Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


17 oktober - donderdag in de 18e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 232 (Ef 5 : 33-6:9)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Efeziërs,

Broeders, voor ieder geldt dat hij zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf; en dat de vrouw ontzag heeft voor haar man. Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heer, want dat is terecht.
‘Eer je vader en moeder’,
dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is:
‘opdat het je goed zal gaan
en je lang zult leven op aarde.’
En vaders, prikkel uw kinderen niet tot toorn, maar voed hen op in de discipline en terechtwijzing van de Heer. Slaven, wees gehoorzaam aan uw heer naar het vlees, met vrees en beven, oprecht van hart, zoals aan Christus, niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar als slaven van Christus, die de wil van God doen met hart en ziel, bereidwillig dienstbaar als aan de Heer en niet aan mensen. Gij weet immers dat wat ieder aan goeds gedaan heeft, hij dat van de Heer terug zal krijgen, of hij nu slaaf is of vrije. En heren, doe hetzelfde bij hen; laat het dreigen achterwege, in het besef dat ook uw Heer in de hemelen is en dat er bij Hem geen aanzien des persoons is.

- donderdag in de 5e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Lc - pericoop 48-a (Lc 9 : 49-56)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwam één van Zijn leerlingen naar Jezus toe en zei tegen Hem: ‘Meester, wij hebben iemand gezien die in Uw Naam demonen uitdreef, en wij hebben het hem verboden, omdat hij U niet volgt zoals wij.’ En Jezus zei tegen hem: ‘Verbied het hem niet, want wie niet tegen jullie is, die is voor jullie.’ En het gebeurde toen de dagen vervuld werden dat Hij opgenomen zou worden, dat Hij besloot naar Jeruzalem te reizen. En Hij stuurde boden voor Zich uit. Op hun reis kwamen zij in een dorp van de Samaritanen om Zijn komst voor te bereiden. Maar zij ontvingen Hem niet, omdat Hij vastberaden was naar Jeruzalem te reizen. Toen Zijn leerlingen Jakobus en Johannes dat zagen, vroegen zij: ‘Heer, wilt Gij dat wij zeggen dat er vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren, zoals ook Elia gedaan heeft?’ Maar Hij keerde Zich om en wees hen terecht hen. En zij gingen naar een ander dorp.