Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


1 februari - Vrijdag in de 31e week -

APOSTEL

pericoop 52 (Jak 2 : 1-13)

Lezing uit de brief van de heilige apostel Jakobus,

Broeders, heb geloof in onze Heer Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons. Want als in uw samenkomst een man zou binnenkomen met een gouden ring aan zijn vinger, in sierlijke kleding, en er kwam ook een arme man in haveloze kleding, en gij zou hoog opzien tegen hem die de sierlijke kleding draagt, en tegen hem zeggen: Gaat u hier zitten op een mooie plaats, en gij zou tegen de arme zeggen: Gaat u daar maar staan, of: Ga hier zitten onder aan mijn voetbank, hebt gij dan ook niet onder elkaar een onderscheid gemaakt en zijt gij zo geen rechters geworden met verkeerde overwegingen? Luister, mijn geliefde broeders, heeft God de armen van de wereld niet uitverkoren om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen te zijn van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben? Gij hebt daarentegen de arme geminacht. Zijn het niet de rijken die u onderdrukken en slepen juist zij u niet voor de rechtbank? Lasteren zij niet de goede Naam, Die over u is aangeroepen? Als gij echter de koninklijke wet volbrengt, volgens de Schrift:
Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf,
dan handelt gij goed. Maar als gij met aanzien des persoons handelt, begaat gij een zonde en wordt gij door de wet ontmaskerd als overtreders. Want wie de hele wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden. Immers, Hij Die gezegd heeft:
Gij zult geen overspel plegen,
heeft ook gezegd:
Gij zult niet doodslaan.
Als gij dan geen overspel bedrijft, maar wel doodslaat, zijt gij toch een wetsovertreder geworden. Spreek zó en handel zó als mensen die geoordeeld zullen worden door de wet van de vrijheid. Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid heeft bewezen: de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.

- (herhaling) vrijdag in de 15e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Mc - pericoop 53 (Mc 12 : 1-12)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus,

De Heer vertelde de volgende gelijkenis: ‘Iemand plantte een wijngaard, zette er een omheining om heen, groef een wijnpersbak, bouwde een uitkijktoren, verpachtte hem aan wijnbouwers en vertrok naar het buitenland. En toen het tijd was, zond hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van de wijngaard van hen te ontvangen. Maar zij grepen hem vast, sloegen hem en stuurden hem met lege handen weg. Daarna zond hij een andere knecht naar hen toe, en stenen gooiend verwondden zij zijn hoofd en zij stuurden hem vernederd weg. Hij zond er weer één, en deze brachten zij om het leven, en nog vele anderen; sommigen werden mishandeld, anderen gedood. Toen had hij nog zijn geliefde enige zoon over. Tenslotte zond hij deze zeggend: ‘Voor mijn zoon zullen ze toch wel ontzag hebben.’ Maar die wijnbouwers zeiden tegen elkaar: ‘Dit is de erfgenaam; kom, laten wij hem doden dan is de erfenis voor ons.’ Zij grepen hem vast, doodden hem en wierpen hem buiten de wijngaard. Wat zal de eigenaar van de wijngaard dan doen? Hij zal zelf komen en die wijnbouwers ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. Hebben jullie soms dit Schriftwoord niet gelezen:
De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden,
is de hoeksteen geworden.
Dit is door de Heer geschied
en het is wonderbaarlijk in onze ogen.’
En zij probeerden Hem gevangen te nemen, maar waren bang voor de menigte, want zij begrepen dat Hij de gelijkenis met het oog op hen verteld had. Daarom lieten ze Hem achter en gingen weg.