Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


17 juni - Heilig Pinksteren -

Prokimen     toon 8          (ps 18)

Over heel de aarde klinkt hun boodschap; * tot aan de grenzen der wereld hun woorden.

De hemelen verhalen de heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen.


APOSTEL

pericoop 3 (Hand 2 : 1-11)

Lezing uit de Handelingen der Apostelen,

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak, waren alle apostelen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag, dat het huis waar zij zaten geheel vervulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzette. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kunnen wij hen dan horen, elk in onze moedertaal? Parthen, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea, Kappa­do­cië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egyp­te, en de omgeving van Libië dat bij Cyrene ligt, en ook de hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal spreken over de grote daden van God.

Alleluja     toon 1          (ps. 32)

Door het Woord des Heren staan de hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten.

De Heer ziet neer uit de hemel: Hij aanschouwt de kinderen der mensen.

EVANGELIE

in de Metten: Jh Pericoop 65-c - (Jh 20 : 19-23)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren ter plaatse waar de leerlingen bijeen waren uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tegen hen: ‘Vrede zij u!’ En toen Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zij. De leerlingen verblijdden zich toen zij de Heer zagen. Jezus zei nog eens tegen hen: ‘Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’ En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: Ontvang de Heilige Geest. Als gij iemand zijn zonden vergeeft, dan worden ze hem vergeven; als gij ze iemand toerekent, dan blijven ze toegerekend.’

in de Liturgie: Jh pericoop 27 (Jh 7 : 37-52; 8:12)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

Op de laatste, de grootste dag van het feest, stond Jezus in de tempel en riep, zeggend: ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’ - Dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. - Velen uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: ‘Híj is waarlijk de profeet.’ Anderen zeiden: ‘Híj is de Christus.’ En weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en uit het dorp Bethlehem, waar David was?’ Er ontstond dan verdeeldheid onder de menigte vanwege Hem. En sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de hand aan Hem. De dienaren van de overpriesters en de Farizeeën kwamen bij hen terug. En deze zeiden tegen hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet meegebracht?’ De dienaren antwoordden: ‘Nooit heeft iemand zó gesproken als deze mens.’ De Farizeeën antwoordden hun: ‘Zijt gij soms ook misleid? Heeft soms iemand van onze leiders of van de Farizeeën in Hem geloofd? Maar deze volksmenigte, die de Wet niet kent, vervloekt zijn ze!’ Nikodemus, die ‘s nachts bij Hem gekomen was, die één van hen was, zei tegen hen: ‘Veroordeelt onze Wet dan iemand zonder hem eerst te horen en zonder te weten wat hij doet?’ Zij antwoordden en zeiden tegen hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Onderzoek en zie dat er uit Galilea geen profeet is opgestaan.’ Opnieuw sprak Jezus tot hen zeggend: ‘Ik ben het Licht der wereld. Wie Mij volgt, zal zeker niet in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben.’