Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


Maandag 13 maart - maandag in de derde week van de Grote Vasten -

op weekdagen in de Grote Vasten is er geen Goddelijke Liturgie, en zijn er daarmee ook geen lezingen uit de Apostel en het Evangelie vastgesteld. Wel zijn er Oud-testamentische lezingen in het zesde uur en in de Vespers:



LEZING IN HET ZESDE UUR

Jesaja 8,13-9,7

Lezing uit de profetie van Jesaja,

De Heer God, Hem moet gij heilig achten; Hij is uw vreze, en wanneer gij op Hem vertrouwd, zal Hij tot een heiligdom voor u zijn, en niet tot een steen des aanstoots, en ook niet tot een rots waarover men struikelt, maar voor de beide huizen van Jakob zal Hij tot een strik zijn en een valkuil voor de inwoners van Jeruzalem. Velen onder hen zullen zwak worden, vallen en gebroken worden, verstrikt raken en gevangen worden. Dan zullen bekend worden degenen die de wet verzegelen, zodat anderen deze niet leren. En Hij zegt: Ik zal de Heer verwachten, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob; op Hem zal ik vertrouwen. Zie, ik en de kinderen die God mij gegeven heeft, en er zullen tekenen en wonderen zijn in het huis Israël, afkomstig van de Heer Sabaoth, Die op de berg Sion woont. Wanneer zij dan tegen u zeggen: Raadpleeg de geesten van doden, en waarzeggers die buikspreken – zeg dan: Moet een volk zijn God niet raadplegen? Moet men voor de levenden de doden raadplegen? De wet is tot hulp gegeven, opdat zij zeggen: Niet overeenkomstig deze woorden, maar volgens de wet waarvoor men geen geschenken hoeft te geven. Over u zal een grote hongersnood komen, en wanneer gij honger hebt, zult gij zo lijden dat gij de vorst en de vaderlijke overleveringen zult vervloeken. Zij zullen hun blik richten hoog naar de hemel en laag naar de aarde, en zie, er zal radeloosheid zijn, smart en benauwdheid en duisternis, zodat zij niet kunnen zien. Wie in benauwdheid is, zal geen blijvend gebrek lijden, maar voor enige tijd. Drink deze beker eerst, drink hem snel, land van Zebulon en land van Naftali, en zij die de kust bewonen, en de overzijde van de Jordaan, het Galilea der heidenen. Volk dat in duisternis wandelt, gij zult een groot licht zien. Gij die woont in het land van de schaduw en van de dood, over u zal een licht schijnen. Het grootste deel van het volk hebt Gij in Uw vreugde binnengeleid, en zij zullen zich verheugen voor Uw aangezicht, zoals men zich verblijdt bij de oogst, zoals men zich verheugt wanneer men de buit verdeelt. Want het juk dat op hen drukte, en de stok op hun schouders, hebt Gij van hen afgenomen, en ook de knuppel van hun slavendrijvers heeft Hij weggenomen, zoals eens op Midiansdag. Want iedere soldatenuitrusting zal met list verzameld worden, en iedere mantel zal opgekocht worden, en men zal alles in het vuur willen verbranden. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Engel van de Grote Raad, wonderlijke Raadsman, Sterke God, Machthebber, Vredevorst, Vader van de komende eeuw. Want Ik zal vrede brengen aan de vorsten, en aan Hem vrede en gezondheid. Groot is Zijn macht, en aan Zijn vrede zal geen einde komen. Op de troon van David en in zijn koninkrijk zal Hij Zijn macht vestigen, en deze ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de Heer Sabaoth zal dit doen.




LEZINGEN IN DE VESPERS

Genesis 6,9-22

Lezing uit Genesis,

Noach was een rechtvaardig man, volmaakt onder zijn tijdgenoten. Noach behaagde aan God. En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafeth. En de aarde was verdorven voor Gods aangezicht en de aarde was vol onrecht. Toen zag de Heer God de aarde, en zij was verdorven; want alle vlees had een verdorven levenswandel op de aarde. Daarom zei de Heer God tegen Noach: Het einde van alle mensen is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is vervuld met onrecht; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten. Maak voor uzelf een ark van geschaafde, hardhouten balken. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem van binnen en van buiten met pek bestrijken. Zo moet gij hem maken: driehonderd el moet de lengte van de ark zijn, vijftig el zijn breedte en dertig el zijn hoogte. Gij zult de ark samenvoegen en afwerken tot op een el van boven; en de deur van de ark moet gij aan de zijkant plaatsen. Gij moet er een onderste, een tweede en een derde verdieping in maken. En Ik, zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om alle vlees waarin een levensgeest is, van onder de hemel te gronde te richten; alles wat op de aarde is, zal sterven. Maar met u zal Ik Mijn verbond sluiten; en gij moet in de ark gaan, gij, uw zonen, uw vrouw en de vrouwen van uw zonen met u. En gij moet van al het vee, en van alle kruipende dieren en van al de wilde dieren en van al wat leeft, twee aan twee in de ark laten komen om ze met u in leven te houden: een mannetje en een vrouwtje moeten het zijn. Van de vogels naar hun soort, van het vee naar zijn soort, en van de kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort, zullen ze twee aan twee bij u komen, om ze met u in leven te houden, mannetje en vrouwtje. En gij, neem voor uzelf van al het voedsel dat gegeten wordt, en verzamel dat bij u, zodat het voor u en voor hen tot voedsel zal zijn. En Noach deed alles wat de Heer God hem geboden had, zo deed hij.





Spreuken 8,1-21

Lezing uit de Spreuken,

Zoon, verkondig de Wijsheid
opdat verstand aan je zal gehoorzamen.

Want zij is op de top van hoogten,
zij staat langs alle paden.

Naast de poorten van de machtigen zetelt zij,
bij de ingangen van de steden wordt zij bezongen.

Tot u, mannen, roep Ik
en Mijn stem klinkt tot de mensenkinderen.

Gij die geen kwaad kent, doorzie het bedrog
gij die ongeleerd zijt, geef uw hart.

Luister naar Mij, want Ik zal eervolle dingen spreken,
met Mijn lippen breng Ik wat juist is.

Mijn gehemelte zal waarheid overwegen:
leugenachtige lippen zijn voor Mij een gruwel.

Alle woorden uit Mijn mond zijn in gerechtigheid gesproken,
er is niets verdraaids of slinks in.

Ze zijn oprecht voor ieder die begrijpt,
juist voor hen die kennis willen vinden.

Neem vermaning aan en geen zilver,
en verkies kennis boven beproefd goud.

Want wijsheid is beter dan edelstenen,
en alles wat kostbaar is, haalt haar waarde niet.

Ik, de Wijsheid, Ik woon bij schranderheid en kennis,
Ik roep inzicht op bij de mens.

De vreze des Heren haat onrecht,
hoogmoed, trots en de verkeerde weg
en Ik haat de verdorven wegen van de slechten.

Bij Mij is raad en wijsheid.
Ik ben Inzicht, bij Mij is kracht.

Door Mij regeren koningen,
verordenen vorsten gerechtigheid.

Door Mij heersen de groten,
en oefenen de tyrannen macht uit over het land.

Ik heb lief wie Mij liefhebben,
en wie Mij zoeken, zullen genade vinden.

Rijkdom en eer is er bij Mij,
duurzaam bezit en gerechtigheid.

Mijn vrucht is beter dan goud en edelstenen,
Mijn opbrengst beter dan het beste zilver.

Ik loop op het pad van de gerechtigheid,
ik houd mij op langs de paden van de waarheid,

om wie Mij liefhebben, een erfelijk bezit te geven,
en Ik zal hun schatkamers met goederen vullen.