Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


31 mei - vrijdag in de 5e week van pascha -

APOSTEL

pericoop 36 (Hand 15 : 5-12 )

Lezing uit de Handelingen der Apostelen,

In die dagen gaven enkele gelovigen die tot de partij van de Farizeeën behoorden, te verstaan dat ook de niet-Joodse gelovigen dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden. De apostelen en de priesters kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan. Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei: ‘Mannenbroeders, gij weet dat God mij al in het begin uit ons midden heeft gekozen zodat de heidenen uit mijn mond het woord van het Evangelie zouden horen, en zouden geloven. En God, die de harten kent, heeft getuigenis aan hen gegeven door hun de Heilige Geest te geven, evenals aan ons; Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, en Hij heeft hun hart door het geloof gereinigd. Waarom wilt gij God dan verzoeken door een juk op de hals van de leerlingen te leggen dat onze vaderen en ook wij niet hebben kunnen dragen? Maar wij geloven door de genade van de Heer Jezus Christus op dezelfde wijze gered te worden als zij. En heel de menigte zweeg, en luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen had verricht.

EVANGELIE

Jh pericoop 37 (Jh 10 : 17-28a)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

De Heer zei tegen de Joden die bij Hem gekomen waren: ‘Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef, om het weer terug te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf. Ik heb macht om het te geven en macht om het weer terug te nemen. Dat is de opdracht die Ik van Mijn Vader heb ontvangen.’ Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om deze woorden. En velen van hen zeiden: ‘Hij is door een demon bezeten en spreekt wartaal; waarom luistert gij nog naar Hem?’ Anderen zeiden: ‘dit zijn geen woorden van een bezetene. Een demon kan toch niet de ogen van blinden openen?’
In Jeruzalem werd het feest van de tempelwijding gevierd; het was winter. En Jezus liep in de tempel in de zuilengang van Salomo. De Joden kwamen om Hem heen staan en zeiden tegen Hem: ‘Hoelang nog houdt Gij onze ziel in het onzekere? Als Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit.’ Jezus antwoordde hun: ‘Ik heb het u al gezegd en gij gelooft het niet. De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen over Mij. Maar gij gelooft Mij niet, want gij zijt niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen luisteren naar Mijn stem; en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef ze eeuwig leven.’