Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


14 juni - donderdag in de 3e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 98 (Rom 8 : 22-27)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Romeinen,

Broeders, wij weten dat de schepping in haar geheel zucht en in barensweeën verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest ontvangen hebben, ook wij zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot zonen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Want in deze hoop zijn wij gered. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding. Evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit.

EVANGELIE

Mt pericoop 37 (Mt 10 : 23-31)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs,

De Heer zei tegen Zijn leerlingen: ‘Wanneer zij u in de ene stad vervolgen, vlucht naar de andere. Want amen, Ik zeg u: Gij zult uw rondgang door de steden van Israël geenszins afgemaakt hebben, voordat de Zoon des mensen komt. Een leerling staat niet boven zijn leermeester, en een slaaf niet boven zijn heer. Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden zoals zijn leermeester, en een slaaf zoals zijn heer. Als men de Heer des huizes Beëlzebul genoemd heeft, hoeveel te meer Zijn huisgenoten! Wees dus niet bevreesd voor hen, want er is niets bedekt dat niet geopenbaard zal worden, en niets verborgen dat niet bekend zal worden. Wat Ik u in het duister zeg, zeg dat in het licht, en wat u in het oor gefluisterd wordt, predik dat van de daken. En wees niet bevreesd voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden, maar vrees veel meer Hem Die zowel ziel als lichaam kan laten omkomen in de Gehenna. Worden niet twee mussen verkocht voor een duit? En niet één er van valt op de grond zonder uw Vader. Zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, gij zijt meer waard dan heel veel mussen.’