Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


13 november - maandag in de 24e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 267 (I Thess 2 : 20-3:8)

Lezing uit de eerste de brief van Paulus aan de Thessalonicenzen,

Broeders, gij zijt onze heerlijkheid en vreugde. Toen wij het daarom niet langer konden verdragen, leek het ons beter om alleen in Athene achtergelaten te worden, en hebben we Timotheüs gestuurd, onze broeder en Gods dienaar en onze mede-arbeider in het Evangelie van Christus, om u te versterken en te bemoedigen in uw geloof, opdat niemand in deze verdrukkingen aan het wankelen wordt gebracht; want gij weet zelf dat wij hiertoe bestemd zijn. Toen wij bij u waren, zeiden wij u immers van tevoren dat wij verdrukt zouden worden, zoals ook gebeurd is - en gij weet het. Daarom heb ik, toen ik het niet langer kon verdragen, hem gestuurd om te vernemen, hoe het met uw geloof gesteld is en of de verzoeker u misschien niet verzocht had en onze moeite voor niets was geweest. Maar nu is zojuist Timotheüs bij u vandaan bij ons teruggekomen en heeft ons de goede boodschap gebracht van uw geloof en liefde, en dat gij altijd een goede herinnering aan ons hebt en ernaar verlangt om ons te zien, zoals wíj ú; daardoor zijn wij over u bemoedigd, broeders, in al onze verdrukking en nood, vanwege uw geloof, omdat wij leven, nu gij staande blijft in de Heer.

- maandag in de 9e week (van de Lc-cyclus) -

EVANGELIE

Lc - pericoop 75 (Lc 14 : 1, 12-15)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwam Jezus op een sabbat in het huis van één van de leiders van de Farizeeën om brood te eten. Hij zei tegen degene, die Hem uitgenodigd had: ‘Als u een middag- of avondmaaltijd aanricht, nodig dan niet uw vrienden, uw broers, verwanten of uw rijke buren uit; zij zouden immers op hun beurt ook u uitnodigen, om iets terug te doen. Maar als u een gastmaal aanricht, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Dan zult u gelukzalig zijn, omdat zij het u niet vergelden kunnen; maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’ Toen nu één van degenen, die aan tafel aanlagen, dit hoorde, zei hij tegen Hem: ‘Gelukzalig is hij, die brood zal eten in het Koninkrijk van God.’