Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


9 november - donderdag in de 23e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 265 (I Thess 2 : 9-14-a)

Lezing uit de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen,

Broeders, gij herinnert u onze inspanning en moeite. Want terwijl wij dag en nacht werkten om niemand van u tot last te zijn, hebben wij u het Evangelie van God gepredikt. Gij zijt getuige, en God ook, hoe toegewijd, rechtvaardig en onberispelijk wij bij u, gelovigen, geweest zijn. Zo weet gij hoe wij elk van u bemoedigden en aanspoorden, zoals een vader zijn kinderen. Wij riepen u ertoe op waardig te wandelen voor God, Die u roept tot Zijn koninkrijk en heerlijkheid. Daarom danken ook wij God zonder ophouden dat gij, toen gij van ons het Woord van God hoorde en hebt ontvangen, het hebt aangenomen, niet als een mensenwoord, maar -wat het werkelijk is- als Gods Woord, dat ook werkzaam is in u die gelooft. Want gij, broeders, zijt navolgers geworden van de kerken Gods die in Judea zijn, in Christus Jezus.

- donderdag in de 8e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Lc - pericoop 70 (Lc 13 : 1-9)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwamen enkele mensen Jezus het bericht brengen over de Galileërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. En Jezus zei tegen hen: ‘Denkt u, dat deze Galileërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileërs, omdat ze dat ondergaan hebben? Zeker niet, zeg Ik u, maar als u zich niet bekeert, zult u allen op dezelfde wijze omkomen. Of die achttien, die gedood werden toen de toren van Siloam op hen viel, denkt u dat zij schuldiger waren dan alle andere inwoners van Jeruzalem? Zeker niet, maar als u zich niet bekeert, zult u allen op dezelfde wijze omkomen.’ En Hij vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. Hij zei tegen de wijngaardenier: Zie, al drie jaar kom ik nu kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem om! Waarom neemt hij de grond nutteloos in beslag? Maar hij antwoordde hem: heer, laat hem nog dit jaar staan; ik zal eerst de grond rondom nog eens omspitten en bemesten; misschien brengt hij nog vrucht voort; zo niet, hak hem dan alsnog om.’