Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


Zaterdag 18 maart - zaterdag in de derde week van de Grote Vasten -

Prokimen     toon 6          (ps. 31)

Verblijd u in de Heer, * en verheug u, rechtvaardigen.

Gelukzalig zijn zij wier overtredingen zijn vergeven, en wier zonden zijn bedekt.


APOSTEL

pericoop 325 (Hebr. 10 : 32-38a)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Hebreeën,

Broeders, herinner u de dagen van weleer, waarin gij, nadat gij verlicht waart, een zware lijdensstrijd hebt verdragen. Nu eens werd gij zelf door smaad en verdrukkingen tot een schouwspel gemaakt, dan weer deelde gij het lot van hen die zo behandeld werden. Want gij hebt ook met mij, in mijn boeien, mee geleden en de beroving van uw eigendommen met blijdschap aanvaard, in de wetenschap dat gij voor uzelf een beter en blijvend bezit in de hemelen hebt. Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want gij hebt volharding nodig, opdat gij, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. Want:
Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven. Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

ook op deze dag: gedachtenis van de overledenen

pericoop 270 (I Thess 4 : 13-17)

Broeders, ik wil niet, dat gij onwetend zijt ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt zoals de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God op dezelfde wijze ook hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Heer, dat wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen in geen geval zullen voorgaan. Want de Heer Zelf zal op het teken, bij het geroep van een aartsengel en bij de klank van Gods bazuin neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen het eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, weggevoerd worden op de wolken in de lucht om de Heer te ontmoeten, en zo zullen wij altijd bij de Heer zijn.

Alleluja     toon 6          (ps. 33 en 64)

De rechtvaardigen riepen en de Heer heeft hen verhoord.

Gelukzalig die Gij hebt uitverkoren en opgenomen, o Heer.

- zaterdag in de derde week van de Grote Vasten -

EVANGELIE

Mc-pericoop 8 (Mc 2 : 14-17)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus,

In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ En hij stond op en volgde Hem. En het gebeurde toen Hij in zijn huis aan tafel aanlag, dat ook veel tollenaars en zondaars met Jezus en Zijn leerlingen aanlagen, want velen van hen volgden Hem. Toen de schriftgeleerden en de Farizeeën zagen dat Hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden zij tegen Zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt Hij met tollenaars en zondaars?’ En Jezus hoorde het en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen arts nodig, maar de zieken; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot inkeer te roepen, maar zondaars.’

ook op deze dag: gedachtenis van de overledenen

Jh-pericoop 16 (Jh 5 : 24-30)

De Heer zei tegen de Joden die tot Hem gekomen waren: ‘Amen, amen, Ik verzeker u: Wie naar Mijn woord hoort en in Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven en hij komt niet in het oordeel, maar is vanuit de dood overgegaan naar het leven. Amen, amen, Ik verzeker u: Het uur komt en is nu aangebroken, dat de doden de stem van de Zoon Gods zullen horen, en dat wie ernaar luisteren, zullen leven. Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven in Zichzelf te hebben. En Hij heeft Hem gezag gegeven om ook gericht te houden, omdat Hij de Mensenzoon is. Verwonder u daar niet over; want het uur komt, dat allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan; die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ten oordeel. Ik kan uit Mijzelf niets doen. Ik oordeel zoals Ik hoor, en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.’