Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


3 maart - dinsdag in de eerste week van de Grote Vasten -

op weekdagen in de Grote Vasten is er geen Goddelijke Liturgie, en zijn er daarmee ook geen lezingen uit de Apostel en het Evangelie vastgesteld. Wel zijn er Oud-testamentische lezingen in het zesde uur en in de Vespers:



LEZING IN HET ZESDE UUR

Jesaja 1,19-2,3

Lezing uit de profetie van Jesaja,

Zo zegt de Heer: Als gij gewillig zijt en naar Mij luistert, zult gij het goede van het land eten; maar als gij dit niet wilt en niet naar Mij wilt luisteren, zal het zwaard u verteren, want de mond des Heren heeft dit gezegd. Hoe is de getrouwe veste Sion een hoer geworden, zij die vervuld was van recht, en waarin gerechtigheid overnachtte, en nu – enkel moordenaars! Uw zilver is onzuiver, uw wijnverkopers mengen uw wijn met water. Uw leiders zijn ongehoorzaam en handlangers van dieven; zij zijn belust op geschenken en jagen beloningen na; aan de wees doen zij geen recht en de rechtszaak der weduwe vindt bij hen geen gehoor.
Daarom – zo zegt de Heer, de Heer der heerscharen, de Machtige Israëls: Wee de machthebbers in Jeruzalem, want mijn toorn zal niet afnemen tegen mijn tegenstanders, en Ik zal Mijn oordeel vellen over Mijn vijanden; Ik zal Mijn hand tegen u keren en Ik zal u met vuur uitzuiveren; de ongehoorzamen zal Ik te gronde richten; Ik zal al uw wettelozen van u wegnemen en al de hoogmoedigen zal Ik vernederen. Uw rechters zal Ik weer aanstellen als weleer en uw raadsheren als in het begin. Daarna zal men u noemen: stad van gerechtigheid, getrouwe moederstad Sion. Want haar gevangenen zullen gered worden met oordeel en ontferming. Maar de wettelozen en de zondaars zullen samen vernietigd worden, en zij die de Heer verlaten, zullen vernietigd worden. Er zal verplettering zijn van de overtreders en de zondaars tezamen, en wie de Heer verlaten, zullen ten onder gaan. Want zij zullen zich schamen over hun afgoden, die waarvan zij hielden, en zij zullen beschaamd staan over hun tuinen, waarnaar zij verlangden. Want zij zullen zijn als een terebint die zijn bladeren heeft laten vallen, en als een tuin zonder water. En hun sterkte zal zijn als een vlashalm en hun werken als vonken. En de wettelozen en de zondaars zullen samen branden, zonder dat er iemand blust.
Het woord, dat van de Heer kwam tot Jesaja, de zoon van Amos over Juda en Jeruzalem: Het zal geschieden in het laatste der dagen, dan zal de berg des Heren en het huis van God zichtbaar zijn op de top der bergen en zal verheven zijn boven de heuvels. En alle volken zullen daar heen gaan en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God van Jakob, dan zal Hij ons Zijn weg wijzen en wij zullen die bewandelen.




LEZINGEN IN DE VESPERS

Genesis 1,14-23

Lezing uit Genesis,

God sprak: Dat er lichten zijn aan het hemelgewelf, om op de aarde te schijnen, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot tekens en seizoenen en dagen en jaren; dat zij tot licht zijn aan het hemelgewelf om te schijnen op de aarde; en zo gebeurde het. En God schiep de beide grote lichten, het grootste licht om te heersen over de dag, en het kleinere licht om te heersen over de nacht, en ook de sterren. En God stelde ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, en om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. En God zag, dat het goed was. En het werd avond en het werd morgen: de vierde dag.
En God zei: “Dat de wateren wemelen van levende wezens, en dat er vogels vliegen boven de aarde langs het hemelgewelf.” En zo gebeurde het. En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan de wateren wemelen naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze en zei: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeën, en laat de vogels talrijk worden op de aarde. En het werd avond en het werd morgen: de vijfde dag.





Spreuken 1,20-33

Lezing uit de Spreuken,

De Wijsheid zingt op de straten,
op de pleinen verschijnt zij met vrijmoedigheid,

boven op de stadswallen verkondigt zij,
bij de poorten van de machtigen heeft zij haar plaats ingenomen,
bij de poorten van de stad spreekt zij vol vertrouwen.

Zolang de eenvoudigen zich aan gerechtigheid houden,
zullen zij niet beschaamd worden;

maar de dwazen die van hoogmoed houden,
en die goddeloos worden, haten kennis
en zij worden onderworpen aan vermaningen.

Zie, ik zal de uitspraak van mijn geest voor u uitstorten,
u mijn woorden onderrichten.

Omdat ik geroepen heb en gij niet geluisterd hebt,
Omdat gij geen acht sloeg, toen ik mijn woorden uitstrekte,

gij mijn raadgevingen in de wind sloeg,
en geen acht sloeg op mijn vermaningen,

daarom zal ik ook lachen om uw verderf;
ik zal spotten, wanneer rampspoed tot u komen zal,

wanneer plotseling verwarring u bereikt,
en uw verschrikking zal komen als een storm

en uw verderf zal aansnellen als een wervelwind,
wanneer benauwdheid en ellende, of rampspoed over u zullen komen.

Want het zal zijn wanneer gij mij aanroept, dat ik u niet zal verhoren;
slechten zullen mij zoeken, maar mij niet vinden;

Want zij hebben de wijsheid gehaat
en de vreze des Heren niet verkozen,

noch wilden zij acht slaan op mijn raadgevingen,
mijn vermaningen hebben zij bespot.

Daarom zullen zij eten van de vrucht van hun wandel
en verzadigd worden van hun goddeloosheid.

Omdat zij de simpelen onrecht aandeden, zullen zij gedood worden,
het onderzoek zal de goddelozen te gronde richten.

Maar wie naar mij luistert, zal in vertrouwen wonen,
en onbevreesd voor alle onheil zal hij gerust zijn.





EVANGELIE-LEZING IN DE COMPLETEN

Mt-pericoop 16 (Mt 6, 1-13)

Lezing uit het evangelie volgens Mattheüs,

De Heer zei: ‘Let op dat jullie je aalmoes niet geven in tegenwoordigheid van mensen om door hen gezien te worden; anders wacht jullie geen loon bij jullie Vader, Die in de hemelen is. Wanneer je een aalmoes geeft, laat het dan niet voor je uitbazuinen, zoals de schijnheiligen doen in de synagogen en op de straten, om door de mensen geëerd te worden. Amen, ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jij een aalmoes geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet, zodat je aalmoes verborgen blijft, en je Vader Die in het verborgene ziet, zal je er openlijk voor belonen. En wanneer je bidt, doe dan niet zoals de schijnheiligen; want zij staan graag in de synagogen en op de hoeken van de straten te bidden om gezien te worden door de mensen. Amen, ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar wanneer je bidt, ga dan je binnenkamer in en sluit de deur en bid tot je Vader Die in het verborgene is, en je Vader Die in het verborgene ziet, zal je er openlijk voor belonen. En als jullie bidden, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want die denken dat zij vanwege de veelheid van hun woorden verhoord zullen worden. Doe daarom niet zoals zij, want jullie Vader weet wat jullie nodig hebben, nog voor jullie Hem erom vragen. Bid dan als volgt:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk kome,
Uw wil geschiede,
zoals in de hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.