Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


10 november - vrijdag in de 23e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 266 (I Thess 2 : 14-20)

Lezing uit de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen,

Broeders, gij zijt navolgers geworden van de kerken Gods die in Judea zijn, in Christus Jezus, omdat ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers als zij van de Joden, die zowel de Heer Jezus als hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind. Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat zij gered zouden worden. Zo maken zij voor altijd de maat van hun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde. Maar nu wij, broeders, voor een korte tijd van u gescheiden waren - uit het oog, niet uit het hart - hebben wij, met groot verlangen, ons des te meer beijverd om u te zien. Daarom hebben wij naar u toe willen komen (althans ik, Paulus), één- en andermaal, maar de satan heeft het ons verhinderd. Want wat is onze hoop of blijdschap of erekrans? Zijt ook gij dat niet voor het aangezicht van onze Heer Jezus Christus bij Zijn komst? Gij zijt immers onze heerlijkheid en vreugde.

- vrijdag in de 8e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Lc - pericoop 73 (Lc 13 : 31-35)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwamen enige Farizeeën bij Jezus en zeiden tegen Hem: ‘Ga weg, vertrek van hier, want Herodes wil u doden.’ Hij antwoordde hun: ‘Ga heen en zeg tegen die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en verricht genezingen, vandaag en morgen, en op de derde dag komt Mijn voltooiing. Intussen moet Ik vandaag en morgen en de volgende dag verder trekken, want het past niet dat een profeet buiten Jeruzalem om het leven komt. Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels, maar u hebt het niet gewild. Zie, uw huis wordt leeg aan u overgelaten. En Ik zeg u: U zult Mij zeker niet meer zien tot de dag dat u zegt: Gezegend Hij komt in de Naam des Heren!’