Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


1 juni - zaterdag in de 5e week van pascha -

Prokimen     toon 4          (ps 103)

Hoe groot zijn Uw werken, o Heer: * Gij hebt alles met wijsheid gemaakt.

Zegen, mijn ziel, de Heer; Heer mijn God, Gij zijt onnoemlijk groot.


APOSTEL

pericoop 37 (Hand 15 : 35-41)

Lezing uit de Handelingen der Apostelen,

In die dagen verbleven Paulus en Barnabas in Antiochië en zij gaven onderricht en verkondigden, met nog veel anderen, het Woord van de Heer. En na enkele dagen zei Paulus tegen Barnabas: Laten wij nu terugkeren en onze broeders bezoeken in alle steden waar wij het Woord van de Heer verkondigd hebben, en zien hoe het met hen gaat. En Barnabas raadde aan om ook Johannes, bijgenaamd Markus, mee te nemen. Maar Paulus achtte het juist hem, die hen van Pamfylië af in de steek had gelaten en niet met hen meegegaan was naar het werk, niet mee te nemen. Er ontstond daarom verbittering, zodat zij uit elkaar gingen en Barnabas Markus meenam en per schip naar Cyprus vertrok; en Paulus koos Silas en vertrok, nadat hij door de broeders aan de genade van God opgedragen was. En hij reisde door Syrië en Cilicië en sterkte de kerken.

Alleluja     toon 4          (ps. 44)

Maak U gereed, ruk met geluk vooruit en heers, omwille van waarheid, zachtmoedigheid en recht.

Gij bemint gerechtigheid, maar haat onrecht; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met olie der vreugde boven uw gezellen.

EVANGELIE

Jh Pericoop 38 (Jh 10 : 27-38)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

De Heer zei tegen de Joden die bij Hem gekomen waren: ‘Mijn schapen luisteren naar Mijn stem; en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef ze eeuwig leven; en zij zullen zeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand roven. Mijn Vader, Die ze aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan ze uit de hand van Mijn Vader roven. Ik en de Vader zijn één.’ Daarop raapten de Joden weer stenen op om Hem te stenigen. Jezus antwoordde hun: ‘Ik heb u veel goede werken van Mijn Vader laten zien; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen?’ De Joden antwoordden Hem en zeiden: ‘Wij willen u niet om een goed werk stenigen, maar om godslastering, omdat Gij, Die een mens zijt, Uzelf tot God maakt.’ Jezus antwoordde hun: ‘Staat er niet in uw wet geschreven: Ik heb gezegd: gij zijt goden? Aangezien zij goden genoemd worden, tot wie het woord van God gekomen is, (en de Schrift niet ontbonden kan worden), hoe kunt gij dan tegen Mij, Die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft, zeggen: Gij lastert God, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon? Als Ik de werken van Mijn Vader niet doe, geloof Mij dan niet. Maar als Ik ze wel doe en gij Mij niet gelooft, geloof dan de werken, opdat gij erkent en gelooft, dat de Vader in Mij is en Ik in Hem.’