Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


18 mei - zaterdag in de 3e week van pascha -

Prokimen     toon 2          (ps 117)

Mijn kracht en mijn lofzang is de Heer; * Hij is mij tot heil geworden.

Zwaar heeft de Heer mij gestraft, maar niet overgeleverd aan de dood.


APOSTEL

pericoop 22 (Hand 9:19b-31)

Lezing uit de Handelingen der Apostelen,

In die dagen gebeurde het dat Saulus enige dagen bij de leerlingen in Damascus verbleef. En meteen predikte hij in de synagogen Jezus, dat Hij de Zoon van God is. En allen die het hoorden, waren buiten zichzelf en zeiden: Is dit niet degene die in Jeruzalem hen die deze Naam aanriepen, uitroeide, en die daarom hier gekomen is om hen geboeid naar de overpriesters te brengen? Maar Saulus werd meer en meer gesterkt en hij bracht de Joden die in Damascus woonden, in verwarring door aan te tonen dat Jezus de Christus is. En na verloop tijd, beraadslaagden de Joden om hem te doden, maar hun samenzwering werd aan Saulus bekend. En zij bewaakten de poorten, zowel overdag als 's nachts, om hem te kunnen doden. Maar de leerlingen namen hem 's nachts mee en lieten hem door een opening in de muur neer, door hem in een mand te laten zakken. Toen Saulus nu in Jeruzalem gekomen was, probeerde hij zich bij de leerlingen aan te sluiten, maar zij waren allen bevreesd voor hem, want zij geloofden niet dat hij een leerling was. Maar Barnabas nam hem onder zijn hoede, bracht hem naar de apostelen en vertelde hun hoe hij onderweg de Heer gezien had, dat Hij tot hem gesproken had en hoe hij in Damascus vrijmoedig gesproken had in de Naam van Jezus. En hij liep nu openlijk met de apostelen in Jeruzalem rond en verkondigde vrijmoedig de Naam van de Heer Jezus; ook sprak en redetwistte hij met de Griekssprekenden, maar die probeerden hem te doden. Toen de broeders dit te weten kwamen, brachten zij hem naar Caesarea en stuurden hem vandaar weg naar Tarsus. De kerken dan in heel Judea, Galilea en Samaria hadden vrede en werden opgebouwd; en zij wandelden in de vreze des Heren en door de bijstand van de Heilige Geest namen zij in aantal toe.

Alleluja     toon 2          (ps. 19)

Moge de Heer u verhoren op de dag der beproeving; de Naam van Jakobs God u beschermen als een schild.

Heer, red de Koning, en verhoor ons op de dag dat wij roepen tot U.

EVANGELIE

Jh Pericoop 52 (Jh 15 : 17-16:2)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

De Heer zei tegen Zijn leerlingen: ‘Dit draag Ik jullie op, dat je elkaar liefhebt. Als de wereld jullie haat, bedenk dan, dat zij Mij eerder gehaat heeft dan jullie. Als jullie van de wereld waren, zou de wereld jullie liefhebben als iets van haarzelf; maar omdat jullie niet van de wereld zijn, en Ik jullie uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld jullie. Herinner je het woord, dat Ik jullie gezegd heb: Een knecht is niet meer dan zijn meester. Wie Mij hebben vervolgd, zullen ook jullie vervolgen; wie zich aan Mijn woorden hebben gehouden, zullen zich ook aan die van jullie houden. Maar dit alles zullen zij jullie aandoen om Mijn Naam, omdat zij Hem niet kennen Die Mij gezonden heeft. Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zouden zij geen zonde hebben, maar nu hebben zij geen verontschuldiging voor hun zonde. Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader. Als Ik onder hen niet de werken had gedaan die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben; maar nu hebben zij die gezien en toch Mij en Mijn Vader gehaat. Maar het woord moest vervuld worden dat in hun Wet geschreven staat: Zij hebben Mij zonder reden gehaat. Maar wanneer de Trooster komt, Die Ik jullie van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Hij van Mij getuigen. En ook jullie moeten getuigen, want jullie zijn van het begin af bij Mij geweest. Dit heb Ik tegen jullie gezegd, om te voorkomen dat jullie ten val komen. Ze zullen jullie uit de synagoge bannen, ja het uur komt, dat ieder die jullie doodt, zal menen God een dienst te bewijzen.’