Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


15 november - woensdag in de 24e week na pinksteren -

APOSTEL

pericoop 269 (I Thess 4 : 1-12)

Lezing uit de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen,

Broeders, wij vragen u en roepen u er in de Heer Jezus toe op, dat gij nog meer overvloedig wordt, zoals gij van ons ontvangen hebt: hoe gij u moet gedragen en God behagen. Want gij weet welke voorschriften wij u op gezag van de Heer Jezus gegeven hebben. Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat gij uzelf onthoudt van ontucht, en dat ieder van u erop toeziet zijn lichaam te beheersen in heiliging en eerbaarheid, en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen. Laat niemand zich te buiten gaan en zijn broeder bedriegen door deze handelwijze, want de Heer is een Wreker van dit alles, zoals wij u ook van tevoren gezegd en bezworen hebben. Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiliging. Wie dit dus verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die ook Zijn Heilige Geest aan u geeft. Wat nu de broederliefde betreft, hebt gij het niet nodig dat ik u schrijf, want zelf zijt gij door God onderricht om elkaar lief te hebben. Want gij doet dat ook ten opzichte van alle broeders in heel Macedonië. Wij roepen u er echter toe op, broeders, dat nog veel meer te doen, en er een eer in te stellen rustig te zijn, uw eigen zaken te behartigen en te werken met uw eigen handen, zoals wij u bevolen hebben, opdat gij u op een gepaste wijze gedraagt ten opzichte van de buitenstaanders, en van hen niets nodig hebt.

- woensdag in de 9e week van de Lucas-cyclus -

EVANGELIE

Lc - pericoop 78 (Lc 15 : 1-10)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd kwamen alle tollenaars en zondaars naar Jezus toe om naar Hem te luisteren. En de Farizeeën en schriftgeleerden morden en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ En Hij vertelde hun deze gelijkenis zeggend: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft en één daarvan verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de eenzame plaats achter en gaat het verloren schaap zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het gevonden heeft, neemt hij het vol vreugde op zijn schouders. En als hij thuis komt, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: ‘Wees blij met mij, want ik heb mijn schaap teruggevonden dat verloren was’. Ik zeg u, zo zal er blijdschap zijn in de hemel over één zondaar die tot inkeer komt, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen inkeer nodig hebben. Of welke vrouw, die tien drachmen heeft en er één verliest, steekt niet een lamp aan, veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij het vindt? En als zij het gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: ‘Wees blij met mij, want ik heb de drachme gevonden, die ik verloren had.’ Zo, zeg Ik u, is er blijdschap bij de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’