vorige dag           volgende dag Register

Heiligenjaar   -   31 december

Teruggave van Kerst.

De heilige Melania de Jongere was de kleindochter van Melania de Oudere, van Spaanse afstamming maar behorend tot de voornaamste geslachten van Rome, met onmetelijke rijkdom en wijdstrekkende invloed. Reeds als kind besefte zij pijnlijk de onrechtvaardigheid van het verschil in levenswijze tussen de rijken en de bedienden en armen. Bedienden en slaven werden beschouwd als een soort vee, uitsluitend beoordeeld naar hun productiviteit. Terwijl het Evangelie toch zo duidelijk leerde dat alle mensen elkaars broeder en zuster zijn.
Zij wilde daarom ook zelf een leven van onthouding gaan leiden, maar daar voelde haar vader niets voor. Deze huwde haar daarom zo jong mogelijk uit aan zijn rijke neef Pinianus. Melania had echter een duidelijk geestelijk overwicht, en wist hem over te halen beiden hun leven aan Christus te wijden. Pinianus ging hiermee akkoord maar stelde als voorwaarde dat ze toch eerst voor een nageslacht zouden zorgen. Dat werd door Melania aanvaard. Er werden inderdaad kinderen geboren, waarvan de meeste echter vroeg stierven.
De 60-jarige grootmoeder kwam ogenblikkelijk van Bethlehem naar Rome om haar kleinkind bij te staan tegen de rest van de familie en haar te sterken in haar voornemen. Bijna alle bezittingen in Rome, Italië, Aquitanië, Spanje en Engeland werden verkocht en zo beschikten zij over een enorm kapitaal. Dit werd gebruikt voor de bouw van kloosters, steun aan werklozen en behoeftigen‚ en het schenken van kostbaar altaar-gerei aan vele kerken. Zij stelden hun slaven in vrijheid, maar velen verkozen om in dienst te gaan bij de broer van Melania. Er werden vertegenwoordigers gezonden naar Egypte‚ Antiochië en Jeruzalem, voorzien van grote sommen gelds voor de monniken en kluizenaars.
De twee Melania’s leefden nu samen met Melania’s moeder Albina. Zij gingen vriendschappelijk om met de heilige Paulinus van Nola, eveneens van de familie, en ontvingen vele beroemde gasten, o.a. Palladios en Hufinus die in 404 voor enkele jaren naar Rome kwamen.
Na de dood van twee van haar drie zoontjes, liet ze het laatste kind in Rome achter en maakte met haar man een grote reis door het christelijke Oosten. Zij ondersteunden de monniken die een moeilijke tijd beleefden door het ariaans bewind, voedden ontelbare gevangenen. Waarbij Melania zelfs slavenkleding aantrok om tot hen te kunnen doordringen, en ook zelf gevangen genomen werd. Zij verbrak toen haar incognito en werd uit angst weer in vrijheid gesteld en kreeg verlof om de gevangenen te bezoeken. De heilige Paulinus vertelt in een brief dat zij op een bepaald ogenblik meer dan 5000 gevangen monniken van voedsel voorzag, en daarom gevangen genomen werd.
Tijdens de invallen van de Gothen trokken zij zich in 407 terug op hun goederen in Sicilië en gingen van daar verder. Melania de Jongere kocht de inwoners van Malta vrij voor een plundertocht van Vandaalse zeerovers en ging naar Afrika, waar zij o.a. de heilige Augustinus bezocht en daar twee kloosters bouwde en van inkomen voorzag voor 80 monniken en 120 monialen. In 417 kwamen zij aan in het Heilig Land. Het volgend jaar gingen Melania en haar man nog eens naar Egypte om de monniken van de Nitrische woestijn te bezoeken, maar zij keerden nog hetzelfde jaar terug.
In 432, stichtte Melania een klooster in Jeruzalem waar zij 50 zusters onderhield en gastvrijheid verleende aan ontelbare pelgrims van allerlei soort. Zij had veel contact met de heilige Rufinus die haar ook op haar reizen had vergezeld, en door hem met zijn grote vriend Hiëronymos. Toen later ruzie ontstond tussen deze twee naar aanleiding van Origenes, bracht dit allerlei verwikkelingen teweeg die bijna de kerk verscheurden. Nu trok Melania zich geheel terug in een kluis op de Olijfberg waar zij alleen nog eens per week haar naaste familieleden ontving, en zij bleef daar tot zij in 432 haar stervende moeder ging bezoeken. Het volgend jaar bouwde zij een vrouwenklooster waar zij zichzelf bij aansloot. Spoedig daarna stierf haar echtgenoot in 435. Vier jaar later vatte Melania kou toen ze naar Bethlehem trok voor het kerstfeest en zij stierf op de laatste dag van december 439.

De heilige Gelasios leefde als kluizenaar bij Nikopolis in Palestina, maar ten tijde van het 4e oecumenische concilie te Chalcedon in 451, kreeg hij van God een teken om een cenobitisch klooster te stichten. Hij vroeg raad aan de Vaders, en zij betuigden hun instemming met zijn plan, en hielpen hem met geld en vee en allerlei goederen. Een andere kluizenaar vroeg hem of zijn geest niet te zeer gebonden zou worden door het beheer van het bouwterrein en alle kloosterzaken, maar Gelasios meende dat de geest precies zo sterk gebonden kan worden door het bezit van een naald om de eigen kleding te herstellen.
Zijn onthechting blijkt uit het volgende voorval. Gelasios had slechts één enkel stuk in persoonlijk bezit, een handschrift van de Bijbel, inderdaad iets kostbaars in die tijd. Hij had dit neergelegd in de kerk, opdat allen er gebruik van konden maken. Op een dag werd het gestolen door een bezoeker, die het op de markt poogde te verkopen. De aspirant-koper haalde Gelasios erbij als expert, om raad te vragen over de prijs, tot ontzetting van de dief. Gelasios herkende natuurlijk zijn manuscript maar bleef volkomen kalm en zei dat de gevraagde prijs gerechtvaardigd was. De dief barstte in tranen uit, gaf het boek terug, en stelde zich onder de leiding van Gelasios.
Na afloop van het concilie slaagde de partij der monofysieten erin de meeste monniken van Palestina op hun hand te krijgen, omdat op het eerste gezicht hun opvatting meer eer scheen te bewijzen aan Christus, doordat Zijn Godheid niet besmeurd werd door een wezenlijk samengaan met de zoveel lager staande menselijke natuur. Gelasios was een der weinigen die inzag dat Chalcedon een veel dieper inzicht verschafte van Christus’ grootheid. Hij werd daarom ter verantwoording geroepen bij de door de monofysieten als tegenkandidaat gekozen patriarch van Jeruzalem, maar Gelasios wilde hem niet erkennen en verklaarde dat hij zich alleen hield aan de wettig gekozen patriarch Juvenali. Hij werd toen onder hoon en spot naar buiten gegooid, en er werd brandhout rond hem opgestapeld om hem levend te verbranden. Dit werd echter verhinderd door de dreigende houding van de bevolking, die Gelasios een grote verering toedroeg.
Hij is in vrede gestorven en op zijn voorspraak geschiedden vele wonderen.

De heilige Theofylaktos, aartsbisschop van Ochrid. Hij was een Griek, priester van de Aya Sofia in Constantinopel, en tegen zijn zin werd hij bisschop gewijd en, om zijn kennis van het Slavisch, naar het Bulgaarse Ochrid gezonden. Hij bestuurde de Kerk van Bulgarije gedurende 26 jaar (1082-4108). Hij was een geleerde met een brede belangstelling en een theoloog met een groot redenaarstalent. Hij heeft een belangrijke geestelijke erfenis achtergelaten, waaronder een volledig commentaar op het Nieuwe Testament, in de geest van de heilige Johannes Chrysostomos en dat nog steeds gebruikt wordt, zowel in de Griekse als in de Slavische Kerken.
In zijn ouderdom keerde Theofylaktos naar Griekenland terug en hij is gestorven in Thessalonika, waarschijnlijk in 1126.

De heilige Sabinianus, eerste bisschop van Sens, met Potentianus en Altinus, uit Rome naar Gallië gezonden in de 3e eeuw. In Sens bekeerden zij Victorinus, een der voornaamste inwoners, die hun gastvrijheid had verleend. Onder de eerste bekeerlingen behoorden ook Eodald en Serotinus. Zij allen trokken door het land, en maakten veel bekeerlingen. Hun aanwezigheid wordt vermeld in Troyes, Orléans, Chartres en Parijs. Daar bekeerden zij nog de medewerkers Agoard en Aglibert.
Voor de verdere organisatie van het missiewerk kwamen allen bijeen in Sens‚ maar daar werden zij gevangen genomen, gemarteld en ter dood gebracht met nog andere leerlingen op het einde van het jaar.
In 847 werden hun relieken opgegraven en overgebracht naar de kerk van Saint Pierre-le-Vif. Daarom viert men hun gedachtenis te Sens en in Parijs op 19 oktober.

De heilige Marius, bisschop van Avenches, een oude Romeinse stad in Zwitserland. Hij nam deel aan het concilie van Mâcon in 585, en stierf in 593. Hij heeft voortgewerkt aan de kroniek van Prosper, die in hoofdzaak de gebeurtenissen beschrijft van Bourgondië en de omstreken van het Meer van Genève.

De heilige martelares Columba behoorde tot de nog heidense koninklijke familie. Zij hoorde spreken over Christus, en toen zij 16 jaar was verliet zij haar huis en bezocht de bisschop in Gallië. Zij werd gedoopt in Vienne en leefde daar het ascetische leven met enkele andere jonge vrouwen. In 274 werden zij, op bevel van keizer Aurelianus, ter dood gebracht, nadat zij eerst in een circus bij de wilde dieren hadden moeten wonen. Op de plaats van haar marteldood buiten de stad, is later het klooster van de heilige Columba gebouwd.

De heilige Kyriakos van Bisericani, een beroemd klooster in Moldavië. Daar was hij opgevoed van kind af, en onder de 150 monniken was hij een toonbeeld van geduld, deemoed en heilige liefde. Tegen 1660 werd hij kluizenaar in een berggrot in de buurt van Bistritsa, waar hij 60 jaar leefde zonder enige beschutting tegen het ruwe klimaat, geheel overgegeven aan het Jezusgebed.

De heilige Frobertus uit Troyes werd opgevoed in het seminarie van de bisschopskerk. Na zijn priesterwijding werd hij monnik in het klooster van Luxeuil, waar zijn eenvoud van optreden als gebrek aan intelligentie werd beschouwd, en hij nogal lomp behandeld werd. Na enkele jaren was hij eens op bezoek in zijn geboortestad. De bisschop wist zijn waarde beter te schatten en haalde hem over zich in zijn diocees te vestigen, ondanks de valse beschuldigingen die tegen hem werden ingebracht.
Koning Clotarius ll schonk hem een bezitting in de buurt van Troyes om er een klooster te stichten. Frobertus bouwde daar de benedictijner-abdij Moutier-la-Celle, die weldra tot bloei kwam en een grote schare monniken herbergde. Daar heeft hij de rest van zijn leven als abt doorgebracht tot aan zijn dood op de 31e december 673.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Olympiodora, die de vuurdood gestorven is; Nemes, met het zwaard ter dood gebracht, Busiris, doodgestoken met een weefschuitje, en Gaudentios; te Nikomedië tien maagden, ter dood gebracht nadat hun de ogen waren uitgestoken; te Rome de martelaressen Donata, Paulina, Rustica, Nominanda, Serotina, Hilaria en nog anderen; te Catania (Sicilië) Stephanus, Pontianus, Attalus, Fabianus, Cornelius, Sextus, Flos, Quintianus, Minervinus en Simplicianus; en te Rhetiaria de exorcist Hermes.

Eveneens op deze dag de heilige Gaios, monnik; Sylvester, paus van het oude Rome (zie 2 januari); en Zotikos (zie 30 december).


Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.




teksten samengesteld door archimandriet Adriaan - eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna - eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.