Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


19 mei - Zondag van de Verlamde -

Prokimen     toon 3          (ps 46)

Zing een psalm voor onze God, zing voor Hem; * zing voor onze Koning, zing een psalm.

Alle volkeren klap in de handen; juich voor God met vreugdekreten.


APOSTEL

pericoop 23 (Hand 9: 32-42)

Lezing uit de Handelingen der Apostelen,

In die dagen gebeurde het dat Petrus, toen hij overal rondreisde, ook bij de heiligen kwam die in Lydda woonden.En daar vond hij een man van wie de naam Eneas was, die al acht jaar op bed lag en verlamd was. En Petrus zei tegen hem: Eneas, Jezus Christus maakt u gezond; sta op en maak voor uzelf uw bed op! En hij stond meteen op. En allen die in Lydda en Sarona woonden, zagen hem en bekeerden zich tot de Heer. En er was in Joppe een zekere leerlinge van wie de naam Tabitha was, wat vertaald Dorkas-Gazelle betekent. Deze was overvloedig in goede werken, en in liefdegaven die zij schonk. En het gebeurde in die dagen dat zij ziek werd en stierf; en toen men haar gewassen had, legde men haar in de bovenzaal. En omdat Lydda vlakbij Joppe lag, stuurden de leerlingen, toen zij hoorden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe, die smeekten dat hij zonder uitstel naar hen toe zou komen. En Petrus stond op en ging met hen mee; en toen hij daar gekomen was, brachten zij hem in de bovenzaal. En alle weduwen stonden bij hem, terwijl zij huilden en de onder- en bovenkleding toonden die Dorkas gemaakt had toen zij nog bij hen was. Maar nadat Petrus allen naar buiten had gestuurd, knielde hij neer en bad; en hij keerde zich naar het lichaam en zei: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open en zodra zij Petrus zag, ging zij overeind zitten. En hij gaf haar de hand en hielp haar opstaan. Hij riep de heiligen en de weduwen en plaatste haar levend voor hen. En dit werd bekend in heel Joppe, en velen geloofden in de Heer.

Alleluja     toon 3          (ps. 70)

Heer, op U vertrouw ik: laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.

Wees voor mij een beschermende God, een toevluchtsoord om mij te redden.

EVANGELIE

in de Metten: Lc Pericoop 113- het 5e Opstandingsevangelie (Lc 24 : 12-35)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd stond Petrus op en snelde naar het graf en toen hij zich vooroverboog, zag hij alleen de linnen doeken liggen. En hij ging naar huis, vol verwondering over wat er gebeurd was. En zie, op diezelfde dag waren er twee van hen op weg naar een dorp, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt, Emmaüs genaamd. En zij spraken met elkaar over alles wat er voorgevallen was. En het gebeurde, terwijl zij met elkaar spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen meeliep. Maar hun ogen werden ervan weerhouden Hem te herkennen. En Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn dit voor gesprekken, die jullie al lopend met elkaar voeren, en waarom zien jullie er somber uit?’ En één van hen, Kleopas genaamd, antwoordde en zei tegen Hem: ‘Bent U de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat U niet weet, wat daar in deze dagen gebeurd is?’ Hij zei tegen hen: ‘Wat dan?’ Zij zeiden tegen Hem: ‘Wat Jezus de Nazoreeër betreft, een man die een machtig profeet was, in werk en woord voor God en heel het volk; en hoe onze overpriesters en leiders Hem overgeleverd hebben om ter dood veroordeeld te worden, en Hem gekruisigd hebben. Wij hoopten echter dat Hij het was die Israël zou verlossen; maar al met al is het reeds de derde dag sinds dit gebeurd is. Maar ook hebben sommige vrouwen uit ons midden, die vroeg in de morgen bij het graf geweest zijn, ons versteld doen staan. Zij hadden Zijn lichaam niet gevonden, en kwamen zeggen, dat zij zelfs een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden dat Hij leeft. En sommigen van hen die bij ons waren, zijn naar het graf gegaan en troffen het aan zoals ook de vrouwen hadden gezegd, maar Hém zagen zij niet.’ En Hij zei tegen hen: ‘O onverstandigen en tragen van hart, als het gaat om het geloof in alles wat de profeten gesproken hebben. Moest de Christus dit niet lijden om in Zijn heerlijkheid in te gaan?’ En beginnend bij Mozes en al de Profeten legde Hij hun uit, wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond. En toen zij het dorp naderden, waar zij naartoe gingen, deed Hij, alsof Hij verder wilde gaan. Maar zij drongen bij Hem aan en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is tegen de avond, en de dag loopt ten einde.’ En Hij ging naar binnen om bij hen te blijven. En het gebeurde toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en het hun gaf. Toen werden hun ogen geopend en zij herkenden Hem; en Hij werd onzichtbaar voor hen. En zij zeiden tegen elkaar: ‘Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?’ En op datzelfde moment stonden zij op en keerden terug naar Jeruzalem, en zij vonden de elf en de anderen die bij hen waren, bijeen. En die zeiden: ‘De Heer is werkelijk opgewekt en Hij is aan Simon verschenen.’ En zij legden uit wat er onderweg gebeurd was en hoe zij Hem herkend hadden bij het breken van het brood.

in de Liturgie: Jh pericoop 14 (Jh 5 : 1b-15)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

In die tijd ging Jezus op naar Jeruzalem. En er is in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badvijver, die in het Hebreeuws Bethesda wordt genoemd, met vijf zuilengangen. Daar lag een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen en misvormden, die wachtten op de beweging van het water. Want een engel daalde van tijd tot tijd neer in de badvijver en bracht het water in beweging; wie dan het eerst daarin ging, na de beweging van het water, werd gezond, aan welke ziekte hij ook leed. En daar was een man, die al achtendertig jaar ziek was. Toen Jezus hem zag liggen en wist dat hij al lang ziek was, zei Hij tegen hem: ‘Wilt gij gezond worden?’ De zieke antwoordde Hem: ‘Heer, ik heb geen mens om mij in de vijver te helpen als het water in beweging komt. En terwijl ik erheen ga, daalt een ander voor mij daarin.’ Jezus zei tegen hem: ‘Sta op, neem uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond; en nam zijn mat op en liep. En het was sabbat op die dag. De Joden zeiden tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat; het is u niet toegestaan om die mat te dragen.’ Hij antwoordde hun: ‘Hij Die mij genezen heeft, Die heeft mij gezegd: neem uw mat op en loop.’ Zij vroegen hem: ‘Wie is die man, die u gezegd heeft: neem uw mat op en loop?’ En de man die genezen was, wist niet Wie het was; want Jezus had zich ongemerkt verwijderd omdat er daar een menigte was. Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tegen hem: ‘Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkomt.’ De man ging weg en vertelde aan de Joden, dat het Jezus was, Die hem genezen had.