Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


12 oktober - vrijdag in de 20e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 245 (Fil 3 : 8b-19)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Filippenzen,

Broeders, ik heb alles prijsgegeven en acht ik het vuilnis als het erom gaat Christus te winnen, en in Hem bevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid uit de wet, maar door het geloof in Christus, namelijk de rechtvaardigheid uit God op grond van het geloof, om Hem te kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om zo mogelijk de opstanding van de doden te bereiken. Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen, omdat ik ook gegrepen ben door Christus Jezus. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding wel: vergetend wat achter ligt, mij uitstrekkend naar wat voor mij ligt, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van boven, van God in Christus Jezus. Laten wij dan, voorzover wij volmaakt zijn, deze gezindheid hebben; en als gij op een punt andersgezind zijt, zal God u ook dat openbaren. Maar wat we bereikt hebben, laten wij in datzelfde spoor voortgaan en eensgezind zijn. Wees mijn navolgers, broeders, en houd het oog gericht op hen die zó wandelen, zoals gij ons tot voorbeeld hebt. Want velen - ik heb dikwijls met u over hen gesproken en zeg het nu ook onder tranen - wandelen als vijanden van het kruis van Christus. Hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun eer ligt in hun schande; zij zinnen op aardse zaken.

- vrijdag in de 4e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Lc - pericoop 42 (Lc 9 : 12-18a)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwamen de twaalf leerlingen naar Jezus toe en zeiden tegen Hem: ‘Stuur de menigte weg om in de omliggende dorpen en gehuchten onderdak en voedsel te vinden, want wij zijn hier in een eenzame streek.’ Maar Hij zei tegen hen: ‘Geven jullie hun te eten.’ Zij zeiden: ‘Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of moeten wij soms voor al dit volk eten gaan kopen?’ Want er waren ongeveer vijfduizend mannen. Toen zei Hij tegen Zijn leerlingen: ‘Laat hen gaan zitten in groepen van vijftig.’ En zij deden dat en ze zeiden dat iedereen moest gaan zitten. Toen nam Hij de vijf broden en de twee vissen en zag op naar de hemel, sprak er het zegengebed over uit, brak ze en gaf ze aan de leerlingen om ze aan de menigte uit te delen. En zij aten en werden allen verzadigd. En wat er over was aan stukken brood, haalden ze op, twaalf manden vol. En het gebeurde toen Hij alleen in gebed was, dat de leerlingen bij Hem kwamen.