Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


1 januari - De Besnijdenis van onze Heer Jezus Christus -

Prokimen     toon 6          (ps. 27)

Red, Heer, Uw volk * en zegen Uw erfdeel.

Tot U Heer, heb ik geroepen, mijn God blijf niet zwijgen tegen mij.


2e Prokimen     toon 1          (ps. 48)

Mijn mond zal wijsheid spreken * en de overweging mijns harten verstand.

Hoort dit alle volkeren.


APOSTEL

pericoop 254 (Col 2 : 8-12)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Colossenzen,

Broeders, zie toe, dat niemand u meesleept door zijn wijsbegeerte en ijdele drogredenen, die volgens overleveringen van de mensen zijn, volgens de elementen der wereld en niet volgens Christus. Want in Hem woont de gehele volheid der Godheid lichamelijk; en gij hebt deel aan die volheid ontvangen in Hem, Die het hoofd is van alle overheid en macht. In Hem zijt ook gij besneden, niet met een besnijdenis, die met de handen verricht is, maar door het afleggen van het zondige vlees, met de besnijdenis van Christus. Want met Hem zijt gij begraven in de doop, met Hem zijt gij ook verrezen door het geloof in de werkende kracht van God, die Hem uit de doden heeft opgewekt.

Alleluja     toon 8          (ps. 79 en 36)

Luister, Herder van Israël, Die Jozef leidt als een kudde.

De mond van de rechtvaardige verkondigt wijsheid, zijn tong spreekt het oordeel.

- De besnijdenis van onze Heer Jezus Christus -

EVANGELIE

in de Metten: Jh Pericoop 35-b (Jh 10 : 1-9)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

De Heer zei tegen de Joden die bij Hem gekomen waren: 'Amen, amen, Ik verzeker u: Wie niet door de deur de schaapsstal binnenkomt, maar elders naar binnen klimt, die is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open en de schapen luisteren naar zijn stem; en hij roept zijn eigen schapen bij de naam en leidt ze naar buiten. En wanneer hij al zijn eigen schapen naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor hen uit en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen zij zeker niet volgen, maar voor hem zullen zij vluchten omdat zij de stem van vreemden niet kennen.' Deze gelijkenis vertelde Jezus hen, maar zij begrepen niet, waarover Hij tot hen sprak. Jezus zei dan nog eens: 'Amen, amen, Ik verzeker u: 'Ik ben de deur van de schapen. Allen, die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers; maar de schapen hebben naar hen niet geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnenkomt zal hij behouden zijn; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.'

in de Liturgie: Lc - pericoop 6 (Lc 2 : 20-21, 40-52)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd keerden de herders terug, God prijzend en lovend over alles, wat zij gehoord en gezien hadden, zoals het hun gezegd was. En toen er acht dagen verstreken waren en het kind moest besneden worden, werd Hem de naam Jezus gegeven, die door de engel genoemd was, voordat Hij nog in de moederschoot was ontvangen. En het kind groeide op en werd sterk en vervuld met wijsheid en de genade Gods was op Hem. En zijn ouders reisden ieder jaar op het paasfeest naar Jeruzalem. Toen Hij nu twaalf jaren oud geworden was, trokken zij volgens de gewoonte van het feest op. En nadat zij de dagen gevierd hadden en terugkeerden, bleef het kind Jezus te Jeruzalem, en zijn ouders wisten het niet. Daar zij meenden, dat Hij in het gezelschap was, legden zij één dagreis af en zochten Hem onder de verwanten en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij al zoekende terug naar Jeruzalem. En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem in de tempel vonden, gezeten te midden der leraren, terwijl Hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. En allen, die Hem hoorden, stonden verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden. En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld, en zijn moeder zei tot Hem: ‘Kind, waarom heb Je ons dit aangedaan? Zie, je vader en ik zoeken Je met smart.’ En Hij zei tegen hen: ‘Waarom zocht u Mij? Wist u niet, dat Ik in de dingen van Mijn Vader moest zijn?’ Maar zij begrepen niet, wat Hij tegen hen zei. En Hij ging met hen terug en kwam in Nazareth en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid, in jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.