Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


9 november - vrijdag in de 24e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 272 (I Thess 5 : 9-13, 24-28)

Lezing uit de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen,

Broeders, God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de redding, door onze Heer Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zullen leven. Bemoedig elkaar daarom, en bouw elkaar op, zoals gij trouwens al doet. En wij vragen u, broeders, hen te erkennen die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heer en u terechtwijzen, en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Houdt vrede onder elkaar. Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen. Broeders, bid voor ons. Groet alle broeders met een heilige kus. Ik bezweer u bij de Heer dat deze brief aan alle heilige broeders voorgelezen wordt. De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

- vrijdag in de 8e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Lc - pericoop 73 (Lc 13 : 31-35)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwamen enige Farizeeën bij Jezus en zeiden tegen Hem: ‘Ga weg, vertrek van hier, want Herodes wil u doden.’ Hij antwoordde hun: ‘Ga heen en zeg tegen die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en verricht genezingen, vandaag en morgen, en op de derde dag komt Mijn voltooiing. Intussen moet Ik vandaag en morgen en de volgende dag verder trekken, want het past niet dat een profeet buiten Jeruzalem om het leven komt. Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels, maar u hebt het niet gewild. Zie, uw huis wordt leeg aan u overgelaten. En Ik zeg u: U zult Mij zeker niet meer zien tot de dag dat u zegt: Gezegend Hij komt in de Naam des Heren!’