Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


2 januari - Dinsdag in de 31e week -

APOSTEL

pericoop 333-a (Hebr 12:25-27; 13:22-25)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Hebreeën,

Broeders, let er dan op dat gij Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die Hem verwierpen Die op aarde Goddelijke aanwijzingen gaf, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt. Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering van het wankelbare, het geschapene, opdat het onwankelbare zou blijven. Overigens roep ik u ertoe op, broeders, deze woorden van vermaning te verdragen, ook al heb ik u slechts in het kort geschreven. U moet weten dat broeder Timotheüs vrijgelaten is. Samen met hem zal ik u zien, zodra hij komt. Groet al uw leidslieden en al de heiligen. De broeders uit Italië groeten u. De genade zij met u allen. Amen.

- dinsdag in de 16e week (van de Lc-cyclus) -

EVANGELIE

Mc - pericoop 55 (Mc 12 : 18-27)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus,

In die tijd kwamen er Sadduceeën naar Jezus toe, die zeggen dat er geen opstanding is; en zij vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons voorgeschreven: “Als iemands broer sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, dat dan zijn broer met die vrouw moet trouwen en voor zijn broer nakomelingen moet verwekken. Nu waren er zeven broers; de eerste nam een vrouw, hij stierf en liet geen kinderen na. En de tweede trouwde met haar, deze stierf echter ook en liet geen kinderen na; en de derde eveneens; en alle zeven trouwden met haar en lieten geen kinderen na. Als laatste van allen stierf ook de vrouw. Van wie van hen zal zij de vrouw zijn wanneer ze opstaan bij de opstanding? Want alle zeven hebben haar als vrouw gehad.’ Jezus zei tegen hen: ‘Dwaalt u niet daarom, doordat u de Schriften niet kent en evenmin de kracht van God? Want wanneer zij uit de doden opstaan, trouwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk gegeven, maar zij zijn als engelen in de hemelen. En wat de opwekking van de doden betreft, hebt u niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in de doornstruik tot hem sprak, zeggend: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob?” Hij is geen God van doden maar van levenden. U dwaalt dus erg.