Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


14 januari - Zondag na theofanie -

Prokimen     toon 1          (ps. 32)

Moge, Heer, Uw barmhartigheid over ons komen * zoals wij op U gehoopt hebben.

Rechtvaardigen, juich in de Heer; de oprechten past lofzang.


APOSTEL

pericoop 224-b (Ef 4 : 7-13)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Efesiërs,

Broeders, aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat waarmee Christus geeft. Daarom zegt Hij:
‘Toen Hij opvoer naar omhoog,
voerde Hij de gevangenen mee
en schonk Hij gaven aan de mensen.’
‘Toen Hij opvoer’ - wat betekent dit anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is naar wat lager ligt, naar de aarde? Hij Die is neergedaald is Dezelfde als Hij Die is opgevaren hoog boven alle hemelen om alles te vervullen. Hij heeft sommigen aangesteld als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot de volkomenheid van een man, tot de maat van volle wasdom van de volheid van Christus.

Alleluja     toon 5          (ps. 88)

Uw barmhartigheid, Heer, wil ik bezingen in eeuwigheid; en Uw waarheid verkondigen van geslacht tot geslacht.

Gij hebt immers gezegd: “Mijn barmhartigheid is opgebouwd voor eeuwig”; en in de hemel is Uw waarheid gevestigd.

- Zondag na theofanie -

EVANGELIE

in de Metten: Jh pericoop 66 - het 10e opstandingsevangelie (Jh 21 : 1-14)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

In die tijd openbaarde Jezus Zich aan Zijn leerlingen bij het meer van Tiberias, en Hij openbaarde Zich als volgt: Simon Petrus en Thomas, genaamd Didymus, en Nathanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en twee anderen van Zijn leerlingen waren bij elkaar. Simon Petrus zei tegen hen: ‘Ik ga vissen.’ Zij zeiden tegen hem: ‘Wij gaan met je mee.’ Zij gingen naar buiten en gingen meteen aan boord en zij vingen die nacht niets. En toen het al ochtend geworden was, stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus dan zei tegen hen: ‘vrienden, hebben jullie niet iets voor bij het eten?’ Zij antwoordden Hem: ‘Nee.’ Hij zei tegen hen: ‘Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en je zult vinden.’ Dus wierpen zij het net uit en zij konden het niet meer ophalen vanwege de grote hoeveelheid vissen. De leerling dan van wie Jezus hield, zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was, sloeg hij zijn bovenkleed om, want hij was ongekleed, en sprong in zee. En de andere leerlingen kwamen met het scheepje, want zij waren niet ver van het land af, slechts ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen mee. Toen zij aan land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur met vis daarop liggen, en brood. Jezus zei tegen hen: ‘Breng wat van de vis, die jullie nu gevangen hebben.' Simon Petrus ging aan boord en trok het net aan land, vol grote vissen, honderddrieënvijftig, en hoewel het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei tegen hen: ‘Kom en eet.’ En niemand van de leerlingen durfde Hem te vragen: ‘Wie bent U?’ want zij wisten dat het de Heer was. Jezus kwam dichterbij, nam het brood en gaf het hun, en eveneens de vis. Dit was al de derde keer, dat Jezus Zich aan Zijn leerlingen openbaarde, nadat Hij uit de doden was opgewekt.

in de Liturgie: Mt - pericoop 8 (Mt 4 : 12-17)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs,

In die tijd toen Jezus hoorde, dat Johannes gevangen genomen was, trok Hij weg naar Galilea. En Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kafarnaüm aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali, opdat vervuld zou worden, hetgeen door de profeet Jesaja gezegd is:
‘Het land van Zebulon
en het land van Naftali
aan de zeeweg, over de Jordaan,
het Galilea der heidenen.
Het volk, dat in duisternis gezeten is,
heeft een groot licht gezien,
en voor hen, die in het land en in de schaduw des doods gezeten zijn,
is een licht opgegaan.’
Van toen af begon Jezus te prediken: Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.







14 januari - Nafeest -

APOSTEL

pericoop 60 (I Petr 3 : 10-22)

Lezing uit de eerste algemene brief van Petrus,

Geliefden, wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, die moet zijn tong weerhouden van het kwaad, en zijn lippen van het spreken van bedrog; die moet zich afkeren van het kwaad en het goede doen; die moet vrede zoeken en die najagen. Want de ogen van de Heer rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oren zijn gericht op hun gebed; maar het aangezicht van de Heer is tegen hen die kwaad doen. En wie is het die u kwaad zal doen, als gij navolgers zijt van het goede? Maar áls gij ook zou moeten lijden vanwege de gerechtigheid, dan zijt gij zalig. En wees niet bevreesd zoals zij bevreesd zijn, laat u niet in verwarring brengen, maar heilig God, de Heer, in uw harten; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied. En heb een goed geweten, opdat in datgene waarin zij kwaad van u spreken als van kwaaddoeners, zij beschaamd gemaakt worden die uw goede levenswandel in Christus belasteren. Want het is beter te lijden – als God dat wil – terwijl gij goeddoet dan terwijl gij kwaad doet. Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest, door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft, namelijk aan hen die voorheen ongehoorzaam waren, toen God in Zijn geduld wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen behouden werden door het water heen. Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus, Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.

- Nafeest -

EVANGELIE

Lc - pericoop 12 (Lc 4 : 1-15)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd keerde Jezus terug van de Jordaan; en Hij werd door de Geest naar de woestijn geleid, waar Hij veertig dagen door de duivel op de proef gesteld werd. Hij at niets in die dagen, en toen deze ten einde waren, kreeg Hij tenslotte honger. En de duivel zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, zeg dan tegen deze steen dat hij brood wordt.’ En Jezus antwoordde hem en zei: ‘Er staat geschreven: 
De mens leeft niet van brood alleen,
maar van elk woord dat uit de mond van God komt.’
En de duivel bracht Hem naar een hoge berg en liet Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. En de duivel zei tegen Hem: ‘ik zal U al deze macht en heerlijkheid geven, want het is mij in handen gegeven en ik geef het aan wie ik wil. Dus, als U in aanbidding voor mij neervalt, zal het allemaal van U zijn.’ En Jezus antwoordde hem en zei: ‘Ga weg van Mij, satan, want er staat geschreven:
U zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen.’
En hij leidde Hem naar Jeruzalem en plaatste Hem op de dakrand van de tempel en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, werp U dan van hier naar beneden, want er staat geschreven: 
Aan Zijn engelen zal Hij bevelen u te beschermen.
en:
Op hun handen zullen zij u dragen,
zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.’
Maar Jezus antwoordde en zei tegen hem: ‘Er is gezegd:
U zult de Heer uw God niet op de proef stellen.’
En toen de duivel alle verzoekingen beëindigd had, verliet hij Hem tot een bepaalde tijd. En Jezus keerde in de kracht van de Geest terug naar Galilea, en Zijn faam verspreidde zich in de hele streek. En Hij gaf onderricht in hun synagogen en werd door allen geprezen.






****************************** EIND evt. TEKST andere jaren ********************************************** -->