Makari is plechtig heilig verklaard op het concilie van het Millennium, 1988.

De heilige Egwin, bisschop van Worcester, gewijd in 692. Hij was toen abt van de door hem in 675 gestichte benedictijner-abdij te Evesham‚ een van de beroemde abdijen van Engeland. Daar is hij ook gestorven in 717.

De heilige martelaar Sabinus, bisschop van Assisi, met zijn diakens Marcellus en Exuperantius. Zij werden gearresteerd en de rechter gaf Sabinus een klein gouden jupiterbeeld uit zijn eigen slaapkamer, opdat hij het zou vereren. Sabinus nam het in zijn handen en smeet het op het plaveisel in stukken. Toen werden zijn handen afgehakt en de beide diakens voor zijn ogen onder gruwelijke folteringen ter dood gebracht.
Sabinus werd weer in de gevangenis teruggebracht en genas daar een blinde jongen. De rechter Venustianus die ervan hoorde en zelf aan een heftige oogontsteking leed, liet zich dopen met vrouw en kinderen, en werd daarop eveneens genezen. Op bevel van keizer Maximiaan werden allen gedood op de 7e december van het jaar 303. Hun relieken zijn overgebracht naar Spoleto.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Magistrianos, Paulinos, Ombrios, Veros, Severos, Kallistratos, Florentios, Arianos, Anthymos, Ubrikios, lsidoros, Eukulos, Sampson, Studios en Thespesios, vertrouwelingen van Constantijn de Grote, ter dood gebracht onder Juliaan de Afvallige; de graaf van Nikomedië en zes soldaten die door Filoteros waren bekeerd; en te Alexandrië Appianus, Donatus, Honorius, Mansuetus, Severus en hun medemartelaren.

Eveneens op deze dag de heilige archimandriet Leo; Liberius, een van de eerste bisschoppen van Ravenna, gestorven in 206; Eugenius, bisschop van Milaan; en Rainerus, bisschop van Aquila in de Abruzzen.


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.