Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


13 januari - Zondag na theofanie -

Prokimen     toon 1          (ps. 32)

Moge, Heer, Uw barmhartigheid over ons komen * zoals wij op U gehoopt hebben.

Rechtvaardigen, juich in de Heer; de oprechten past lofzang.


APOSTEL

pericoop 224-b (Ef 4 : 7-13)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Efesiërs,

Broeders, aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat waarmee Christus geeft. Daarom zegt Hij:
‘Toen Hij opvoer naar omhoog,
voerde Hij de gevangenen mee
en schonk Hij gaven aan de mensen.’
‘Toen Hij opvoer’ - wat betekent dit anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is naar wat lager ligt, naar de aarde? Hij Die is neergedaald is Dezelfde als Hij Die is opgevaren hoog boven alle hemelen om alles te vervullen. Hij heeft sommigen aangesteld als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot de volkomenheid van een man, tot de maat van volle wasdom van de volheid van Christus.

Alleluja     toon 5          (ps. 88)

Uw barmhartigheid, Heer, wil ik bezingen in eeuwigheid; en Uw waarheid verkondigen van geslacht tot geslacht.

Gij hebt immers gezegd: “Mijn barmhartigheid is opgebouwd voor eeuwig”; en in de hemel is Uw waarheid gevestigd.

- Zondag na theofanie -

EVANGELIE

in de Metten: Jh pericoop 65-a - het 9e opstandingsevangelie ( Jh 20 : 19-31)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren op de plaats waar de leerlingen bijeen waren uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: ‘Vrede zij jullie!’ En toen Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zij. De leerlingen verblijdden zich toen zij de Heer zagen. Jezus zei nog eens tegen hen: ‘Vrede zij jullie! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’ En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: ‘Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan worden ze hem vergeven; als jullie ze iemand toerekenen, dan blijven ze toegerekend.’ Thomas nu, één van de twaalf, Didymus genaamd, was niet bij hen, toen Jezus daar kwam. De andere leerlingen zeiden tegen hem: ‘wij hebben de Heer gezien!’ Maar hij zei tegen hen: ‘Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet op het litteken van de spijkers leg, en mijn hand niet in Zijn zij leg, zal ik het zeker niet geloven.’ En na acht dagen waren Zijn leerlingen weer binnen en Thomas was bij hen. Jezus kwam terwijl de deuren gesloten waren en Hij stond in hun midden en zei: ‘Vrede zij jullie!’ Daarna zei Hij tegen Thomas: ‘Breng je vinger hier en bekijk Mijn handen, en breng je hand hier en leg die in Mijn zij, en wees niet ongelovig, maar gelovig.’ Thomas antwoordde en zei tegen Hem: ‘Mijn Heer en mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Mij gezien hebt, geloof je? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.’ Jezus heeft nog veel andere tekenen voor de ogen van Zijn leerlingen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek. Maar deze zijn opgeschreven, opdat u gelooft, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, leven hebt in Zijn Naam.

in de Liturgie: Mt - pericoop 8 (Mt 4 : 12-17)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs,

In die tijd toen Jezus hoorde, dat Johannes gevangen genomen was, trok Hij weg naar Galilea. En Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kafarnaüm aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali, opdat vervuld zou worden, hetgeen door de profeet Jesaja gezegd is:
‘Het land van Zebulon
en het land van Naftali
aan de zeeweg, over de Jordaan,
het Galilea der heidenen.
Het volk, dat in duisternis gezeten is,
heeft een groot licht gezien,
en voor hen, die in het land en in de schaduw des doods gezeten zijn,
is een licht opgegaan.’
Van toen af begon Jezus te prediken: Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.